Zoeken
 
From 1 - 10 / 155
  • Categories  

    Web Mapping Service (WFS) van de laag schelpdierwater. Deze laag bevat de omgrenzing van de oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen als Schelpdierwater ten behoeve van het Kaderrichtlijn water.

  • Categories  

    Deze groepslayer toont verschillende aspecten van de geactualiseerde Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000 (versie 2014) en gerelateerde bestanden, zoals: - de bodemtypen; - de gebieden waar associaties van bodemtypen voorkomen; - bijzonderheden in de bodemlagen binnen 40 cm diepte; - bijzonderheden in de bodemlagen dieper dan 40 cm; - de veendiktes; - gebieden met vergraven gronden; - en gebieden met bebouwing en water. Ten opzichte van de vorige versie van de bodemkaart is de informatie van de veengebieden geactualiseerd en tevens is de tabel met de attributen gewijzigd. In deze versie ontbreekt de informatie over de Grondwatertrappen (Gt). De bodemkaart geeft ruimtelijke informatie over de bodemopbouw tot globaal 1 meter diepte. Deze informatie heeft betrekking op de aard en samenstelling van de bovengrond (grondsoort) met een verdere onderverdeling naar bodemvorming, veensoort, afwijkende lagen in het profiel en de aanwezigheid van kalk. Actualisatie van de bodemkaart van de veengebieden was nodig omdat door oxidatie van organische stof bij de veengronden en moerige gronden verandering optreden, doordat oppervlakkig gelegen veenlagen geleidelijk verteren. Hierdoor kunnen veengronden veranderen in moerige gronden en moerige gronden in minerale gronden. Sinds de eerste opname van de bodemkaart zijn er veel bebouwde terreinen bij gekomen door stadsuitbreiding en nieuwe industrieterreinen. Op de oorspronkelijke bodemkaart zijn de bebouwde gebieden van enige omvang apart aangegeven. Bij de actualisatie is voor de nieuw-bebouwde gebieden wel een bodemcode vastgesteld. In een apart bestand is de begrenzing van de huidige bebouwing opgenomen. In bebouwde gebieden kan de bodemopbouw afwijken van de bodemcode, doordat bij het bouwrijpmaken ingrijpende grondverbeteringwerken zijn uitgevoerd. Bij het gebruik van de gegevens dient men daar op bedacht te zijn. Daarnaast zijn bij veel gebieden in Nederland ingrijpende grondbewerking uitgevoerd. De oorspronkelijke bodemkaart bevatte een attribuut "SCHOP" waarin informatie werd gegeven over verstoring in het bodemprofiel. In 2010 heeft Brouwer gebieden met ingrepen uitgebreid geinventariseerd en in kaart gebracht. Deze vergravingen zijn nu in een apart bestand opgenomen (vergraven gronden). De actualisatie had betrekking op de gebieden met moerige gronden en dunne veengronden in Nederland en de veenweidegebieden met dikke veengronden in de provincie Friesland. In totaal is ca. 400 000 ha geactualiseerd. Met uitzondering van een fragment in ZuidOost-Drenthe is de actualisatie gerealiseerd met behulp van digitale bodemkartering (DBK). In ZuidOost-Drenthe is de actualisatie uitgevoerd door middel van een uitgebreide veldinventarisatie, zoals ook voor de eerste opname van de bodemmkaart. (meer informatie over de werkwijze is te vinden onder het kopje Kwaliteit)

  • Categories  

    Van de Maas, de Rijntakken-Oost, de Rijn-Maasmonding, het Volkerak-Zoommeer en het IJsselmeergebied wordt om de 6 jaar een ecotopenkaart geleverd. Een ecotopenkaart wordt opgebouwd door meerdere informatielagen samen te voegen, zoals een vegetatiestructuurkaart, een waterdieptekaart, een overstromingsduurkaart, etc. De vegetatiestructuurkaart vormt hierbij de belangrijkste laag. Deze kaart wordt met behulp van luchtfoto's geproduceerd op een schaal van 1:10.000. Een ecotoop is gedefinieerd als een ruimtelijk te begrenzen ecologische eenheid, waarvan de samenstelling en ontwikkeling worden bepaald door abiotische, biotische en antropogene aspecten samen. De 1e cyclus karteringen zijn uitgevoerd in de periode 1996 t/m 1998 (jaar van fotovluchten), de 2e cyclus in de periode 2004 tot 2006, de 3e cyclus karteringen hebben de uitvoeringsperiode van 2008 tot 2013.

  • In het landelijk gebied worden jaarlijks vele projecten uitgevoerd met Europese subsidiegelden uit het zogeheten POP oftewel Plattelandsontwikkelingsprogramma. Dienst Landelijk Gebied (DLG) is door de Europese Unie aangewezen als betaalorgaan voor POP-subsidie in Nederland. DLG zorgt ervoor dat aanvragers van de subsidie tijdig de subsidiegelden ontvangen en dat alle verantwoordingen en rapportages in Brussel komen. De subsidieaanvragen komen veelal binnen bij de provincies en zij zijn ook bestuurlijk verantwoordelijk voor de afhandeling. De uitvoering van de POP-subsidies vindt plaats op de kantoren van Dienst Landelijk Gebied in Arnhem, Groningen, Tilburg en Utrecht. Het Plattelandsontwikkelingsprogramma loopt van 2007-2013 en richt zich op projecten op het platteland ter versterking en verbetering van: Landbouw, Natuur en landschap, Leefbaarheid op het platteland, Recreatie en streek (bron: DLG (november 2014).

  • De ecologische verbindingszones (evz's) zijn een bijzonder onderdeel van de kernkwaliteiten van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO). Zij moeten voor een deel nog in de Groene Ontwikkelzone worden gerealiseerd. Doordat deze zones ook gebieden verbinden, kunnen de evz's in de GNN doorlopen. Vastgesteld door Provinciale Staten op 08-07-2015.

  • Webservice met data welke via NGR beschikbaar is.

  • Categories  

    Verspreiding van soorten in Vogelrichtlijngebieden voor de periode 2007-2012

  • Doortrek- en versigingsgebied voor edelhert zoals is vastgelegd vastgesteld door provinciale staten op 29 september 2014 de in Beleidsnota Flora- en faunawet 2014. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar

  • Een zone van een gezoneerd industrieterrein is een aandachtsgebied voor geluid afkomstig van het industrieterrein. Binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein moet voor geluidgevoelige objecten bepaald worden wat de geluidbelasting is.

  • Rivierbed is bedoeld voor (meer of minder regelmatig voorkomende) opvang van rivierwater. De gebiedsreservering is bedoeld voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen en is slechts indicatief opgenomen op de plankaart PMWP.