From 1 - 10 / 129
  • Bestand landgoederen (vlakken). Onder een landgoed wordt verstaan: een ruimtelijke eenheid van terreinen en elementen die architectonisch, economisch en functioneel met elkaar zijn verbonden met als kern een (soms verdwenen) hoofdhuis, andere woningen en gebouwen, tuin, park, parkbos, bos, landbouwgrond, water en/of natuurterrein. Genoemde elementen kunnen, maar hoeven niet alle aanwezig te zijn op een landgoed. Bovenstaande definitie opgesteld als operationele definitie voor de Inventarisatie Landgoederen Overijssel (Albers, Haartsen en Optifield, 2011) in opdracht van de provincie Overijssel. Dit bestand is opgenomen in de Cultuur Historische Waardenkaart (CWK).

  • Dit zijn transportaderen die in het verleden van regionaal belang zijn geweest: wegen, smalsporen en spoorwegen. Kanalen zijn ook transportaderen, maar zijn opgenomen in afwatering om overlap te voorkomen. Overijssel kende tot in de 19e eeuw uitgestrekte woeste gronden. De kerktorens van de nederzettingen vormden vaak de enige orientatiepunten. Ook belangrijke regionale routes volgden deze traces. Hessenwegen waren bedoeld voor handelslui die vanuit Duitsland naar Amsterdam reisden. Zij gebruikten karren met een andere asbreedte. Hierdoor zouden zij de normale wegen kapot rijden. Het waren lange parcours die liepen van de Duitse grens naar West-Nederland en over het algemeen de tussengelegen nederzettingen juist vermijden. Vervoer over landwegen was tot ver in de 19e eeuw veel problematischer dan vandaag de dag. In de winter waren laaggelegen gebieden vaak onbegaanbaar. Hierdoor moest men de hoger gelegen gebieden opzoeken zoals dijken, oeverwallen van beekjes en ruggen in het landschap. Wanneer de natte gebieden zo groot waren dat men ver moest omreizen werden verhoogde traces aangelegd. Dergelijke wegen zijn herkenbaar omdat zij dijknamen hebben, terwijl ze niet naast een beek of rivier liggen. In de zomer waren met name de hooggelegen ruggen zo droog dat de zandpaden mul werden. De paden werden op deze plaatsen regelmatig verlegd om te voorkomen dat karren vast kwamen te zitten. Toch bleven de routes die werden gevolgd in grote lijnen hetzelfde, waardoor ze op kaart konden worden gezet. In de 19e eeuw werd vervoer gemechaniseerd. Er werd een uitgebreid netwerk aangelegd van spoorwegen en stoomtramlijnen. De stoomtramlijnen zijn in de jaren 1930 en 1940 vrijwel allemaal verdwenen, omdat zij de concurrentie niet aankonden met de autobussen en vrachtauto’s. De traces zijn echter vaak nog in het landschap te herkennen.

  • Meldingen Openbare Ruimte per hectare hexagon. Klik op een hexagon voor meer informatie.

  • Het betreft hier een puntenbestand. Na de ijstijden werd het in Nederland warmer en natter, waardoor op sommige plekken dode planten niet afgebroken werden maar zich opstapelden. Na eeuwen van opstapeling ontstond op die manier een dikke veenlaag. Vanaf de late middeleeuwen begon men dit veen te systematisch in gebruik te nemen. Om het veen te kunnen ontginnen werden slootjes voor afwatering gegraven. Meestal gebeurde dit vanaf een riviertje recht het veen in, zodat parallelle stroken ontstonden. Tussen de parallelle slootjes kon dan landbouw worden bedreven. Door de ontwatering zakte het maaiveld, waardoor aan de Zuiderzeekust het gebied kon overstromen. Hier is dan ook een kleilaagje over de agrarische veenontginning afgezet, de zogenaamde klei-op-veengebieden. Deze natte gebieden hadden een natuurlijke aantrekkingskracht op watervogels. Er werden eendenkooien aangelegd om watervogels gemakkelijker te vangen. Veel eendenkooien zijn reeds verdwenen maar er liggen nog enkele zichtbaar in het landschap, vooral in de Kop van Overijssel. Na de late middeleeuwen begon men op grotere schaal veen te winnen om als brandstof te gebruiken. Deze verveningen waren in eerste instantie niet grootschalig gecoordineerd. Vanaf de 19e eeuw werd het winnen van turf planmatig en grootschalig aangepakt, waarbij op vaste afstand van elkaar wijken werden gegraven om de turf te kunnen afvoeren. Voor deze veenkolonien werden kanalen gegraven zoals de Dedemsvaart. Soms kwam het maaiveld door vervening of agrarisch grondgebruik zo laag te liggen dat met behulp van dijken, molens en/of sluisjes het land kunstmatig droog gehouden moest worden en er polders ontstonden.

  • Het doel van de signaleringskaart is om ruimtelijke ordenings medewerkers een handreiking te bieden om vast te stellen of externe veiligheid aan de orde is in een gebied, waarvoor een ruimtelijk plan of project wordt ontwikkeld. Deze kaart is kader stellend (Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen en Besluit Transport Externe Veiligheid) voor het plaatsgebonden risico en het plasbrand aandachtsgebied (PAG) . Deze PAG is ingesteld langs transportassen waar veel vervoer plaatsvindt van vloeibare brandstoffen. Binnen het PAG mag niet worden gebouwd tenzij maatregelen worden genomen tegen de gevolgen van een plasbrand. De signaleringskaart biedt verder vuistregels om vast te stellen of een ruimtelijke ontwikkeling nabij een transportas leidt tot een te hoog groepsrisico.

  • Het doel van de signaleringskaart is om ruimtelijke ordenings medewerkers een handreiking te bieden om vast te stellen of externe veiligheid aan de orde is in een gebied, waarvoor een ruimtelijk plan of project wordt ontwikkeld. Deze kaart is kader stellend (Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen en Besluit Transport Externe Veiligheid) voor het plaatsgebonden risico en het plasbrand aandachtsgebied (PAG) . Deze PAG is ingesteld langs transportassen waar veel vervoer plaatsvindt van vloeibare brandstoffen. Binnen het PAG mag niet worden gebouwd tenzij maatregelen worden genomen tegen de gevolgen van een plasbrand. De signaleringskaart biedt verder vuistregels om vast te stellen of een ruimtelijke ontwikkeling nabij een transportas leidt tot een te hoog groepsrisico.

  • Geeft de ruimtelijke spreiding weer van een bepaalde leeftijdscategorie. In dit geval gaat het om de leeftijd 12 tot 19 jaar, uitgedrukt in het aantal inwoners per hectare.

  • Bij de herijking van de EHS-kaart van de POV 2013 is op de ontwerpkaart aangegeven de gronden waarvan voorgesteld wordt deze gronden toe te voegen als EHS.

  • Bij de herijking van de EHS-kaart van de POV 2013 is op de ontwerpkaart aangegeven de gronden waarvan voorgesteld wordt deze gronden te schrappen als EHS.

  • Dit bestand bevat de historische indeling van Overijssel in marken, landgerichten, schoutambten en drostambten. De kaart geeft hiermee inzicht in de bestuurlijke gebiedsdelen voorafgaand aan de huidige indeling in gemeenten. Het bestand is gebaseerd op de kaart: 1882 - Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis - Markenkaart van Overijssel (op te vragen bij het Historisch Centrum Overijssel, Zwolle). De begrenzing van de marken in Twente is verbeterd aan de hand van de kaarten bij de uitgave Historische kaart van Twente circa 1500.