Zoeken
 
From 1 - 10 / 142
  • Geeft de ruimtelijke spreiding weer van een bepaalde leeftijdscategorie. In dit geval gaat het om de leeftijd 55 jaar en ouder, uitgedrukt in het aantal inwoners per hectare.

  • Zeer kwetsbare gebieden Wet ammoniak en veehouderij, vigerend beleid. Ook de vervallen gebieden zijn in dit bestand opgenomen. Aantal gebieden zijn t.o.v. 2008 aangepast n.a.v. besluit aanwijzing zeer kwetsbare gebieden Wet ammoniak en veehouderij, correctieve herziening; vastgesteld door PS op 1 juli 2011. Bij PS-besluit van 20 september 2013 is de zuidoostelijke begrenzing van het gebied 348 gewijzigd. De wijziging was noodzakelijk als gevolg van de uitspraak van Raad van State dd. 27 maart 2013.

  • Deze data is gestandaardiseerd voor de provinciale aanlevering INSPIRE. Selectie van de gebieden met bijzondere abiotische waarden en/of antropogene waarden uit het bestand MILIEU_Bodembeschermingsgebieden, oorspronkelijk behorende bij het rapport "Hoedzjen en noedzjen fan de Fryske grûn". Onderdeel van de Feroardening Romte Fryslân, goedgekeurd door PS, dd 15-06-2011. In de plantoelichting van een ruimtelijk plan wordt aangegeven op welke manier het plan rekening houdt met de beschreven waarden in deze gebieden.

  • Dit zijn de infrastructuurlijnen zoals die zijn opgenomen in de Structuurvisie RO, deel D en deel E. Deze sluit aan bij de Netwerkanalyse BrabantStad.

  • Het doel van de signaleringskaart is om ruimtelijke ordenings medewerkers een handreiking te bieden om vast te stellen of externe veiligheid aan de orde is in een gebied, waarvoor een ruimtelijk plan of project wordt ontwikkeld. Deze kaart is kader stellend (Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen en Besluit Transport Externe Veiligheid) voor het plaatsgebonden risico en het plasbrand aandachtsgebied (PAG) . Deze PAG is ingesteld langs transportassen waar veel vervoer plaatsvindt van vloeibare brandstoffen. Binnen het PAG mag niet worden gebouwd tenzij maatregelen worden genomen tegen de gevolgen van een plasbrand. De signaleringskaart biedt verder vuistregels om vast te stellen of een ruimtelijke ontwikkeling nabij een transportas leidt tot een te hoog groepsrisico.

  • De vroegste objecten(vlakkenbestand) zijn de walburgen. Deze hebben hun oorsprong in de Romeinse tijd of vroege middeleeuwen. Tegenwoordig zijn deze walburgen nog vaak als kern van een dorp of stad zichtbaar. Een voorbeeld daarvan is Enschede. In de middeleeuwen werd aan strategisch geplaatste dorpen stadsrechten gegeven waardoor deze vestingwerken mochten aanleggen (bijvoorbeeld Deventer, Zwolle en Genemuiden). De verdedigingswerken waarvan we tegenwoordig nog sporen kunnen zien (aarden wallen en grachten) stammen vaak uit de vroegmoderne tijd. Na de middeleeuwen werden ook in het veld linies aangelegd om vijanden (uit het oosten of zuiden) een halt toe te kunnen roepen. De Loozensche linie en de Mekkelhorsterlinie vallen hieronder. Linies konden bestaan uit ondoordringbare landweren, bestaande uit wallen met doornstruiken, en uit schansen. In de vroegmoderne tijd waren veengebieden een belangrijk onderdeel van de linies. Veengebieden waren namelijk grote obstakels voor legers. Deze veengebieden werden ook gebruikt door boeren die deze gebieden actief ontwaterden. Om de leegloop van veengebieden tegen te gaan werden tussen Coevorden en het Zwarte water twee leidijken aangelegd in 1688. Ook van de IJssel werd gebruikt gemaakt als natuurlijk obstakel. Van de vroegere IJssellinie, bedacht door Menno van Coehoorn rond 1700, is te weinig informatie beschikbaar om een goed beeld te kunnen geven. Van de latere IJssellinie is dat wel mogelijk. In het begin van de jaren 50 van de twintigste eeuw werd in de IJssel bij Olst een beweegbare stuw aangelegd. Mede hiermee kon een groot gebied geinundeerd worden om zo tanks tegen te houden. Bij deze IJssellinie werden ook vele bunkers met verdedigingsgeschut aangelegd.

  • Dit bestand bevat adrespunten van locaties in Noord-Holland Noord waar mogelijkheid is voor overnachting. Dit zijn hotels, B&B's, campings en recreatieparken. Let op de verzameling is niet compleet, alle bedrijven in NHN zijn benaderd om een vragenlijst in te vullen. Dit bestand betreft de bedrijven die gereageerd hebben op de oproep. Per locatie is aangegeven op welke leefstijl doelgroep de accomodatie zich richt. Dit kunnen meerdere leefstijlen zijn, hiervoor zijn een aantal kollommen beschikbaar.

  • De dataset bevat de Lnight geluidcontouren van de provinciale wegen van de Provincie Utrecht uit de 2e tranche EU-richtlijn omgevingslawaai (peiljaar 2011). Het betreft de wegen met jaarlijkse intensiteit => 3. De geluidsbelastingkaarten zijn geldig voor peiljaar 2011 en geven alleen de berekeningen i.k.v. de EU-richtlijn omgevingslawaai voor de provinciale wegen van Utrecht weer.

  • Meldingen Openbare Ruimte per hectare hexagon. Klik op een hexagon voor meer informatie.

  • Het betreft hier een puntenbestand. In het laaggelegen Nederland is wateroverlast van alle tijden. Om deze wateroverlast te beperken begon de bevolking zich in de Middeleeuwen te beschermen tegen overstromingen door het aanleggen van dijken langs de Zuiderzee en - vermoedelijk ook al - langs de grote rivier, zoals de IJssel. Aan het begin waren dit nog lokale, losliggende dijken, maar al gauw werden deze met elkaar verbonden tot een aaneengesloten dijkenstelsel. Dat de opgehoogde Zuiderzee en rivierdijken niet altijd bestand waren tegen het hoge water laten de vele doorbraakkolken zien. Zij zijn de stille getuigen van een dijkdoorbraak. Doorbraakkolken zijn diepe ronde meertjes waarin het zand is weggespoeld, doordat tijdens een dijkdoorbraak het water met grote kracht door de dijk heen brak. Leidijken werden vanaf de late middeleeuwen aangelegd om het zure veenwater buiten de ontgonnen gebieden te weren. Vanaf het einde van de 18e eeuw begon men kanalen aan te leggen, waarvoor kanaaldijken nodig waren. De IJsselmeerdijken zijn allen aangelegd na de aanleg van de Afsluitdijk in 1933. Deze dijken hoefden dus in tegenstelling tot de Zuiderzeedijken geen eb en vloed te verdragen. Dijken hebben de inwoners van Overijssel geholpen bij het inwinnen van land op de Zuiderzee en het bruikbaar maken of houden van agrarische gebieden, waardoor de cultuurhistorische waarde van deze objecten groot is. Daarnaast kan onderzoek naar de opbouw van een dijk veel informatie verstrekken over de ontwikkeling van een gebied. Zowel waterstaatkundig als over de bewoners. Het laatste omdat in vroeger tijden boeren hun eigen stukje dijk aan hun land moesten onderhouden.