From 1 - 10 / 51
  • The National Oceanographic Data Committee (NODC) of the Netherlands is the national platform for exchange of oceanographic and marine data and information, and for advisory services in the field of ocean and marine data management. The overall objective of the NODC is to effect a major and significant improvement in the overview and access to marine and oceanographic data and data-products from government and research institutes in the Netherlands. This is not done alone and only with a national focus, but on a European scale as an active partner in the Pan-European SeaDataNet project, complying to the INSPIRE and the new Marine Strategy EU Directives, and on a global scale as the Netherlands representative in major international organisations in this field, ICES and IOC-IODE. A major step has been made with the launch of the NODCi - National Infrastructure for access to Oceanographic and Marine Data and Information. This was developed in the framework of the Ruimte voor Geo-Informatie (RGI) programme as RGI-014 project. It includes a new NODC-i portal (www.nodc.nl), that provides users with a range of metadata services and a unique interface to the data management systems of each of the NODC members. By this Common Data Index (CDI) interface, users can get harmonised access to the datasets, that are managed in a distributed way at each of the NODC members. The NODCi portal functions as the Dutch node in the SeaDataNet infrastructure. The NODC CDI service contains several thousands of references to individual marine and oceanographic datasets. For inclusion in the National Geo Register these have been aggregated by combinations of Data Holding Centres - Disciplines. Each NGR - NODC record therefore represents a large number of individual metadata records and associated datasets. By following the specified URL to the NODCi portal, users can consider these metadata in detail and can achieve downloading of interesting datasets via the shopping cart transaction system, that is integrated in the NODCi portal.

  • Vennen zijn kleine natuurlijke wateren die vanouds op heidevelden voorkomen en geheel of grotendeels gevoed werden met zuur regenwater. Natuurlijke vennen zijn dan ook zuur of licht zuur als enige buffering optreedt. De meeste vennen rusten op een ondoorlaatbare laag. Dat kan een lemige laag zijn, een keileemafzetting of een met humus verkitte laag in de ondergrond. De vennenkaart 1900 is gebaseerd op een analoge, ingescande versie van de topografische kaart van omstreeks 1900 (G.L. Wieberdink, 1990. Historisch Atlas Overijssel. Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000). Deze vennen zijn op de huidige topografische kaart geprojecteerd. Vennen op de 1900 kaart zijn goed herkenbaar omdat het water met lichtblauw is aangegeven. Bij vergelijking van de huidige vennen met de situatie van 1900 valt op dat een deel van de vennen in 1900 niet op de kaart stonden. Op deze plekken was wel steeds sprake van natte laagten. Deze natte laagten zijn aangeduid als blauw-groen met onderbroken strepen. Op de 1900 kaart zijn deze natte laagten vaak aangegeven in de heide. Deze laagten zullen begroeid zijn geweest met zuur blauwgrasland, blauwgrasland of venachtige vegetaties. Het is niet aan te geven hoeveel van deze natte laagten in feite vennen waren die bijvoorbeeld in droge zomers droogvielen.

  • Zeer kwetsbare gebieden volgens de Wet ammoniak en veehouderij. De voor ammoniak zeer kwetsbare gebieden aangewezen op grond van artikel 2, lid 1 wijziging van Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Deze wet beschermt zeer kwetsbare gebieden tegen de uitstoot van ammoniak die wordt veroorzaakt door veehouderijen. Op grond van deze wet hebben Provinciale Staten gebieden aangewezen die als zeer kwetsbaar worden aangemerkt. In deze gebieden en een zone van 250 meter hieromheen is uitbreiding of het nieuw vestigen van veehouderijen beperkt. Bij de invoering van de wet in 2002 werden voor de voor verzuring gevoelige gebieden gehanteerd gelegen binnen de provinciale Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Na de wetswijziging in 2007 zijn deze gebieden ingeperkt tot de zeer kwetsbare gebieden. De nieuwe Wav bepaalt dat Provinciale Staten van de provincies de zeer kwetsbare gebieden moeten aanwijzen. De criteria die gebruikt zijn staan in de toelichting bij het PS besluit (2007/053405). De criteria hebben betrekking op de omvang en voor ammoniak gevoelige ecologische waarde van het gebied. In een aparte relationele tabel, onder de naam wav_afwegingcrit staan de ecologische onderzoeksresultaten die bij deze afweging een rol hebben gespeeld. Een belangrijk criterium voor deze gebieden is dat ze gelegen zijn binnen de Ecologische Verbindingszone. De herbegrenzing van de EHS op 3 juli 2013 en de partiele herziening van 2 september 2013 hebben geleid tot wijziging van de begrenzing van de zeer kwetsbare gebieden. Ook zijn in de kaart de gebieden opgenomen die zijn vervallen als zeer kwetsbaar gebied. Hierbij is aangeven of het wijziging is naar aanleiding van een besluit van Provinciale Staten of een wijziging naar aanleiding van de aanpassing van de EHS.

  • Zeer kwetsbare gebieden volgens de Wet ammoniak en veehouderij. De voor ammoniak zeer kwetsbare gebieden aangewezen op grond van artikel 2, lid 1 wijziging van Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Deze wet beschermt zeer kwetsbare gebieden tegen de uitstoot van ammoniak die wordt veroorzaakt door veehouderijen. Op grond van deze wet hebben Provinciale Staten gebieden aangewezen die als zeer kwetsbaar worden aangemerkt. In deze gebieden en een zone van 250 meter hieromheen is uitbreiding of het nieuw vestigen van veehouderijen beperkt. Bij de invoering van de wet in 2002 werden voor de voor verzuring gevoelige gebieden gehanteerd gelegen binnen de provinciale Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Na de wetswijziging in 2007 zijn deze gebieden ingeperkt tot de zeer kwetsbare gebieden. De nieuwe Wav bepaalt dat Provinciale Staten van de provincies de zeer kwetsbare gebieden moeten aanwijzen. De criteria die gebruikt zijn staan in de toelichting bij het PS besluit (2007/053405). De criteria hebben betrekking op de omvang en voor ammoniak gevoelige ecologische waarde van het gebied. In een aparte relationele tabel, onder de naam wav_afwegingcrit staan de ecologische onderzoeksresultaten die bij deze afweging een rol hebben gespeeld. Een belangrijk criterium voor deze gebieden is dat ze gelegen zijn binnen de Ecologische Verbindingszone. De herbegrenzing van de EHS op 3 juli 2013 en de partiele herziening van 2 september 2013 hebben geleid tot wijziging van de begrenzing van de zeer kwetsbare gebieden. Ook zijn in de kaart de gebieden opgenomen die zijn vervallen als zeer kwetsbaar gebied. Hierbij is aangeven of het wijziging is naar aanleiding van een besluit van Provinciale Staten of een wijziging naar aanleiding van de aanpassing van de EHS.

  • Archeologische gebieden. Onderdeel van de kaart Archeologische gebieden. Gebieden met archeologische waarden en monumenten die bekend zijn op basis van vondsten. Archeologische waarden zijn overblijfselen (in het landschap) van menselijke activiteiten uit het verleden. Voor essen als archeologische gebieden is er een gerelateerde dataset (zie archeol_es_polygon). De kaart kan worden gebruikt bij het ontwikkelen van een visie op ruimtelijke plannen van regionale of provinciale aard.

  • Archeologische essen. Onderdeel van de kaart Archeologische gebieden. Gebieden met archeologische waarden en monumenten die bekend zijn op basis van vondsten. Archeologische waarden zijn overblijfselen (in het landschap) van menselijke activiteiten uit het verleden. Voor overige archeologische gebieden is er een gerelateerde dataset (zie archeol_geb_polygon). De kaart kan worden gebruikt bij het ontwikkelen van een visie op ruimtelijke plannen van regionale of provinciale aard.

  • Met de Wet ammoniak en veehouderij beperkt het Rijk de ammoniakuitstoot en daarmee de verzuring in de omgeving van natuurgebieden. De provincie Groningen heeft op basis van deze wet de voor ammoniak gevoelige gebieden aangewezen (zie Omgevingsverordening 2016). In deze zeer kwetsbare gebieden en in een bufferzone van 250 meter daar omheen mogen zich geen nieuwe veehouderijen vestigen en zijn de uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande veehouderijbedrijven beperkt. Deze dataset is opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie 2016-2020 en de Omgevingsverordening 2016.

  • Bestand met de gebieden in Gelderland waar steenkoolgas (methaangas) in de bodem aanwezig is. De meest recente informatie over het voorkomen van steenkoolgas in Gelderland is te vinden op de website van het Nederlandse olie- en gasportaal http://www.nlog.nl. In 2009 heeft een controle plaatsgevonden op de gegevens waaruit is gebleken dat de inhoud nog steeds geldend is.

  • De robuuste verbindingen en ecologische verbindingszones zijn essentiele onderdelen van de EHS (Ecologische Hoofdstructuur), maar traces en de invulling is nog niet overal afgerond. Om die reden staan ze gearceerd op de EHS-kaart. De spelregels gelden niet voor het gearceerde gebied, met uitzondering van de natuurgebiedjes eronder. Zij zijn onderdeel van de EHS. Als de invulling van de verbindingen is afgerond, komt dat resultaat op de EHS-kaart. De volgende gegevens zijn gebruikt voor de verbindingszones:De robuuste verbindingen en de beekdalen met natuurontwikkeling als ecologische verbindingszone (POPII, kaart 3.) en de zoekgebied EVZ (gele gebieden uit rapport Goed op Weg 2007).

  • De kaden die zijn aangewezen door Provinciale Staten als regionale waterkering.