Zoeken
 
From 1 - 10 / 70
  • Hoogtebeperkingengebied Schiphol, zoals aangewezen in het LIB art 2.2.2, beperkingengebied externe veiligheid LIB art 2.2.1 lid 3 en beperkingengebied geluid LIB art 2.2.1 lid 4 2.2 Beperkingengebieden In het LIB zijn sinds de inwerkingtreding in 2003 al vier beperkingengebieden opgenomen. De ligging van deze vier beperkingengebieden wordt met dit wijzigingsbesluit niet gewijzigd. Met dit wijzigingsbesluit is hier wel een vijfde gebied aan toegevoegd: het zogenoemde 20Ke-gebied uit de Nota Ruimte. Dit is gedaan om de juridische doorwerking te continueren, zoals aangegeven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De regels zijn er op gericht om binnen dit vijfde gebied enerzijds voldoende ruimte te laten voor de ontwikkeling van de mainport Schiphol en anderzijds om (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk te maken. Beide dienen het nationaal belang. Vanwege consistentie is de 20Ke-contour aangehouden als geografische afbakening van dit planologische «afwegingsgebied». De ligging van dit planologische afwegingsgebied komt overeen met het planologische gebied in de Nota Ruimte. Door de benaming roept de »20Ke» associaties op met de geluidcontouren waar deze van oorsprong op gebaseerd is. Daarom wordt in dit besluit dit gebied «planologisch afwegingsgebied» genoemd en niet geduid als een geluidcontour. De regels binnen de vijf beperkingengebieden worden toegelicht in hoofdstuk 4.

  • In Gelderland gelegen vaarwegen naar vaarklassen.

  • Het bestand geeft de resultaten van een studie naar aardkundig waardevolle gebieden in Gelderland weer. Gebieden zijn waardevol vanwege hun geomorfologie, geologie en/of bodem, en/of de samenhang met ecologie, cultuurhistorie, waterkwaliteit en/of landschapsbeeld. Gegevensinwinning dateert uit 1978 / 1986 en is gebruikt in 1996 voor berekeningen. Deze zijn uitgevoerd door het bureau Syncera in 2004.

  • De kaart geeft informatie over bodemkundige, geologische, geo-hydrologische en geomorfologische waardevolle objecten en/of processen in Zuid-Holland. Bestaande databronnen en inventarisaties zijn beoordeeld in een expert judgement december 1999. Begrenzing van gebieden is in oktober 2004 afgestemd met de Nationale Beleidskaart Aardkundige Waarden (Alterra, IKC - LNV). In 2006 opgenomen in de Bodemvisie, alleen de nationale en internationale waarden.

  • Het bestand bevat historische lijnelementen in het Gelderse cultuurlandschap. Historische lijnelementen maken deel uit van de culturele infrastructuur. Het stelsel van infrastructurele lijnelementen zorgt voor fysieke samenhang in het landschap en is vaak de ontginningsbasis voor ruimtelijke ontwikkelingen. Waterlopen, dijken en kaden, wegen en spoorwegen, zichtassen zijn de lijnelementen in het bestand.

  • Het bestand bevat de grondwatertrappen gebaseerd op de gemiddelde grondwaterstand voor de situatie in 2003 voor het gebied Veluwe/Vallei en Eem en Rijn en IJssel aangevuld met Grondwatertrappen - bodemkaart voor Rivierenland. Het grondwaterstandsverloop wordt gekarakteriseerd met de Gemiddeld hoogste (GHG), de gemiddelde voorjaars- (GVG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). GHG's en GLG's worden gecombineerd tot zogeheten grondwatertrappen (Gt's), die op kaarten worden weergegeven (Van der Sluijs, 1990).

  • Fysisch-geografisch landschappen in Overijssel. Dit bestand is gemaakt door Stichting Het Oversticht. In dit bestand zijn de volgende landschapstypen te onderscheiden: dekzandlandschap, hoogveenlandschap, laagveenlandschap, rivier- en beekdallandschap, stuwwal- en keileemlandschap en zeekleilandschap. Gegevens van de gemeente Staphorst zijn niet opgenomen in dit bestand.

  • Vindplaatsen van Geelsterren (Weidegeelster, Akkergeelster en Bosgeelster) in Gelderland. Deze vrij zeldzame, vroegbloeiende en weer vroeg in het seizoen verdwijnende plantensoorten worden bij het gangbare vegetatie-onderzoek van de Provincie meestal gemist. In 2001 kon het normale veldonderzoek niet plaatsvinden toen natuur- en landbouwgebieden waren afgesloten als gevolg van de MKZ-crisis. In plaats daarvan is toen onderzoek gedaan op publieke terreinen zoals wegbermen en begraafplaatsen, en in particulieren tuinen. Van alle vindplaatsen is tevens de complete soortensamenstelling vastgelegd in een vegetatie-opname. De kolom "opname_nr" verwijst naar het opname-nummer in dataset Vegetatie-opnamen.

  • In de huidige versie van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) zijn AMK-terreinen die een dorpskern betreffen, en waarvan de begrenzingen nog onzeker zijn, opgenomen als symbolen. De begrenzingen van de terreinen zullen in de komende tijd in de FAMKE worden opgenomen. Het is raadzaam om als een geplande ingreep of nieuw op te stellen bestemmingsplan dit symbool omvat of zich in de nabijheid ervan bevindt, de precieze begrenzing van een dergelijk terrein op te vragen bij de provinciaal archeoloog. De provincie adviseert overigens in geval van deze dorpskernen overeenkomstig de ‘gewone’ AMK-terreinen.

  • Geografische grenzen van ontgrondingsaanvragen met het Zaak-nummer als identificatiecode.