Zoeken
 
From 1 - 10 / 31
  • De voortgang per verdrogingsbestrijdingsproject, stand van zaken 2003. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Kaart met bodemopbouw in het buitengebied.

  • Dit bestand bevat de locaties van oude verhoogde woongronden (cultuurlagen) in het rivierengebied. Een cultuurlaag ook wel archeologische laag genoemd is een verschijnsel dat met name voorkomt in nederzettingsterreinen in holoceen Nederland. Deze laag is ontstaan door vermenging van bewoningsresten (aardewerk, hout en ander organisch materiaal) met het substraat van het loopvlak. Onder de cultuurlaag is het sporenniveau meestal goed bewaard gebleven. In een gutsboor is deze te herkennen als een humusachtige laag, waarin houtskooldeeltjes aanwezig zijn.

  • Kaartlaag met inventarisatie storten en ophogingen in het landelijk gebied en in gebieden ontstaan na 1960.

  • Kaart met globale historische ontwikkeling van de bebouwing in Zaanstad.

  • Het bestand bevat de veranderingen in landgebruik tussen 1986 en 2000. Eenheden kleiner dan 5 ha komen niet voor. Het bestand geeft de veranderingen in CORINE landgebruik weer tussen het CLC00 en CLC90 bestand. referenties: 1.Hazeu, G.W. CORINE Land Cover database of the Netherlands. Monitoring Land Cover Changes between 1986 and 2000. Alterra, the Netherlands 2. Thunnissen, H.A.M. and Middelaar, H.J. van, 1995. The CORINE Land Cover database of the Netherlands. Final report of the CORINE Land Cover project in the Netherlands. Report 78. Alterra, the Netherlands 3.EEA and ETC-TE, 2002. CORINE Land Cover update I&CLC2000 project. Technical Guidelines. Final Version. EEA, Denmark

  • Kaartlaag met inventarisatie slootdempingen in het landelijk gebied en in gebieden ontstaan na 1960.

  • Het bestand bevat de mate van zettingsgevoeligheid van de bodem van Gelderland. Zetting is het proces waar grond onder invloed van een belasting wordt samengedrukt. Hierbij worden water en lucht uit de poriën geperst.

  • Dit bestand wordt gezien als de 2003 versie 2 / 19 mei 2003. Habitat_2003 is het definitieve bestand voor de aan te melden habitatrichtlijngebieden in mei 2003, op basis ontwerplijst met gebieden die is vastgesteld in de Ministerraad van 14 februari 2003. Met deze lijst van gebieden wordt in voldoende mate tegemoetgekomen aan de verwachtingen van de Europese Commissie. Voor alle habitattypen en soorten waarvoor Nederland verantwoordelijk is, worden juist voldoende gebieden aangemeld. Van 19 februari tot en met 18 maart 2003 heeft de openbare procedure plaatsgevonden in het kader van de aanmelding van Habitatrichtlijngebieden bij de Europese Commissie. Tijdens deze openbare procedure zijn betrokkenen in Nederland in de gelegenheid gesteld te reageren op de ontwerplijst met 134 gebieden, alsmede op bijbehorende documenten en gebiedskaarten. De ontwerplijst van gebieden is totstandgekomen na een zorgvuldige selectie, op basis van ecologische criteria. Deze selectiecriteria zijn gebaseerd op de Habitatrichtlijn en op de nadere invulling die daaraan door de Commissie in Europees verband is gegeven. De selectiecriteria zijn in twee stappen toegepast. Ten eerste: voor ieder habitattype en voor iedere soort waarvoor Nederland een verantwoordelijkheid heeft, die op de zogenoemde referentielijst staan, zijn de belangrijkste gebieden geselecteerd. Voor prioritaire habitattypen en prioritaire soorten wordt een hoger aantal gebieden gehanteerd dan voor niet-prioritaire typen en soorten. In de tweede stap is vastgesteld of daarmee voldoende oppervlakte per habitattype of soort wordt aangemeld. De norm hiervoor verschilt per habitattype en per soort, afhankelijk van de mate waarin de soort onder druk staat en de mate waarin bescherming nodig is. Bovendien is bekeken of de geografische spreiding over Nederland evenwichtig is en of er voldoende wordt aangesloten bij Natura 2000 gebieden over de grens. De gehanteerde selectiemethode betekent dat Alterra één gebied voor meerdere habittattypen en/of soorten het belangrijkste gebied kan zijn. In de regel geldt ook dat niet alle gebieden waar deze habitattypen en soorten voorkomen worden voorgesteld als Natura 2000 gebied. Bij de begrenzing van de gebieden is scherp gekeken naar het voorkomen van de waarden waarvoor het gebied wordt geselecteerd of aangemeld en de mate waarin een bijdrage kan worden geleverd aan voldoende oppervlak. Verder is de begrenzing zoveel mogelijk aangepast aan de bestaande begrenzingen van beschermde natuurmonumenten, bestaande Vogelrichtlijngebieden, Ecologische hoofdstructuur en eigendomssituatie van terreinbeherende organisaties.

  • Het LGN4 bestand is een rasterbestand met een resolutie van 25 meter waarin 39 vormen van landgebruik zijn onderscheiden. In het bestand worden de belangrijkste landbouwgewassen, een aantal natuurklassen en stedelijke klassen onderscheiden. Het bestand is vervaardigd met behulp van satellietbeelden van 1999 en 2000 en andere relevante ruimtelijke informatie. Landgebruiksbestanden. LGN1 en LGN2 waren nog experimentele bestanden met beperkte nauwkeurigheid en duidelijke tekortkomingen. In LGN3 zijn deze tekortkomingen grotendeels opgelost en met LGN3plus is de bruikbaarheid van het bestand voor toepassingen op het gebied van natuur en ecologie sterk verbetert. Met het LGN4-bestand is een nieuwe stap gezet met het uitbreiden van de toepassingsmogelijkheden van het LGN-bestand. Belangrijke verbeteringen die doorgevoerd zijn in het LGN4-bestand zijn een koppeling van de landbouwgewassen aan TOP10-vector en de mogelijkheid om veranderingen in landgebruik op te sporen, die zich in de periode 1995-2000 hebben voorgedaan. De vorige versies van het LGN-bestand werden geleverd als één enkel rasterbestand. Door de nieuwe mogelijkheden bestaat het LGN4-bestand echter niet uit een enkel rasterbestand, maar vormt het een collectie van bestanden.