From 1 - 10 / 31
  • Locaties met peilbuizen voor meting grondwaterstand op verschillende dieptes. Af en toe toevoeging of verwijdering enkele meetpunten

  • Voorspelde fout van Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) t.o.v het locale maaiveld in de Provincie Noord-Brabant. De waarden per gridcel geven de voorspelde fout van de GHG aan in cm.

  • "Eenvoudige typering van het waterregime voor het overige landbouwgebied" gebruikt in de IHS-versie3 (Integraal Hydrologisch Streefbeeld). Nat: Wateroverlast in het voorjaar, geen droogte in de zomer: Gronden met GT I,II,II*,III in de huidige situatie Middel: (Beperkt) wateroverlast in het voorjaar en (beperkt) verdroging in de zomer: Gronden met GT III*,IV,V,V* in de huidige situatie Middel met kans op natschade bij herstel van het watersysteem: Gronden met GT III*,IV,V,V* in de huidige situatie en kans op natschade bij herstel van het watersysteem Droog: Geen wateroverlast in het voorjaar, droogte in de zomer: Gronden met GT VI.VII,VII* in de huidige situatie Droog met kans op natschade bij herstel van het watersysteem: Gronden met GT VI.VII,VII* in de huidige situatie en kans op natschade bij herstel van het watersysteem

  • Voorspelde fout van Gemiddeld Voorjaars Grondwaterstand (GVG) t.o.v het locale maaiveld in de Provincie Noord-Brabant. De waarden per gridcel geven de voorspelde fout van de GVG aan in cm.

  • Dit kaartbeeld laat een globaal beeld zien van de geschatte gemiddelde (stikstof)belasting in het oppervlaktewater (situatie periode 2030 - 2040) bij voortzetting van het mestbeleid (op basis van MINAS verliesnormen; situatie eind jaren negentig) en de huidige hydrologische situatie. Norm oppervlaktewater: 2,2 mg N/l dit is het Maximaal Toelaatbare Risico: MTR

  • Bestand met terpen in Fryslân.

  • Grenscontouren van het pleistocene landschap in Fryslân (3m-NAP).

  • Bestand met dobben in Fryslân. Dit zijn depressies (kommen) in het Pleistocene landschap, geheel of gedeeltelijk gevuld met veen en gyttja. In de dobben, die door de mens zijn uitgeveend, komen meertjes voor. De dobben kunnen deflatiekommen zijn, d.w.z uitgeblazen kommen, ontstaan binnen het dekzandlandschap. Deze kommen zijn meestal niet dieper dan 3 meter.

  • Grenscontouren van het veenlandschap (2m-maaiveld) in Fryslân.

  • Dit kaartbeeld laat een globaal beeld zien van de geschatte gemiddelde (fosfaat)belasting in het oppervlaktewater (situatie periode 2030 - 2040) bij voortzetting van het mestbeleid (op basis van MINAS verliesnormen; situatie eind jaren negentig) en de huidige hydrologische situatie. Norm oppervlaktewater: 0,15 mg P/l; dit is het Maximaal Toelaatbare Risico: MTR