From 1 - 10 / 28
  • Uitvoering regio specifiek pakket (RSP) (OGV, 2010), kaart 1 (Omgevingsvisie).

  • Inventarisatie t.b.v. Landelijke rapportage van verdroogde natuurgebieden en projecten verdrogingsbestrijding. Gegevens eveneens gebruikt voor de "Verdrogingskaart 2000 van Nederland". (Peildatum 1-7-2000).

  • Indeling van Drenthe in gebieden die door 1 muskusrattenvanger worden onderhouden.

  • Ligging van beekleem en keileem in de provincie Drenthe. Deze leemsoorten zijn -als zijnde slechtdoorlatend- van invloed op onder andere de waterhuishouding van de bodem. De ligging en vorm van de leemlagen zijn het resultaat van aardkundige processen.

  • Een Fysisch-Geografische Eenheid wordt gekenmerkt door een specifieke combinatie van geologie/ geomorfologie: bodem; grond- en oppervlaktewater. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • De indicatieve kaart van Archeologische Waarden geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage verwachtingswaarde. Deze waarden geven aan of de kwantiteit van de te verwachten archeologische resten hoog, gemiddeld of laag is. Gebieden met een lage verwachting hoeven niet leeg te zijn. De gebruikte analysemethode en de stand van kennis van locatiekenmerken maakt dat de aanwezigheid van bepaalde verschijnselen zoals heiligdommen, resten van agrarische systemen en depotvondsten moeilijk of niet voorspelbaar is.

  • Ligging van watermolens in de afgelopen 8 eeuwen. Omdat in de loop van de tijd watermolens zijn verdwenen en zijn bijgebouwd gaat het om een totaal beeld en niet om een momentopname.

  • Overstroomd gebied als gevolg van de watersnoodramp in 1953.

  • Gebieden waar oppervlaktewater tijdelijk geborgen kan worden.

  • Het bestand geeft informatie over de bodem-fysische gelaagdheid in het bodemprofiel tot ca. 1.20 meter diepte. Er worden 23 verschillende eenheden onderscheiden. Elke eenheid representeert een bodemprofiel met een specifieke gelaagdheid. Aan de afzonderlijke bodemlagen in het bodemprofiel kunnen bodemfysische kenmerken uit de Staringreeks worden gekoppeld. De ligging van deze eenheden is afgeleid van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hiervoor zijn de eenheden van de bodemkaart geclusterd naar de 23 verschillende bodem-fysische eenheden. De indeling is in 1985 aanvankelijk ontwikkeld op basis van de eenheden van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 250 000 voor de z.g.n. PAWN-studies (Policy Analysis for the Watermanagement of the Netherlands)