Zoeken
 
From 1 - 10 / 29
  • Uittredend grondwater dat in sloten terechtkomt. Op basis van het verschil tussen het slootpeil en de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket. Aangemaakt door het NITG-TNO op basis van de sloten en greppels uit het top10vectorbestand (TDN, 1997?), het Actueel Hoogtebestand Nederland (RWS-MD, 1999) en de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket (REGIS, 1998)

  • Gebieden die in het verleden zijn overstroomd door oorlogshandelingen in 1940-1945.

  • Overstroomde gebieden bij overlaten, bij de westelijke overlaten Bokhovensche en de Baardwijkse overlaten en bij de overlaten voor het gebied van de Beersche Maas.

  • Een Fysisch-Geografische Eenheid wordt gekenmerkt door een specifieke combinatie van geologie/ geomorfologie: bodem; grond- en oppervlaktewater. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • De indicatieve kaart van Archeologische Waarden geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage verwachtingswaarde. Deze waarden geven aan of de kwantiteit van de te verwachten archeologische resten hoog, gemiddeld of laag is. Gebieden met een lage verwachting hoeven niet leeg te zijn. De gebruikte analysemethode en de stand van kennis van locatiekenmerken maakt dat de aanwezigheid van bepaalde verschijnselen zoals heiligdommen, resten van agrarische systemen en depotvondsten moeilijk of niet voorspelbaar is.

  • Stijghoogte in het watervoerend pakket 1. Bepaald aan de hand van stijghoogtegegevens van april 1995. Bron: REGIS (1998).

  • Overstroomd gebied ten behoeve van de verdediging van Nederland in oorlogstijd.

  • Stroomgebieden van waterlopen met een natuurfunctie (vrij afwaterend) berekend op basis van de hoogteligging van het maaiveld (AHN (RWS-MD, 1999)). Aangemaakt door NITG-TNO.

  • Het bestand geeft informatie over de bodem-fysische gelaagdheid in het bodemprofiel tot ca. 1.20 meter diepte. Er worden 23 verschillende eenheden onderscheiden. Elke eenheid representeert een bodemprofiel met een specifieke gelaagdheid. Aan de afzonderlijke bodemlagen in het bodemprofiel kunnen bodemfysische kenmerken uit de Staringreeks worden gekoppeld. De ligging van deze eenheden is afgeleid van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hiervoor zijn de eenheden van de bodemkaart geclusterd naar de 23 verschillende bodem-fysische eenheden. De indeling is in 1985 aanvankelijk ontwikkeld op basis van de eenheden van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 250 000 voor de z.g.n. PAWN-studies (Policy Analysis for the Watermanagement of the Netherlands)

  • Diepteligging (in m+NAP) van het grensvlak waar het chloridegehalte van het grondwater 150 mg/l bedraagt. Bron: REGIS (1998). Kennis over de diepteligging van het zoet-zout grensvlak is noodzakelijk bij het installeren van putten voor drinkwater, agrarisch of industrieel gebruik. Dit geldt voor installaties waar het grond-water ook daadwerkelijk wordt gebruikt voor bijvoorbeeld vee-drinkwater, beregening, viskwekerijen etc. maar ook voor gesloten systemen zoals koude of warmteopslag.