From 1 - 10 / 19
  • Inventarisatie t.b.v. Evaluatie convenant verdrogingsbestrijding van verdroogde natuurgebieden en projecten verdrogingsbestrijding. Actiekaart. (Peildatum 1-7-1999)

  • Waterschadegebied op grond van de WTS (Wet Tegemoetkoming Schade bij rampen en zware ongevallen). N.B.: Langs de oevers van de Drentse Aa is gewerkt met een berekende zone van 200 meter.

  • Vastgestelde geluidscontouren van de gezoneerde industrieterreinen in Noord-Brabant. Bestand dateert van 1999, maar is nog voor het grootste deel actueel. Wordt in 2014 geactualiseerd.

  • Relatienotagebieden. De items uit de vorige versie zijn naar een landelijke norm ingedeeld waardoor items zijn verdwenen, aangepast of erbij gekomen.

  • Een bestand met de gebieden met de cultuurhistorisch gezien meest waardevolle gebieden in Overijssel. De onderverdeling is gemaakt tussen de waardevolle oude ontginningslandschappen en de waardevolle jongere ontginningslandschappen. Het onderzoek is uitgevoerd door Bureau Landview.

  • Een bestand bestaande uit rivieren, kanalen, meren en plassen in de provincie Overijssel. Dit bestand zal worden vervangen door een algemeen bestand met de wateren in Overijssel, gerelateerd aan de Top10-vector. Deze dataset wordt onder andere gebruikt in de standaard layout voor vervaardiging van kaarten.

  • Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW). Dit landelijk bestand is het resultaat van een rekenkundige bewerking op basis van een model van de ROB (Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek). Uitgangspunt bij de vervaardiging van de IKAW is dat er een verband bestaat tussen de bodemgesteldheid en activiteiten van mensen in het verleden, zoals bijvoorbeeld akkerbouw. Op grond daarvan is op de IKAW aangegeven hoe groot de kans is om bij de uitvoering van plannen op archeologische resten te stuiten.

  • Grens van het gebied Dwingelderveld waarop gebiedscoordinatie van toepassing is. (Dataset niet compleet)

  • Het LGN3-monitoringsbestand is een rasterbestand met een resolutie van 25 meter. Dit bestand biedt de mogelijkheid om veranderingen in landgebruik, die in de periode 1995-2000 hebben plaatsgevonden, op een eenvoudige en betrouwbare manier op te kunnen sporen.