From 1 - 10 / 164
  • CORINE Land Cover 2012 database of the Netherlands. Land cover of the Netherlands in 2012 based on satellite imagery in combination with ancillary data with reference date around 2012. Land cover mapping according to the CLC class descriptions with minimum mapping unit 25ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • CORINE Land Cover change (2006-2012) database of the Netherlands. Monitoring of CLC land cover changes between 2006 and 2012 with a minimum mapping unit (MMU) of 5ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • CORINE Land Cover 2006 database of the Netherlands (revised). Land cover of the Netherlands in 2006 based on satellite imagery in combination with ancillary data with reference date around 2006. Land cover mapping according to the CLC class descriptions with minimum mapping unit 25ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • Vrijwel alle bevaarbare waterwegen en meren zijn door ingenieursbureau MUG ingemeten op diepte. De meren met raaien om de 250 meter, de vaarwegen met een lengteraai en dwarsraaien om de 250 meter. Ook zijn de Marrekrite-ligsteigers ingemeten alsmede zoveel mogelijk overige steigers.

  • Betonning van vaarwegen in Fryslân, onder provinciaal beheer. Bevat onder andere de locatie van boeien en lichtopstanden (vaste bakens).

  • De kaart beeldt samenhangende landschappelijke en cultuurhistorische structuren uit. Legenda-elementen zoals kwelderwallen, terpen, bebouwingsstructuren en verkavelingsrichting bepalen gezamenlijk de landschappelijke en cultuurhistorische structuur van een gebied. De kaart heeft een indicatief karakter. De kaart bestaat uit een punten-, een lijnen- en een vlakkenstand. Onderhavig bestand betreft het puntenbestand.

  • Het rijk geeft de provincies in het ontwerp van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening de opdracht regels op te nemen voor bundeling van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze dienen in eerste instantie plaats te vinden in bestaand stedelijk gebied. Als toch nieuw ruimtebeslag nodig is, kan dit alleen daar waar er gelet op de ruimtelijke kwaliteiten verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen binnen de in de Verordening ruimte aangewezen zoekgebieden voor verstedelijking . Onder voorwaarden is stedelijke ontwikkeling ook mogelijk in gebieden met bijzondere landschappelijke kwaliteiten, de zogenaamde (zoek)gebieden integratie stad-land. In deze gebieden kan stedelijke ontwikkeling plaatsvinden in samenhang met groene landschapsontwikkelingen. Door middel van nadere regels c.q. een ontheffing van Gedeputeerde Staten kan per gebied integratie stad-land maatwerk geleverd worden voor de vorm waarin zo’n samenhangende gebiedsontwikkeling gestalte kan krijgen. Als uitgangspunt voor het bepalen hebben de zoekgebieden gediend die waren opgenomen in de Uitwerkingsplannen. Deze zijn geactualiseerd naar aanleiding van tussentijdse gerealiseerde ontwikkelingen en nieuwe bestuurlijke afspraken. De objecten in dit bestand zijn vastgesteld op de schaal 1:50.000.

  • Interlokale utilitaire hoofdfietsroutes van en naar woonkernen met meer dan 5000 inwoners. De fietsroutes zijn ingedeeld in vier categorieën: beheer Provincie Utrecht, gemeente, liggend buiten de provincie Utrecht en gewenst.Er vindt geen actualisatie van de data plaats. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Categories  

    Dit is de dataset ten behoeve van gegevensverstrekking door INSPIRE voor het thema 'Menselijke gezondheid en veiligheid'. Deze dataset is gebaseerd op gegevens afkomstig uit BRO-VPTP (Van Peilbuis tot Portal, release 2), hierin zijn relevante grondwaterkwaliteitsdata uit een deel van het KRW monitoringprogramma (te weten: de subset Kwaliteit Regionaal) opgenomen (KRW=Kaderrichtlijn Water). In de dataset 'Grondwatersamenstellinggegevens Kaderrichtlijn Water meetronde 2012 onder INSPIRE' is weer een selectie van de gegevensverzameling in BRO-VPTP opgenomen. Metingen t.b.v. de KRW worden uitgevoerd in meetpunten die zijn vastgelegd in provinciale KRW-meetnetten. Per parameter wordt in het monitoringsprogramma vastgelegd met welke frequentie een parameter wordt bepaald. Een verzameling meetresultaten uit 1 jaar vormt een meetronde in BRO-VPTP. De dataset 'Grondwatersamenstellinggegevens Kaderrichtlijn Water meetronde 2012 onder INSPIRE' bestaat uit grondwaterkwaliteitgegevens uit de meetronde 2012. Het bevat de metingen van in het laboratorium gemeten parameters uit het monitoringsprogramma gebaseerd op de KRW. De metingen zijn door bronhouders beoordeeld volgens het (RIVM-)protocol om te bepalen of een meting als representatief mag worden beschouwd voor de KRW-rapportage. De benaming van gemeten parameters is overgenomen uit BRO-VPTP. Parameternamen in BRO-VPTP zijn gebaseerd op de 'Aquo parameterlijst Grondwaterkwaliteit'. Iedere gemeten parameter is voorzien van de gemeten waarde (inclusief eenheid), de dag waarop het grondwater is bemonsterd en de locatie van het meetpunt. De geanalyseerde monsters zijn genomen uit het eerste watervoerend pakket (ondiep) uit een put of een bron in een meetnet. Rapportage monitoring grondwaterkwaliteit onder de KRW.

  • Categories  

    Dit is de dataset ten behoeve van gegevensverstrekking door INSPIRE voor het thema 'Menselijke gezondheid en veiligheid'. Deze dataset is gebaseerd op gegevens afkomstig uit BRO-VPTP (Van Peilbuis tot Portal, release 2), hierin zijn relevante grondwaterkwaliteitsdata uit een deel van het KRW monitoringprogramma (te weten: de subset Kwaliteit Regionaal) opgenomen (KRW=Kaderrichtlijn Water). In de dataset 'Grondwatersamenstellinggegevens Kaderrichtlijn Water meetronde 2012 onder INSPIRE' is weer een selectie van de gegevensverzameling in BRO-VPTP opgenomen. Metingen t.b.v. de KRW worden uitgevoerd in meetpunten die zijn vastgelegd in provinciale KRW-meetnetten. Per parameter wordt in het monitoringsprogramma vastgelegd met welke frequentie een parameter wordt bepaald. Een verzameling meetresultaten uit 1 jaar vormt een meetronde in BRO-VPTP. De dataset 'Grondwatersamenstellinggegevens Kaderrichtlijn Water meetronde 2012 onder INSPIRE' bestaat uit grondwaterkwaliteitgegevens uit de meetronde 2012. Het bevat de metingen van in het laboratorium gemeten parameters uit het monitoringsprogramma gebaseerd op de KRW. De metingen zijn door bronhouders beoordeeld volgens het (RIVM-)protocol om te bepalen of een meting als representatief mag worden beschouwd voor de KRW-rapportage. De benaming van gemeten parameters is overgenomen uit BRO-VPTP. Parameternamen in BRO-VPTP zijn gebaseerd op de 'Aquo parameterlijst Grondwaterkwaliteit'. Iedere gemeten parameter is voorzien van de gemeten waarde (inclusief eenheid), de dag waarop het grondwater is bemonsterd en de locatie van het meetpunt. De geanalyseerde monsters zijn genomen uit het eerste watervoerend pakket (ondiep) uit een put of een bron in een meetnet. Rapportage monitoring grondwaterkwaliteit onder de KRW.