Zoeken
 

publicationDateYear

2002

27 record(s)

 

License

Type of resources

protocol

Years

revisionDateYears

publicationDateYears

From 1 - 10 / 27
  • Bestand met verdwenen en bestaande spoorwegen in Fryslân.

  • Bestand met verdwenen en huidige sluizen almede het type sluis. Sluizen, of zijlen, zijn kunstmatige waterlozingspunten en punten voor watertoevoer. De bouw ervan hangt samen met het afsluiten van gebieden van het boezem- of zeewater door middel van dijken. De Friese boezem is aanvankelijk waarschijnlijk één stelsel geweest van met elkaar in verbinding staande wateren, maar vanaf de late middeleeuwen begon men scheidingen aan te brengen door middel van sluizen en werd de boezem in kleinere boezems verdeeld. Er worden verschillende typen sluizen onderscheiden: duikersluis of pomp; verlaat of schutsluit, zijl of uitwateringssluis.

  • Historisch bestand met locaties waar in de geschiedenis kleiwinning heeft plaatsgevonden. De voor de kleiwinning geschikte gebieden werden perceelsgewijs afgeticheld (gemiddeld zo'n 60 centimeter) en daarmee werd hun maaiveld sterk verlaagd, waardoor ze goed herkenbaar in het landschap liggen, tussen de niet afgegraven hoger gelegen percelen. Meerdere honderden hectares kleiland moeten aldus in de loop der eeuwen zijn afgegraven. De kleiwinning langs de (voormalige) zeedijken houdt verband met uiteenlopende fasen van dijkaanleg en -verzwaring, waarvoor de benodigde klei zoveel mogelijk in de onmiddellijke omgeving werd gestoken. Een aantal van deze 'dyks-delten' of dijkputten is thans als natuurgebied in beheer.

  • Bestand met de aardkundige periode-indeling in Fryslân. De periode van vorming (tijd) is een belangrijk criterium voor het indelen in hoofdlandschappen, evenals de inbreng van mensen, ook wel antropogeen landschap genoemd. De volgende drie hoofdlandschapstypen zijn weergegeven op de kaart 'Periode-indeling': antropogene landschapselementen, holocene landschap, pleistocene landschap.

  • Bestand met verdwenen molens en type molen. De bestaande molens zijn opgenomen in de bestanden Rijksmonumenten en Jongere Bouwkunst.

  • Bestand met dobben in Fryslân. Dit zijn depressies (kommen) in het Pleistocene landschap, geheel of gedeeltelijk gevuld met veen en gyttja. In de dobben, die door de mens zijn uitgeveend, komen meertjes voor. De dobben kunnen deflatiekommen zijn, d.w.z uitgeblazen kommen, ontstaan binnen het dekzandlandschap. Deze kommen zijn meestal niet dieper dan 3 meter.

  • Bestand met historische jaagpaden en trekwegen. Deze wegen zijn oorspronkelijk bedoeld om binnenschepen voort te trekken. In het begin door mankracht, later door trekdieren. Het stelsel van kanalen en gekanaliseerde waterwegen met jaagpaden op de kruin van de dijk kwam tot volle ontwikkeling in de 17de en 18de eeuw. Het verschil tussen een jaagpad en een trekweg ligt in de breedte van het dwarsprofiel van het begaanbare deel langs de waterweg. Langs de paden staan op sommige plaatsen nog rolpalen om een schip door een bocht of uit de monding van een haven te trekken (Haulerwijk, Stavoren).

  • Bestand met natuurlijke en voormalige natuurlijke waterlopen. In eerste instantie dienden alle wateren in Fryslân de natuurlijke afwatering, of maakten er althans een onderdeel van uit. Rivieren, natuurlijke geulen en prielen, zeearmen, meren en meerstallen (waterplassen in een hoogveengebied) behoorden ertoe. Deze wateren met een natuurlijke oorsprong zijn opgenomen op de kaart, zowel de nog bestaande als de inmiddels verdwenen waterlopen. Om de afwatering en de mogelijkheden voor transport te verbeteren zijn veel natuurlijke waterlopen in de loop der tijd gekanaliseerd.

  • Bestand met de historische droogmakerijen. Een droogmakerij is een polder die is ontstaan door het droogleggen van een door de natuur of door de zelnering dan wel turfwinning gevormd meer. De fraaiste droogmakerijen vinden we ten zuiden van Leeuwarden in de vorm van de Grutte Wergeaster Mar en het Hempensermeer. De meeste voormalige plassen die als droogmakerijen worden aangeduid zijn dankzij een verbeterde bemaling in de directe omgeving of door aftapping drooggevallen.

  • Bestand met kruinige percelen. Evenals de terpen behoren de kruinige percelen tot het zogeheten 'man-made' reliëf, dat door de mens is opgeworpen. Van oorsprong zijn het akkers die vanaf de randen van de percelen bolrond rondom en naar het midden van de akker zijn geploegd. Het doel was de afwatering te verbeteren en zowel de slempgevoeligheid van de akker als de eventuele verstuiving van de bodem tegen te gaan. Kruinige percelen komen voor op lichte of zavelige kleigronden. Daarmee beperkt deze categorie zich tot de kwelderwallen langs de kust, de voormalige zeeboezems en de hogere delen van de aanwasvlakten.