publicationDateYear

2000

19 record(s)
 
Type of resources
protocol
Years
revisionDateYears
publicationDateYears
From 1 - 10 / 19
  • Stijghoogte in het watervoerend pakket 1. Bepaald aan de hand van stijghoogtegegevens van april 1995. Bron: REGIS (1998).

  • Het bestand geeft informatie over de bodem-fysische gelaagdheid in het bodemprofiel tot ca. 1.20 meter diepte. Er worden 23 verschillende eenheden onderscheiden. Elke eenheid representeert een bodemprofiel met een specifieke gelaagdheid. Aan de afzonderlijke bodemlagen in het bodemprofiel kunnen bodemfysische kenmerken uit de Staringreeks worden gekoppeld. De ligging van deze eenheden is afgeleid van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hiervoor zijn de eenheden van de bodemkaart geclusterd naar de 23 verschillende bodem-fysische eenheden. De indeling is in 1985 aanvankelijk ontwikkeld op basis van de eenheden van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 250 000 voor de z.g.n. PAWN-studies (Policy Analysis for the Watermanagement of the Netherlands)

  • Actuele vergunningsplichtige grondwateronttrekkingen. De grootte en kleur van het symbool representeren de onttrekkingshoeveelheid in 1993. De attribuuttabellen bij de thema's bevatten o.a. nog gegevens over: het type onttrekking, de naam van de exploitant en de vergunningshoeveelheid.

  • Deze kaart geeft de gebieden weer waarbij de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket hoger is dan de freatische voorjaars-grondwaterstand, waardoor er sprake is van een opwaartse grondwaterbeweging. Aangemaakt door NITG-TNO op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (RWS-MD, 1999), Bodemkaart (Sc-dlo, 1963-1984), Stijghoogte in het eerste watervoerend pakket (REGIS, 1998).

  • Gebieden waar oppervlaktewater tijdelijk geborgen kan worden.

  • Gemiddelde slootlengte per ha. Voor een cirkelvormig gebied met een straal van 500 meter.

  • Diepteligging (in m+NAP) van het grensvlak waar het chloridegehalte van het grondwater 150 mg/l bedraagt. Bron: REGIS (1998). Kennis over de diepteligging van het zoet-zout grensvlak is noodzakelijk bij het installeren van putten voor drinkwater, agrarisch of industrieel gebruik. Dit geldt voor installaties waar het grond-water ook daadwerkelijk wordt gebruikt voor bijvoorbeeld vee-drinkwater, beregening, viskwekerijen etc. maar ook voor gesloten systemen zoals koude of warmteopslag.

  • Overstroomd gebied ten behoeve van de verdediging van Nederland in oorlogstijd.

  • Stroomgebieden van waterlopen met een natuurfunctie (vrij afwaterend) berekend op basis van de hoogteligging van het maaiveld (AHN (RWS-MD, 1999)). Aangemaakt door NITG-TNO.

  • Gebieden waarin een bepaald kweltype de overhand heeft afhankelijk van de opbouw van de ondergrond, herkomst van het kwelwater en de wijze van uittreden (in de sloot of aan maaiveld).