From 1 - 10 / 27
  • Gevoeligheid van het grondwater voor alle stofgroepen bepaalt aan de hand van doorbraaktijd en percentage ondiep afstromend grondwater. Te gebruiken om de kwetsbaarheid te kunnen bepalen van de specifieke locatie voor organische microverontreinigingen, bestrijdingsmiddelen en nitraat Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Deze kaart geeft de resulterende ruimtelijke verdeling van de betrouwbaarheid van de kaarten over zettingsgevoeligheid, minimale funderingsdiepte en de geschiktheid voor bouwen weer. In de kaart is de betrouwbaarheid in drie klassen verdeeld, van meest betrouwbaar tot minst betrouwbaar. De betrouwbaarheid van de kaarten is deels afhankelijk van de dichtheid van de gebruikte bodeminformatie. In gebieden met een hoge boordichtheid kan worden verwacht dat de betrouwbaarheid van de kaarten hoger is dan in gebieden met een lage boordichtheid. Bovendien is de boordiepte van belang: een boring die het totale Holocene pakket heeft doorboord geeft meer informatie dan een boring die slechts een deel van dat pakket heeft doorboord. Tegelijkertijd speelt de variatie in de opbouw van de ondergrond een rol. In gebieden waarin de bodemopbouw weinig varieert kan immers met minder boringen worden volstaan dan in gebieden met een heterogene bodemopbouw. Beide factoren zijn in relatie tot elkaar beschouwd. Deze factoren werken door in de betrouwbaarheid van alle o.b.v. het 3D ondergrondmodel geconstrueerde kaarten. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Raster met de diepte van de grondwaterstand in m t.o.v. maaiveld in de zomersituatie Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Deze kaart toont de cumulatieve dikte van de zandlagen in de holocene ondergrond in meters. Deze informatie is gebruikt bij het bepalen van de geschiktheid van de ondergrond in de provincie Utrecht voor (traditioneel) bouwen. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Gemiddeld laagste grondwaterstand t.o.v. het lokale maaiveld. GLG berekeningen zijn uitgevoerd voor 25x25 cellen, afkomstig uit het AHN (Actueel hoogtebestand Nederland) en gebaseerd op veldmetingen met een positie nauwkeurigheid van ongeveer 25 meter. De ruimtelijke dekking is 70%, de provincie Noord-Brabant , de waterschappen Peel en Maasvallei, Reest en Wieden, Rijn en IJssel, Regge en Dinkel, Velt en Vecht en de landbouw percelen in zand en lossgebieden in Nederland. De geldigheidsdatum is van 21-4-2005 t/m 21-4-2010.

  • Deze kaart toont de geschiktheid van de ondergrond in de provincie Utrecht voor (traditioneel) bouwen. De term ‘traditioneel’ duidt op bouwwerken van steen of beton met een fundering op staal of heipalen, en infrastructuur (wegen) zonder paalfundering. Uitgangspunt bij de kartering is dat hoe groter de investering in de fundering zal moeten zijn, en/of hoe hoger de potentiële beheerkosten zijn, des te minder geschikt een locatie wordt geacht. De kaart is een combinatie van de zettingsgevoeligheidkaart en de kaart van de minimale funderingsdiepte. Het beeld van de geschiktheidkaart wordt met name bepaald door de verschillen in zettingsgevoeligheid. Met name in westelijk gelegen veengebieden, die vanwege dikke klei- en veenpakketten zeer zettingsgevoelig zijn, voegt de funderingsdieptekaart ruimtelijke nuances toe. De legenda van de kaart heeft een relatieve schaalverdeling. Evenals ‘zettingsgevoeligheid’ is ‘geschiktheid’ niet in algemeen geldende gekwantificeerde klassen aan te duiden. Dit wordt overigens wel mogelijk wanneer wordt uitgegaan van 1 vastgestelde bouwwijze, waarvoor de geschiktheid gebiedsdekkend wordt bepaald. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Deze kaart geeft de hoogteverandering na belasting ten opzichte van de huidige hoogte van het maaiveld weer. Het patroon dat de kaart toont is vergelijkbaar met het patroon van de zettingsgevoeligheidkaart. Bij de interpretatie van deze kaart moet echter worden bedacht dat dit de resultante is van 1 specifiek modelscenario (opbrengen 1m dik zandpakket, gelijkblijvend waterpeilbeheer). De kaart geeft het gevolg weer van dit specifieke scenario. De kaart kan daarom zeker niet worden gezien als een vervanging van de zettingsgevoeligheidkaart, die fundamentele informatie toont over de potentiële blootstelling aan zetting in de provincie. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Deze kaart toont de cumulatieve dikte van de kleilagen in de holocene ondergrond in meters. Deze informatie is gebruikt bij het bepalen van de geschiktheid van de ondergrond in de provincie Utrecht voor (traditioneel) bouwen. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Gebieden waarin draagkrachtige zandlagen ondiep in het bodemprofiel liggen, zijn over het algemeen geschikter voor bebouwing dan gebieden waarin deze lagen op grotere diepte liggen. In de legenda van deze kaart is dit aangeduid met een gradatie van ‘Minst geschikt’ tot ‘Meest geschikt’. Op basis van informatie uit het 3D ondergrondmodel is de diepteligging van de top van het Pleistocene zandlichaam bepaald. Deze diepteligging is verwerkt in een apart gridbestand. De diepteligging van het Pleistocene zand geeft vaak, maar niet altijd aan wat de minimale lengte van funderingspalen zal moeten zijn. Er kan ook worden gefundeerd op de zandpakketten van in het Pleistocene zand ingesneden Holocene stroomruggen. Dergelijke stroomruggen worden ook wel aangeduid met de term ‘gefundeerde stroomruggen’. Om deze gefundeerde stroomruggen te lokaliseren is weer gebruik gemaakt van het 3D ondergrondmodel en het daaruit afgeleide gridbestand met zanddiktes. De dikte-informatie uit deze gridbestanden is in een GIS gecombineerd met de Bodemkaart van Nederland 1:50:000 en de Geologische Oppervlaktekaart van TNO. Daaruit is gebleken dat de begrenzing van de gefundeerde Holocene stroomruggen bij benadering kan worden bepaald door in het 3D ondergrondmodel bodemprofielen te zoeken met een totale zandpakketdikte meer dan 2 meter. De dikte van de gefundeerde Holocene zandlichamen is vervolgens opgeteld bij de diepteligging van de top van het Pleistocene zandpakket. Het resulterende gridbestand geeft de diepteligging van de top van het draagkrachtige ‘vaste zandpakket’ weer. Dit is de diepte waarop bijvoorbeeld heipalen kunnen worden gebaseerd. In de praktijk wordt een heipaal, afhankelijk van de beoogde zwaarte van de constructie, nog in meer of mindere mate in het zandpakket gedreven. Daarom geeft de kaart ook de minimale funderingsdiepte weer. De daadwerkelijke funderingsdiepte varieert per constructietype. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • Bouwen op slappe grond vereist inzicht in het voorkomen van “slappe” lagen in de ondergrond. Slappe lagen worden gedefinieerd als lagen die een geringe draagkracht hebben. Hierbij is met name de dikte van de veenlagen van belang. Daarnaast spelen ook (dikke) kleilagen een rol. Voor het bepalen van de mate van geschiktheid van de ondergrond voor bouwen is binnen het 3D ondergrondmodel gekeken naar de aandelen veen, klei en zand in het bodemprofiel. Alleen het Holocene pakket is in beschouwing genomen. De Pleistocene eenheden zijn zodanig geconsolideerd dat niet is te verwachten dat deze nog substantiële invloed hebben op zettingen aan maaiveld. Op basis van de variatie in voorkomende bodemprofielen is vervolgens een classificatie opgesteld die een gradueel verloop van de zettingsgevoeligheid van de bodem vertegenwoordigt. Alleen in klasse 9 gebieden zal nauwelijks zetting optreden. In de andere klassen loopt de zettingsgevoeligheid richting klasse 1 gestaag op en moet dus altijd rekening worden gehouden met een bepaalde mate van zetting en hiermee samenhangende kosten voor preventie (funderen) en kosten voor beheer en onderhoud (compenseren van ontstane maaiveldhoogteverschillen als gevolg van zettingsverschillen). De aanwezigheid van veenlagen is het meest bepalend voor de zettingsgevoeligheid. Een dunne veenlaag is in de legenda ongunstiger voor de zetting dan een dikke kleilaag. In het holocene pakket is daarom in eerste instantie gekeken naar de totale dikte van het veenpakket. Vervolgens is gekeken naar de dikte van het kleipakket, al dan niet in combinatie met veen. De variatie in zanddiktes komt in de provincie Utrecht nagenoeg volledig tot uiting in de combinatie van veen en kleidiktes, en vormt daarom geen separate kolom in de uiteindelijke classificatie. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.