From 1 - 10 / 319
  • REST API voor ontsluiting Ruimtelijkeplannen data voor Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

  • Bonnebladen zijn de eerste in kleur gedrukte kaarten van het voormalige Topographisch Bureau. De kaartbladen zijn gemaakt vanaf 1865 op schaal 1:25.000. Kort nadat de Topographische Militaire Kaart klaar was, ontstond behoefte aan een meer gedetailleerde kaart in kleur. Dit resulteerde in de Bonnebladen, die vanaf ongeveer 1865 gedrukt werden. De Bonnebladen danken hun naam aan de projectiemethode waarmee ze gemaakt zijn: de projectie van Bonne.

  • Deze kaart toont de gemiddelde energiebesparingspotentie onder koopwoningen op verschillende regionale niveaus.

  • Een bestand met de bushaltes in Overijssel. Bij elke halte staat aangeven wat de naam en code is, aan welke straat de halte staat en in welke plaats. Het is de situatie van februari 2021 zoals aangeven in het centraal halte bestand (https://ndovbeheer.nl/).

  • In het landelijk gebied worden jaarlijks vele projecten uitgevoerd met Europese subsidiegelden uit het zogeheten POP oftewel Plattelandsontwikkelingsprogramma. Dienst Landelijk Gebied (DLG) is door de Europese Unie aangewezen als betaalorgaan voor POP-subsidie in Nederland. DLG zorgt ervoor dat aanvragers van de subsidie tijdig de subsidiegelden ontvangen en dat alle verantwoordingen en rapportages in Brussel komen. De subsidieaanvragen komen veelal binnen bij de provincies en zij zijn ook bestuurlijk verantwoordelijk voor de afhandeling. De uitvoering van de POP-subsidies vindt plaats op de kantoren van Dienst Landelijk Gebied in Arnhem, Groningen, Tilburg en Utrecht. Het Plattelandsontwikkelingsprogramma loopt van 2007-2013 en richt zich op projecten op het platteland ter versterking en verbetering van: Landbouw, Natuur en landschap, Leefbaarheid op het platteland, Recreatie en streek (bron: DLG (november 2014).

  • Deze kaartlaag geeft de huidige verwachte warmtevraag per pand weer. Deze kaart bevat alle panden als vectoren zoals die uit de BAG komen van Juni 2019. Per pand is op basis van het oppervlakte, de energielabels (bij woningen), de functie (bij utiliteiten) en kengetallen een warmtevraag per adres berekend. Deze adressen zijn opgesomd om zo tot een warmtevraag per pand te komen. De warmtevraag voor gebouwvervarming, tapwater en glastuinbouw wordt weergeven. De warmtevraag voor industriele processen wordt in deze kaart niet meegenomen. Dit is typisch een warmtevraag op een (veel) hoger temperatuurniveau. De gebruikte kengetallen zijn afkomstig uit het onderzoek: Greenvis (2018) 'Verkenning warmtenet Eemsdelta - Groningen'. en 'IF Technology, CE Delft, Berenschot (2018) 'Opschaling aardwarmte in warmtenetten Een analyse van de meerwaarde van de play-based portfoliobenadering'. Deze kentallen geven de warmtevraag / m2 / energielabel of gebouwfunctie weer. De uitkomsten zijn gevisualiseerd in gigajoules / jaar op het niveau van de panden. De uitkomsten op basis van deze kentallen zijn vergeleken met het werkelijke energiegebruik in buurten van de gemeente Zwolle in 2014. Hieruit blijkt dat deze een goede indicatie geeft (gemiddelde afwijking 5%). Vooral voor buurten met veel woningen geeft deze benadering accurate resultaten (standaardafwijking 0,16). In de buurten met veel bedrijven is de standaardafwijking hoger vanwege een grotere variantie in het werkelijke energiegebruik per bedrijf.

  • Vegetaties in de provincie Overijssel. Het bestand geeft een overzicht van de vegetaties in de provincie. De belangrijkste vegetatietypen zijn aangegeven, gebaseerd op detailkaarten (veldkaarten) die beschikbaar zijn bij bronhouders. De gegevens zijn verzameld door de provincie Overijssel, Dienst Landelijk Gebied, Landschap Overijssel, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten (of door organisaties in opdracht van de provincie). Het bestand is voor allerlei doelen te gebruiken, die samenhangen met ruimtelijke ordening, het milieubeleid dan wel natuurbeleid. Een voorbeeld. Elk vegetatietype heeft een bepaalde gevoeligheid voor bijvoorbeeld verdroging (mate van ontwatering). Bij verandering in waterpeil in een bepaald gebied kan de vegetatiekaart een eerste indruk geven over de nadelige gevolgen van deze ingreep. Peilverlaging in een gebied met elzenbroekbos (natte bossen, hoog waterpeil) zal nadelig zijn, in een gebied met dennenbos kan het effect beperkt blijven. De standaard vegetatiekartering in Overijssel begon in 1984 en is grotendeels in 2006 beeindigd. Daarna zijn aantal gebieden, vooral in stadsranden, gekarteerd, die bij andere karteringen niet waren meegenomen. Het kan soms voorkomen dat een gebied opnieuw gekarteerd wordt. In het bestand staan de meest recente gegevens, de oudere gegevens bevinden zich in het bestand veg_oud.

  • De gemiddelde stand van het grondwater in het voorjaar. Dit wordt ook wel Gemiddelde Voorjaars Grondwaterstand (GVG) genoemd. De waarde van de grondwaterstand wordt in het veld gemeten ten opzichte van het maaiveld ter plekke (lokale maaiveld). De positie van de veldmetingen heeft een nauwkeurigheid van 25 meter. De GVG is berekend door gebruik te maken van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van een grid van 25 bij 25 meter. De dataset bevat 70 procent van het totale landoppervlak van Nederland. Opgenomen zijn alle gegevens van de provincie Noord-Brabant en van de waterschappen Peel en Maasvallei, Reest en Wieden, Rijn en IJssel, Regge en Dinkel en Velt en Vecht. De dataset bevat verder nog de gegevens van alle overige landbouwpercelen van de zandgebieden en lössgebieden in de rest van Nederland.

  • Dit puntenbestand bevat informatie m.b.t. de Wilde planten in de provincie Overijssel. Dit florabestand bevat de verspreiding van bijna 800 plantensoorten in het landelijk gebied van de provincie Overijssel. De gegevens zijn verzameld in opdracht van de provincie Overijssel vanaf 1984. Aan de inventarisatie van de provincie zijn extra gegevens toegevoegd. Dit betreft gegevens van reservaten van terreinbeherende organisaties, floragegevens van DLG, FLORON en data die zijn verzameld in inventarisatie-acties rondom projecten zoals wegaanleg en natuurontwikkeling. Het wordt op ad hoc basis ieder jaar aangevuld, maar niet provinciedekkend. Als laatste zijn gegevens toegevoegd uit 2018 en 2019.

  • Geluidszones rondom bedrijventerreinen in de provincie Overijssel. Gegevens worden gebruikt bij de levering aan Europese richtlijn INSPIRE. De geluidscontouren geven de geluidsbelastingen in decibel (dB) (A) rond gezoneerde industrieterreinen weer. De contouren met de aanduidingen 50-zo, 55-zo, 60-zo en 65-zo betreffen de geluidsbelastingen die bij de zonering zijn vastgesteld. Bij een aantal van de gezoneerde industrieterreinen was sprake van een saneringssituatie. De geluidsbelasting na sanering is aangegeven met de contouren welke zijn aangeduid met 50-sa en 55-sa. Vrijwel geen van de gemeenten heeft de geluidszones na sanering in de bestemmingsplannen verwerkt. Als aandachtsgebied voor de primaire beoordeling van de ontwikkelingen in de omgeving van die terreinen geldt daarom de 50dB(A)-contour, die is vastgesteld bij de zonering (50-zo).