From 1 - 10 / 220
  • Overzicht van ribbels die bij ribbelacties zijn uitgevoerd per jaar.

  • De Meetplatforms 'Europlatform' en 'Lichteiland Goeree'

  • Schelpdierbanken

  • De Noordzeeboerderijen bij Texel en bij Scheveningen

  • De kartering is vervaardigd volgens de methodiek 3de cyclus Ecotopen. Aanpassingen voor het programma Natuurvriendelijke oevers Maas zijn beschreven in de toelichting "Monitoring vegetatiestructuur en oeverlijn Eroderende oevers Maas 2009". Als basis voor de kartering is de fotovlucht d.d. 25 mei 2011 (infrarood) gebruikt, gevlogen op schaal 1:5000 met een grondresolutie van 6 cm. Naast de vegetatiestructuur is ook de 'bovenkant talud' en de 'bovenzijde erosierand' vastgelegd.

  • Deze kaart geeft een beeld van een deel van de resultaten uit het onderzoek 'Investigation of the blue spots in the Netherlands National Highway Network' uitgevoerd door Deltares in opdracht van DVS-OLK. Voor vragen en/of opmerkingen over de inhoud van dit bestand of indien u meer informatie wenst over het onderzoek naar locaties in het Hoofdwegennet die gevoelig zijn voor overstroming, kunt u contact opnemen met het NIS.

  • Gedigitaliseerde dieptepunten van de kaart IJsselmeer e.o., Dieptekaart vervaardigd naar opmetingen van de Dienst der Zuiderzeewerken. De stempel op de kaart meldt: Directie van de Wieringermeer, Noordoostpolderwerken, archief Arch. Afd., Form C5, stamboeknr. 117082. Op deze kaart is de Wieringermeer ingepolderd en zijn Noordoostpolder en afsluitdijk ingetekend. De kaart is daarom waarschijnlijk van ca. 1935. De scan is voorzien van georeferentie volgens Rijksdriehoekstelsel (RD). De oorspronkelijke analoge kaart is in bezit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.Bodemdiepte in decimeter beneden NAP.

  • Globale beschrijving van de bodemopbouw vanaf 5m -NAP. Deze bodembeschrijving is gebasseerd op meer dan 7000 boringen die in de afgelopen deccenia zijn verricht. Per 1m dikte zijn de boringen naar een gebiedsdekkend raster (250m x 250m) vertaald m.b.v. Voronoi interpolatie en is bepaald welk bodemtype het meest voorkomt per diepte interval (bijvoorbeeld 5-10m -NAP). De onderscheidden diepteintervallen zijn weergegeven in de tabel. Per diepteinterval is het dominante bodemtype vermeld (zand, klei, veen, leem, keileem, gyttja, zavel of onbekend/overig). Waar zeefwaarden bekend waren, is bij de bodemsoort zand onderscheid gemaakt tussen fijn, middelgrof en grof zand (voor lagen dieper dan 15m -NAP). Detailinformatie over de bodemopbouw kan worden opgevraagd bij de Meet- en Informatiedienst van RWS IJsselmeergebied. De berekeningen zijn uitgevoerd door bureau Explostat, Almere.

  • Oeverwerken in Zeeland.