From 1 - 10 / 64
  • Deze dataset bevat de werkversie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) begrenzing Provinciale Staten nemen het formele besluit over de begrenzing, maar Gedeputeerde Staten kunnen een voornemen uitspreken om de begrenzing aan te passen. Zulke voornemens van GS nemen we op in deze werkversie van de NNN-begrenzing. De dataset bevat dus de gewijzigde NNN-begrenzing, zoals GS deze aan PS zal voorleggen. De officiële NNN-begrenzing wordt jaarlijks in het kader van de actualisatie van de Omgevingsvisie vastgesteld. De onderhavige dataset dient als input voor die actualisatieronde. Op 12 april 2022 hebben Gedeputeerde Staten het Natuurbeheerplan 2023 vastgesteld. Wijzigingen op de beheertypenkaart en de ambitiekaart, die van invloed zijn op de NNN-begrenzing, zijn verwerkt in onderhavige dataset. Dit kan gaan om begrenzingswijzigingen (groter, kleiner, verplaatst of vervallen) of wijzigingen van de NNN-categorie (bijvoorbeeld van opgave naar bestaande natuur). Naast de NNN begrenzing Is ook de begrenzing van de Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten de NNN opgenomen in deze dataset.

  • Het (punten) bestand bestaat uit de locatie van de kunstwerken in de provinciale wegen en vaarwegen. Het betreft objecten zoals: bruggen, tunnels, viaducten, schutsluizen, stuwen, ecoducten, duikers en nog enkele meer (zie attribuutgegevens OBJECTTYPE). De administratieve gegevens zijn afkomstig uit iAsset.

  • Bestaande Regionale Fietsknooppunten, geleverd vanuit de Landelijke Routedatabank van Stichting Landelijk Fietsplatform.

  • Met gemeenten in Overijssel zijn woonafspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen in de periode 2022-2032. Gemeenten brengen daarom elk jaar de harde plancapaciteit aan woningbouwplannen in beeld via een online webapplicatie (Planmonitor Wonen). Dit bestand (in vlakken) geeft de harde plancapaciteit per 1-1-2022 voor de periode 2022-2032 met een globale aanduiding van de ligging (veelal met een cirkel waar het plan ligt). Met harde plannen worden woningbouwplannen bedoeld die 'onherroepelijk', 'onherroepelijk, uitwerkingsplicht', 'vastgesteld' of ‘vastgesteld, uitwerkingsplicht’ zijn. Zachte plannen, zoals met een wijzigingsbevoegdheid, zijn niet opgenomen in het bestand. Per plan wordt aangegeven wat de totale capaciteit is, de gerealiseerde capaciteit en de resterende capaciteit. Elk plan heeft een start- en eindjaar. Echter, door een technisch probleem ligt het startjaar bij de veel plannen maximaal 2 jaar in het verleden. Het veld startjaar moet daarom niet gebruikt worden voor het maken van analyses.

  • Deze kaartlaag geeft de overstromingsdiepte in meters weer bij een overstroming die 1 keer per 10 jaar (grote kans) voorkomt. Alleen overstromingen vanuit de rivieren en zee worden meegenomen in dit scenario. Hevige neerslag wordt niet meegenomen in dit scenario. Overstromingen kunnen schade veroorzaken aan infrastructuur. Vooral laaggelegen gebieden nabij rivieren overstromen.

  • Deze dataset vormt samen met vier andere datasets (betrouwbaarheid TNO kaarten, zettingsgevoeligheid (slappe grond), dikte holoceen en opbarsting damwand) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen. Deze kaart hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Bij de constructie van deze kaart is eerst berekend welk gedeelte van de boringen het holocene pakket heeft doorboord. Een boring die het totale holocene pakket heeft doorboord geeft betrouwbaarder informatie dan een boring die slechts een deel heeft doorboord. Vervolgens is gekeken naar de ruimtelijke verdeling van de boringen. In kaartbijlage G (zie rapport) is de betrouwbaarheid in drie klassen verdeeld, van meest betrouwbaar tot minst betrouwbaar.

  • Deze kaartlaag geeft de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in meters onder maaiveld weer. De GLG wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de drie laagst waargenomen of berekende grondwaterstanden per jaar (LG3), op basis van de waarden op de 14e en 28e van de maand, gedurende minimaal acht jaren. Dergelijke lage grondwaterstanden treden doorgaans op aan het einde van de zomerperiode. Te lage grondwaterstanden vormen voor veel functies een bedreiging. Voor natuur bestaat uit het risico op onomkeerbare schade, waarbij nattere doelsoorten verdwijnen en drogere doelsoorten het gebied niet kunnen bereiken. Er kan droogteschade voor de landbouw ontstaan en de kans op natuurbranden neemt toe. Bij te lage grondwaterstanden in het groeiseizoen kunnen landbouw gewassen niet meer voor hun eigen watervoorziening kunnen zorgen. De vraag naar water voor beregening uit het oppervlaktewater en het grondwater neemt dan sterk toe. Als dit water niet beschikbaar is kan droogteschade voor de landbouw optreden.

  • De geschiktheid voor ondergronds bouwen is uitgedrukt in twee factoren die belangrijk zijn bij het aanleggen van een bouwput (zie rapportage, kaartbijlagen D en E). Deze dataset vormt samen met drie andere datasets (betrouwbaarheid TNO-kaarten, zettingsgevoeligheid, dikte holoceen) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen en hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Voor het vervaardigen van het bestand is gebruik gemaakt van alle binnen en net buiten Noord-Holland beschikbare boringen in de DINO database van TNO, en kaarten van bodem- en geologische structuren.

  • Natura 2000 is het samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. Natura 2000-gebieden zijn een samenvoeging van beide en de daarin gelegen beschermde natuurmonumenten. In totaal gaat het om 160 gebieden waarvan drie mariene gebieden in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) op de Noordzee (incl. een voorgenomen Vogelrichtlijngebied in de EEZ: Friese Front). De Vogelrichtlijngebieden zijn merendeels aangewezen in de periode 1986-2000. De Habitatrichtlijngebieden worden aangewezen met de aanwijzing van de betreffende Natura 2000-gebieden. De aanwijzing van deze gebieden is begonnen in 2008 en wordt naar verwachting voltooid in 2015. Op 15 juli 2015 zijn met de aanwijzing van het Noordhollands Duinreservaat, het Geuldal en Kolland & Overlangbroek in totaal 154 Natura 2000-gebieden definitief aangewezen. Dit bestand bevat de grenzen van de definitief aangewezen gebieden (stand van zaken 15 juli 2015) en de grenzen conform het ontwerp-besluit van de meeste overige gebieden. Twee gebieden zijn voorlopig aangewezen: Spanjaards Duin en de Hertogin Hedwigepolder als onderdeel van het gebied Westerschelde & Saeftinghe. Voor twee Habitatrichtlijngebieden (Krammer-Volkerak en Zoommeer) op land en twee mariene Habitatrichtlijngebieden buiten de territoriale wateren (EEZ) waarvoor nog geen ontwerp-besluiten zijn gepubliceerd, bevat deze dataset de grenzen zoals die aan de Europese Commissie gemeld zijn. In deze dataset zijn voor het eerst gebieden met ondergrondse kalksteengroeven aan de gebieden Geuldal, Sint Pietersberg & Jekerdal, Bemelerberg & Schiepersberg en Savelsbos toegevoegd (code 'HR groeve' in het attribuut BESCHERMIN). In tegenstelling tot het regulier Habitatrichtlijngebied maken in deze gebieden alleen de ondergrondse kalksteengroeven deel uit van het Habitatrichtlijngebied.

  • Met gemeenten in Overijssel zijn woonafspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen in de periode 2022-2032. Gemeenten brengen daarom elk jaar de harde plancapaciteit aan woningbouwplannen in beeld via een online webapplicatie (Planmonitor Wonen). Dit bestand (in vlakken) geeft de harde plancapaciteit per 1-1-2022 voor de periode 2022-2032 met een globale aanduiding van de ligging (veelal met een cirkel waar het plan ligt). Met harde plannen worden woningbouwplannen bedoeld die 'onherroepelijk', 'onherroepelijk, uitwerkingsplicht', 'vastgesteld' of ‘vastgesteld, uitwerkingsplicht’ zijn. Zachte plannen, zoals met een wijzigingsbevoegdheid, zijn niet opgenomen in het bestand. Per plan wordt aangegeven wat de totale capaciteit is, de gerealiseerde capaciteit en de resterende capaciteit. Elk plan heeft een start- en eindjaar. Echter, door een technisch probleem ligt het startjaar bij de veel plannen maximaal 2 jaar in het verleden. Het veld startjaar moet daarom niet gebruikt worden voor het maken van analyses.