From 1 - 10 / 30
  • Natura 2000 is het samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. Natura 2000-gebieden zijn een samenvoeging van beide en de daarin gelegen beschermde natuurmonumenten. In totaal gaat het om 160 gebieden waarvan drie mariene gebieden in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) op de Noordzee (incl. een voorgenomen Vogelrichtlijngebied in de EEZ: Friese Front). De Vogelrichtlijngebieden zijn merendeels aangewezen in de periode 1986-2000. De Habitatrichtlijngebieden worden aangewezen met de aanwijzing van de betreffende Natura 2000-gebieden. De aanwijzing van deze gebieden is begonnen in 2008 en wordt naar verwachting voltooid in 2015. Op 15 juli 2015 zijn met de aanwijzing van het Noordhollands Duinreservaat, het Geuldal en Kolland & Overlangbroek in totaal 154 Natura 2000-gebieden definitief aangewezen. Dit bestand bevat de grenzen van de definitief aangewezen gebieden (stand van zaken 15 juli 2015) en de grenzen conform het ontwerp-besluit van de meeste overige gebieden. Twee gebieden zijn voorlopig aangewezen: Spanjaards Duin en de Hertogin Hedwigepolder als onderdeel van het gebied Westerschelde & Saeftinghe. Voor twee Habitatrichtlijngebieden (Krammer-Volkerak en Zoommeer) op land en twee mariene Habitatrichtlijngebieden buiten de territoriale wateren (EEZ) waarvoor nog geen ontwerp-besluiten zijn gepubliceerd, bevat deze dataset de grenzen zoals die aan de Europese Commissie gemeld zijn. In deze dataset zijn voor het eerst gebieden met ondergrondse kalksteengroeven aan de gebieden Geuldal, Sint Pietersberg & Jekerdal, Bemelerberg & Schiepersberg en Savelsbos toegevoegd (code 'HR groeve' in het attribuut BESCHERMIN). In tegenstelling tot het regulier Habitatrichtlijngebied maken in deze gebieden alleen de ondergrondse kalksteengroeven deel uit van het Habitatrichtlijngebied.

  • Projectenkaart van werken in de gemeente Amstelveen en Aalsmeer

  • Deze dataset vormt samen met vier andere datasets (betrouwbaarheid TNO kaarten, zettingsgevoeligheid (slappe grond), dikte holoceen en opbarsting damwand) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen. Deze kaart hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Bij de constructie van deze kaart is eerst berekend welk gedeelte van de boringen het holocene pakket heeft doorboord. Een boring die het totale holocene pakket heeft doorboord geeft betrouwbaarder informatie dan een boring die slechts een deel heeft doorboord. Vervolgens is gekeken naar de ruimtelijke verdeling van de boringen. In kaartbijlage G (zie rapport) is de betrouwbaarheid in drie klassen verdeeld, van meest betrouwbaar tot minst betrouwbaar.

  • De geschiktheid voor ondergronds bouwen is uitgedrukt in twee factoren die belangrijk zijn bij het aanleggen van een bouwput (zie rapportage, kaartbijlagen D en E). Deze dataset vormt samen met drie andere datasets (betrouwbaarheid TNO-kaarten, zettingsgevoeligheid, dikte holoceen) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen en hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Voor het vervaardigen van het bestand is gebruik gemaakt van alle binnen en net buiten Noord-Holland beschikbare boringen in de DINO database van TNO, en kaarten van bodem- en geologische structuren.

  • Bestaande Landelijke wandelroutes, geleverd vanuit de Landelijke Routedatabank van Stichting Landelijk Fietsplatform.

  • Bestaande Landelijke Fietsroutes, geleverd vanuit de Landelijke Routedatabank van Stichting Landelijk Fietsplatform.

  • Deze dataset betreft de diepteligging van het pleistocene pakket (waarop kan worden gefundeerd) t.o.v. het maaiveld in meters. Deze dataset vormt samen met drie andere datasets (betrouwbaarheid TNO-kaarten, zettingsgevoeligheid (slappe grond) en opbarsting damwand) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen en hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Voor het vervaardigen van het bestand is gebruik gemaakt van alle binnen en net buiten Noord-Holland beschikbare boringen in de DINO-database van TNO, en kaarten van bodem- en geologische structuren.

  • Bestaande Regionale Fietsknooppunten, geleverd vanuit de Landelijke Routedatabank van Stichting Landelijk Fietsplatform.

  • Oliebestrijdingsgebieden uit het verdrag van Bonn 2006

  • De Globale Archeologische Kaart van het Continentale Plat geeft de trefkans van scheepsvondsten voor het Nederlandse deel van het Continentale Plat weer. Deze kaart wordt om twee redenen als aparte kaart gepresenteerd. In de eerste plaats sluit het schaalniveau niet aan op dat van de IKAW. De karteringsschaal van deze kaart is 1:500.000. In de tweede plaats is het voor het landgebied gebruikte co”rdinatensysteem hier niet van toepassing. Het geografisch referentiekader bestaat uit UTMco”rdinaten. Ook op deze kaart wordt de trefkans aangegeven in drie categorie‰n. De definitie van de hoge trefkans komt overeen met de onder water gelegen gebieden op de IKAW. De grens tussen middelhoog en laag is echter niet gelegd bij de aan of afwezigheid van schuinsgelaagde geulafzettingen. In de middelhoge waardering van deze kaart zijn ook d¡e gebieden opgenomen waarin de toedekkende zandgolven een hoogte van meer dan 4 meter hebben. Op een aparte kaartlaag zijn de gebieden aangegeven waar venen en kleien bewaard zijn gebleven. Waar het om vroegHolocene afzettingen gaat kunnen onder en in het basisveen resten uit het Mesolithicum voorkomen.