Zoeken
 
From 1 - 10 / 1893
  • Dit bestand geeft voor geheel Nederland de kansrijke gebieden weer voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van soortenrijkdom in de broedtijd (q50) voor het leefgebied "open grasland". Het voorkomen van soorten is een belangrijke informatiebron om te bepalen of een gebied kansrijk is voor de soort of soortengroep. Naast de soortenrijkdom zijn ook andere criteria van belang om te bepalen of een gebied kansrijk is of niet. Deze andere criteria zijn niet in deze kaartopgenomen (bijvoorbeeld: bereidheid tot deelname agrariërs, abiotische omstandigheden, synergie met andere doelen, gebiedskennis). Deze kaart biedt dus géén vaststaande begrenzing van gebieden, maar kan als leidraad/startpunt bij het gebiedsproces worden gebruikt. Uitgewerkt zijn de internationale soorten waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de duurzame instandhouding van de soorten. De legenda geeft aan welke kleur bij welk aantal soorten hoort. Dit is zowel gedaan voor het 25% (q25) kwantiel (25% “beste” gebieden op basis van voorkomen) van de verspreiding en het 50% (q50) kwantiel (50% “beste” gebieden op basis van voorkomen).

  • Dit bestand geeft voor geheel Nederland de kansrijke gebieden weer voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van soortenrijkdom in de winter (q25 reclass) voor het leefgebied "natte dooradering". Het voorkomen van soorten is een belangrijke informatiebron om te bepalen of een gebied kansrijk is voor de soort of soortengroep. Naast de soortenrijkdom zijn ook andere criteria van belang om te bepalen of een gebied kansrijk is of niet. Deze andere criteria zijn niet in deze kaartopgenomen (bijvoorbeeld: bereidheid tot deelname agrariërs, abiotische omstandigheden, synergie met andere doelen, gebiedskennis). Deze kaart biedt dus géén vaststaande begrenzing van gebieden, maar kan als leidraad/startpunt bij het gebiedsproces worden gebruikt. Uitgewerkt zijn de internationale soorten waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de duurzame instandhouding van de soorten. De legenda geeft aan welke kleur bij welk aantal soorten hoort. Dit is zowel gedaan voor het 25% (q25) kwantiel (25% “beste” gebieden op basis van voorkomen) van de verspreiding en het 50% (q50) kwantiel (50% “beste” gebieden op basis van voorkomen).

  • Deze dataset is gebaseerd op data van het Informatiehuis Water en bestaat uit de dataset voor oppervlaktewater voor de definitieve versie van het SGBP1, welke is vastgesteld in 2009. Het betreft kaartlagen met de status van oppervlaktewaterlichamen op basis van hydromorfologie, de ligging van de oppervlaktewaterlichamen en bijbehorende typen en de oordelen voor oppervlaktewater.

  • Deze kaartlaag geeft het midden van het spoortrace weer.

  • Deze webservice bevat de stikstofgevoelige habitattypen binnen een Natura2000-bied die ook daadwerkelijk relevant zijn bevonden voor AERIUS, uitgaande van de beleidsmatig vastgestelde voorwaarden voor relevantie.

  • Deze dataset is gebaseerd op data van het Informatiehuis Water en bestaat uit de dataset voor grondwater voor de definitieve versie van het SGBP2, welke wordt vastgesteld in december 2015. Het betreft vlekkenkaarten voor kwaliteit en kwantiteit.

  • Een grondwaterlichaam (GWL) is volgens de definitie van de Kaderrichtlijn Water (KRW): een afzonderlijke grondwatermassa met een eenduidig te omschrijven chemische en kwantitatieve toestand. De KRW heeft verschillende mogelijkheden voor de wijze waarop grondwaterlichamen worden begrensd. In Nederland wordt gebruik gemaakt van de geologische opbouw van de grondwaterlichamen, grondwaterstroming en bestuurlijke grenzen. Vanwege het ontbreken van geologische barrieres zijn de onderscheiden grondwaterlichamen in de diverse deelstroomgebieden groot van omvang. Elk GWL moet aan een (1) stroomgebied toegewezen kunnen worden en per GWL moet duidelijk zijn of de doelstellingen uit de KRW gehaald kunnen worden. In Overijssel zijn twee grondwaterlichamen aanwezig. Een grondwaterlichaam met een deklaag (Deklaag Rijn-Oost NLGW0010) en een zand-grondwaterlichaam zonder deklaag (Zand Rijn-Oost NLGW0003). Voor de twee grondwaterlichamen gelden drempelwaarden en communautaire normen voor de grondwaterkwaliteit. Ook gelden normen voor de grondwaterkwantiteit.

  • Deze dataset is gebaseerd op (niet geharmoniseerde) data van alle waterschappen in Nederland conform het Informatiemodel water (IMWA). De dataset bevat de volgende IMWA objecten: Oever, Ondersteunend waterdeel, Oppervlaktewaterlichaam, Profielverdediging, Waterbergingsgebied en Waterdeel. Bij het ophalen van informatie wordt er veelal met “codes” gewerkt. Voorbeeld: ‘urn:aquo:StatusobjectType:ID:3’. Dit betekent dat verwezen wordt naar domein TypeKunstwerk in het DAMO model. Deze kunt u vinden op: http://damo.hetwaterschapshuis.nl/DAMO%201.5/Objectenhandboek%20DAMO%201.5/HTML/Domeinen.html

  • Bestand met de contouren van de geluidsbelasting gedurende het etmaal in de geluidsmaat Lden (in zones > 48 en > 58 dB(a)), zoals die zijn berekend volgens een wettelijk vastgestelde methode. Lden: de geluidsbelasting in dB(A) die het vliegverkeer gedurende een jaar gemiddeld per etmaal veroorzaakt. Lden wordt berekend volgens een Europees voorgeschreven methodiek . Deze methodiek houdt rekening met vele factoren zoals aantallen vliegtuigen per baan, grootte, type en ouderdom van vliegtuigen, tijden van opstijgen en landen en aan- en uitvliegroutes. Lden (day-evening-night) betreft een Europese methodiek. De huidige wettelijke equivalente geluidsmaat voor verkeerslawaai, waarbij het geluid in de avond en nacht zwaarder telt dan het geluid overdag. Deze geluidmaat wordt bepaald door eerst de equivalente geluidniveaus tijdens de dag (7-19 uur), de avond (19-23 uur) en de nacht (23-7 uur) vast te stellen, de niveaus voor de avond en nacht op te hogen met 5 respectievelijk 10 dB(A) en vervolgens een etmaal gemiddelde vast te stellen. Deze maat gaat uit van het feit dat geluid tijdens de avond, en in nog sterkere mate in de nacht, hinderlijker is dan overdag. De contouren met de geluidsbelasting rondom Schiphol zijn in opdracht van het PBL Planbureau voor de Leefomgeving door het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaart¬laboratorium) berekend.

  • Lijnenbestand met de indeling in km-hokken (1000 x 1000 meter). De kilometerhokken in dit bestand zijn weergegeven binnen de rd-coordinaten 180000 x 450000 en 279000 x 550000.