From 1 - 10 / 2116
  • Deze dataset bevat de locaties van alle elektrische oplaadpunten binnen de gemeente Heemstede. Elk record bevat een nummer, een locatie en een X- en Y-coordinaat. De dataset wordt maandelijks bijgewerkt, tenzij er geen wijzigingen zijn doorgevoerd in de brondata.

  • Deze dataset bevat de kunstwerken die beheerd worden door de gemeente Barendrecht. Deze dataset wordt dagelijks bijgewerkt.

  • Locatie van elektronische meetpunten op provinciale wegen in Overijssel, onderverdeeld naar permanente meetpunten en periodieke meetpunten. Op basis van elektronische meetlussen op de provinciale wegvakken buiten de bebouwde kom, worden motorvoertuig- en vrachtverkeersintensiteiten gemeten en berekend naar gemiddelde jaarcijfers op werkdagen (maandag tot en met vrijdag).

  • De meetpunten van het meetnet verdroging. Doel van dit meetnet is om in (natte) natuurgebieden grondwaterstanden en ook grondwaterkwaliteiten te meten. Via het veld NITGCODE wordt relatie gelegd met de tabel "B3.verdrogingsmeetnet_tabel". Dit meetnet functioneert sinds juli 2012. Alle loggers van dit meetnet registreren de grondwaterstand eenmaal per uur. Het doel daarvan is om een optimaal waterbeheer voor de natuurgebieden te kunnen bepalen en te controleren. Daarnaast wordt een keer in de vijf jaar de grondwaterkwaliteit geregistreerd (uitsluitend macro-ionen). Alle gegevens worden opgeslagen in de DINO database dit wordt beheerd door TNO.

  • Deze dataset bevat de locaties van alle zitbanken binnen de gemeente Heemstede. Naast de locatie heeft elk record een ID en een X- en Y-coordinaat. De dataset wordt maandelijks bijgewerkt, tenzij er geen wijzigingen zijn doorgevoerd in de brondata.

  • Vennen zijn kleine natuurlijke wateren die vanouds op heidevelden voorkomen en geheel of grotendeels gevoed werden met zuur regenwater. Natuurlijke vennen zijn dan ook zuur of licht zuur als enige buffering optreedt. De meeste vennen rusten op een ondoorlaatbare laag. Dat kan een lemige laag zijn, een keileemafzetting of een met humus verkitte laag in de ondergrond. De vennenkaart 1900 is gebaseerd op een analoge, ingescande versie van de topografische kaart van omstreeks 1900 (G.L. Wieberdink, 1990. Historisch Atlas Overijssel. Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000). Deze vennen zijn op de huidige topografische kaart geprojecteerd. Vennen op de 1900 kaart zijn goed herkenbaar omdat het water met lichtblauw is aangegeven. Bij vergelijking van de huidige vennen met de situatie van 1900 valt op dat een deel van de vennen in 1900 niet op de kaart stonden. Op deze plekken was wel steeds sprake van natte laagten. Deze natte laagten zijn aangeduid als blauw-groen met onderbroken strepen. Op de 1900 kaart zijn deze natte laagten vaak aangegeven in de heide. Deze laagten zullen begroeid zijn geweest met zuur blauwgrasland, blauwgrasland of venachtige vegetaties. Het is niet aan te geven hoeveel van deze natte laagten in feite vennen waren die bijvoorbeeld in droge zomers droogvielen.

  • Locaties van Guldenklinkers

  • Grondwaterkwaliteitsmeetnet Overijssel. Deze dataset bevat de ligging van zowel de PMG meetpunten (Provinciaal Meetnet Grondwaterkwaliteit) als de LMG meetpunten (Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit). Ingenieursbureau MUG heeft in opdracht van de provincie in 2019 alle LMG en PMG buizen opnieuw ingemeten. Het resultaat van deze metingen zijn in deze versie verwerkt.

  • Dit bestand geeft voor geheel Nederland de kansrijke gebieden weer voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van soortenrijkdom in de broedtijd (q50) voor het leefgebied "open grasland". Het voorkomen van soorten is een belangrijke informatiebron om te bepalen of een gebied kansrijk is voor de soort of soortengroep. Naast de soortenrijkdom zijn ook andere criteria van belang om te bepalen of een gebied kansrijk is of niet. Deze andere criteria zijn niet in deze kaartopgenomen (bijvoorbeeld: bereidheid tot deelname agrariërs, abiotische omstandigheden, synergie met andere doelen, gebiedskennis). Deze kaart biedt dus géén vaststaande begrenzing van gebieden, maar kan als leidraad/startpunt bij het gebiedsproces worden gebruikt. Uitgewerkt zijn de internationale soorten waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de duurzame instandhouding van de soorten. De legenda geeft aan welke kleur bij welk aantal soorten hoort. Dit is zowel gedaan voor het 25% (q25) kwantiel (25% “beste” gebieden op basis van voorkomen) van de verspreiding en het 50% (q50) kwantiel (50% “beste” gebieden op basis van voorkomen).

  • In Twente bevindt zich op een diepte van 350 tot 500 meter een laag steenzout. Sinds 1933 wordt in de omgeving van Hengelo en Enschede zout gewonnen door AkzoNobel. Schoon water wordt naar beneden gepompt, waarna pekel omhoog wordt gepompt (oplosmijnbouw). De provincie Overijssel, adviseert over vergunningen van het Rijk voor zoutwinningen. Deze advisering is erop gericht om de zoutwinningen zo weinig mogelijk impact te laten hebben op de structuur van landbouw, natuur en landschap. Niet uitgesloten is dat in de toekomst nieuwe winlocaties nodig zijn. Gelet op de natuurlijke condities in de ondergrond ligt het zoekgebied voor toekomstige winlocaties in een straal van 25 km van het huidige zoutwingebied. Door zoutwinning zijn in Overijssel in de laag steenzout ruim 200 holle ruimten ontstaan (cavernes). In het verleden zijn deze cavernes vaak te groot of te hoog of te dicht bij elkaar gemaakt. Daarbij bestaat het risico dat de bovengrond verzakt of - in het ergste geval - instort. In Overijssel zijn er 63 zoutcavernes potentieel instabiel, 22 daarvan vormen een zodanig gevaar voor hun omgeving dat stabiliseren noodzakelijk is. AkzoNobel doet onderzoek naar de wijze waarop deze instabiele zoutcavernes kunnen worden gestabiliseerd. Een optie is om de cavernes te vullen met zogenaamde slurry en te laten uitharden. De bovenliggende gesteentelagen kunnen zo niet meer instorten. De proef wordt samen met de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, Staatstoezicht op de Mijnen, de gemeenten Hengelo en Enschede en AkzoNobel uitgevoerd. De proef is opgenomen in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Vanaf 1980 wordt volgens een andere methodiek zout gewonnen, de cavernes die sinds die tijd zijn aangelegd, zijn stabiel.