From 1 - 10 / 124
  • De NECCST dataset omvat gegevens van 5700 vrouwen in Nederland die ooit hebben meegedaan aan de chlamydia screening implementatie tussen 2008 en 2011 en toen hebben aangegeven benaderd te kunnen worden voor vervolgonderzoek naar seksueel overdraagbare aandoeningen. Dat is in 2015 gebeurd in het kader van de Nederlandse chlamydia cohort studie (NECCST). Door middel van een informed consent kregen vrouwen toegang tot een online vragenlijst met vragen over demografie, chlamydia historie, zwangerschappen, lange termijn complicaties van chlamydia zoals chronische buikpijn, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, infertiliteit, anticonceptie en seksueel risico gedrag. De vragen opnieuw gesteld in 2017 en 2019. The NECCST dataset contains information of 5700 females in the Netherlands who participated in the Chlamydia Screening Implementation project between 2008 and 2011. All women that agreed to be asked for follow-up research were invited to participate in the Netherlands Chlamydia Cohort Study in 2015. After informed consent women answered questions in an online survey on demographics, history of chlamydia, pregnancies, long term complications of chlamydia like pelvic inflammatory disease (PID), ectopic pregnancies, tubal factor infertility, anticonception and sexual risk behavior. Other questionnaire rounds took place in 2017 and 2019.

  • De kaart geeft een beeld van de opnamepunten voor drinkwater uit het oppervlaktewater. Een onderscheid wordt gemaakt tussen punten waar het direct uit het oppervlaktewater wordt opgenomen en punten waar het water via oeverfiltratie opgenomen wordt (kunstmatige infiltratie van rivierwater door grindlagen of andere doorlatende lagen dicht bij de oever met het doel de waterkwaliteit te verbeteren).

  • Het betreft hier gebruik van oppervlaktewater ten behoeve van sportvisserij. Sportvissen is een belangrijke vorm van openluchtrecreatie en natuurbeleving. Naar schatting 1,27 miljoen Nederlanders vissen gemiddeld ruim 7 keer per jaar (Hammen& De Graaf, 2013) in het binnenwater. Landelijk zijn er 506.000 sportvissers aangesloten bij een hengelsportvereniging en nog eens 81.000 sportvissers zijn niet aangesloten maar bezitten wel een Kleine VISpas. Het is een groeiende vorm van recreatie, sinds 2006 is het aantal aangesloten sportvissers met 44% gestegen (Sportvisserij Nederland, 2014). De sportvisserij zorgt voor een economische omzet van ruim 700 miljoen euro op jaarbasis en veel werkgelegenheid (www.sportvisserijnederland.nl). De hengelsportverenigingen werken landelijk samen onder de paraplu van Sportvisserij Nederland. Sportvissers zijn voor het vissen afhankelijk van een goede visstand, toegang tot het water en juridische toestemming om het water te mogen bevissen. Er wordt daarom regionaal veel samengewerkt met waterbeheerders en lokale overheden die vaak de verantwoordelijkheid dragen voor deze drie factoren. Deze samenwerking vindt vaak plaats binnen Visstandbeheercommissies (www.visstandbeheercommissie.nl). Sinds de invoer van de Kaderrichtlijnwater (KRW) is de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en daarbij de parameter vis in het bijzonder, steeds belangrijker geworden. Aangezien de waterbeheerder door de KRW verantwoordelijk wordt gesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, wordt er veel geïnvesteerd door Waterschappen in het behalen van de ecologische doelen. Sportvisserij Nederland doet sinds 2011 onderzoek naar het gebruik van de grotere wateren in Nederland door de sportvisserij. Voor het grootste deel van deze wateren is het sportvisserijgebruik in beeld gebracht (Sportvisserij Nederland, 2014). Binnen de sportvisserij wordt ook veel onderzoek gedaan naar de visstand. Verder kunnen sportvissers zelf hun vangsten registreren via http://www.mijnvismaat.nl. Via deze website houden 90.000 sportvissers hun vangsten bij, er zijn ruim 800.000 vangsten geregistreerd (www.mijnvismaat.nl). De sportvisserij op snoek vindt over heel Nederland plaats maar het aantal gemelde vangsten is hoger in de KRW-waterlichamen in het dunststbevolkte deel. In de kaart zijn de snoekvangsten gekoppeld aan de KRW waterkwaliteitstoetsing van lijnvormige, stromende en stilstaande zoete wateren (typen R5, R6, R7, R8, R9, R10, R11, R12, R13, R14, R15 , R16, R17 en R18 en M1 tot en met M10). Bij toetsing van de R en M -watertypen aan de waterkwaliteit valt op hoe beter de waterkwaliteit (goed en matig), des te hoger de snoekvangst. Een slechte waterkwaliteit (ontoereind en slecht) geeft over het algemeen een lage snoekvangst. Uitzondering is de regio Utrecht (Woerden) waar in water van slechte waterkwaliteit goede snoekvangsten zijn geregistreerd.

  • Data is niet algemeen beschikbaar. CC-BY 3.0 licentie betreft de metadata niet de dataset Wetenschappelijk, surveillance onderzoek naar het naso en oropharyngeale dragerschap van o.a. pneumokokken en meningokokken bacteriën voor evaluatie van de pneumokokken- en meningokokkenvaccinatie binnen het RVP (conform het onderzoeksprotocol met ABR nr. NL65919.100.18). De OKIDOKI-5 verzameld in de winter dataset omvat gegevens van 331 kinderen (24 maanden oud), 329 ouders en 53 broers/zussen (24 maanden t/m 6 jaar). Van deze deelnemers zijn keel, neus (uitgezonderd broers/zussen) en speekselsamples afgenomen. Ook is er een vragenlijst afgenomen (o.a. gezondheid, kinderopvang en gezinsgrootte). Bacterie isolaten zijn geïdentificeerd (inclusief subtypering voor pneumokokken en meningokokken). Scientific surveillance research of naso and oropharyngeal carriage of, among others, pneumococcal and meningococcal bacteria for the evaluation of pneumococcal and meningococcal vaccination in the National Immunization Program (following the research protocol ABR nr NL65919.100.18). The OKIDOKI-5 dataset contains data of 331 children (24-months old), 329 parents and 53 siblings (age 24 months up until 6 years of age). Of these participants nose (excluding siblings), throat and saliva samples are collected. Also questionnaire data (containing health data, daycare and family size). Bacteria isolated are identified (and subtyped in case of pneumococcal and meningococcal bacteria).

  • Zoet oppervlaktewater wordt door de landbouw gebruikt voor beregening van landbouwgewassen. Hiervoor is binnen Deltaprogramma zoet water bepaald wat de totale hoeveelheid water is die aangevoerd kan worden en wat het uiteindelijke tekort aan zoet water voor dit doeleinde is. De resultaten kunnen gepresenteerd worden voor 5 deelgebieden waaruit Nederland is opgebouwd in de sommen die Deltaprogramma zoet water heeft laten uitvoeren. De Waddeneilanden maken geen onderdeel uit van de analyses. (getallen in m3/zomerhalfjaar). De kaart geeft het watertekort voor beregening in een extreem droog jaar weer, zoals berekend door Deltaprogramma Zoet Water met behulp van NHI (Nederland Hydrologisch Instrumentarium)

  • De kaart laat het internationale verkeersscheidingsstelsel voor de scheepvaart zien op het Nederlandse Continentaal Plat (NCP) als onderdeel van de functie van water in de voorziening van transport. Het Nederlandse Continentaal Plat (NCP) behoort tot de drukst bevaren zeeën ter wereld. Nederland is als handelsnatie afhankelijk van het vervoer van goederen. Het belangrijkste deel hiervan vindt plaats via vaarwegen en over de Noordzee. De Noordzee is een belangrijke schakel in scheepsroutes en dient als verbinding tussen Europa en de andere wereldmarkten. De zee en de binnenwateren maken transport mogelijk op een grootschalige en relatieve goedkope manier. Over de Noordzee ligt een uitgebreid netwerk van internationale scheepvaartroutes en vaargeulen, het verkeersscheidingsstelsel, dat het scheepvaartverkeer in goede banen moet leiden. Oorspronkelijk bedoelt ter vergroting van de veiligheid, dient het verkeersscheidingsstelsel ook als instrument voor de ruimtelijke ordening op zee en ter bescherming van het mariene milieu. Het verkeersscheidingsstelsel zorgt ervoor dat de schepen een optimale, veilige afstand kunnen bewaren tot elkaar, tot olie- en gasplatforms en tot andere objecten zoals windmolenparken. Tegengestelde verkeersstromen richting de havens worden gescheiden en grote tankers varen via de 'diepwaterroute', verder uit de kust. Recreatievaart mag deze route juist niet gebruiken. Rijkswaterstaat houdt toezicht en begeleidt het verkeer op zee. Op zee kunnen conflicten met ander gebruik optreden zoals instelling van gebieden met een beschermende status, reservering van gebieden voor offshore energieopwekking, en olie en gas exploratie en productie.

  • Kunstwerken Gemalen (en andere kunstwerken) kunnen voorzien worden van warmtewisselaars waarmee warmte gewonnen kan worden uit de waterstroom. Hiermee kan met een kleine investering een zeer hoog warmte vermogen worden opgewekt. Deze warmte (15 - 25 °C) wordt opgeslagen in het grondwater van de WKO waarmee het in de winter beschikbaar komt en kan worden ingezet voor verwarming met behulp van een warmtepomp aan afnemers van warmte in de nabijheid van een kunstwerk. Beschrijving De dataset beschrijft het economisch winbaar potentieel van energie uit oppervlaktewater ten opzichte van de huidige warmtevraag gecorrigeerd voor de bodemopslagcapaciteit voor WKO uitgedrukt in geschiktheidsklassen (matig geschikt, redelijk geschikt, geschikt, zeer geschikt, uitstekend geschikt) van een locatie binnen een straal van 1.000 meter van kunstwerken.

  • TOP1000NL is een digitaal objectgericht topografisch bestand gemaakt door middel van een conversie en generalisatie uit EuroRegionalMap (ERM). Het Kadaster heeft gekozen voor een detailniveau dat uitstekend geschikt is voor zeer kleinschalige toepassingen.

  • Water kan op veel plekken geborgen worden. In dit bestand wordt de afvoermogelijkheid door de grote rivieren in beeld gebracht. Het bestand geeft de maximale afvoercapaciteit van de Maas waarop de zogenaamde Maatgevende Hoogwaterstanden (MHW) zijn gebaseerd. Het geeft dus aan welke hoeveelheid water er maximaal veilig door de rivier afgevoerd zou moeten kunnen worden. Het is niet gelijk aan de echt maximale afvoercapaciteit op elk punt op de rivier. In werkelijkheid moet ook rekening gehouden worden met zijdelingse toestroom vanuit het regionale systeem op de rivieren. Deze zorgt ervoor dat de afvoer lokaal hoger kan zijn.

  • De kaart geeft de functie van water weer als zwemwater voor recreatief gebruik. De kwalificatie van zwemwaterlocaties in Nederland wordt beoordeeld op grond van de Europese zwemwaterrichtlijn voor 4 kwaliteitsklassen; uitstekend, goed, aanvaardbaar en slecht. Niet alle zwemwaterlocaties in Nederland voldoen aan de Europese Zwemwaterrichtlijn. De EU Zwemwaterrichtlijn 2006/7/EG stelt bepalingen vast voor: a) de controle en de indeling van de zwemwaterkwaliteit; b) het beheer van de zwemwaterkwaliteit; en c) het verstrekken van informatie over zwemwaterkwaliteit aan het publiek. De richtlijn heeft tot doel het behoud, de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit en de bescherming van de gezondheid van de mens, aanvullend op de Kaderrichtlijn water. Op initiatief van FEE (Foundation for Environmental Education) betrekt overheden, ondernemers en recreanten bij de zorg voor schoon en veilig water. Als kwaliteitskeurmerk wordt “De Blauwe Vlag” gehanteerd voor badstranden, meertjes en jachthavens, die aangeeft dat het zwemwater aan een aantal waterkwaliteits criteria voldoet. Het zwemwater wordt geanalyseerd op aanwezigheid en aantal specifieke bacteriën zoals fecale streptococcen (enterococcen) en Escherichia coli. Beide bacteriën komen voor in de ontlasting van mensen en dieren en zijn een goede aanwijzing voor de zwemwaterkwaliteit, waarvoor normen zijn vastgesteld. In Nederland worden ook concentraties cyanobacterie concentraties gemonitord, echter hiervoor bestaan echter geen normen. De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen opgesteld voor de waterkwaliteit bij blootstelling aan cyanobacteriën en microcystinen. Rijkswaterstaat beheert 220 zwemlocaties. Het beheer van deze locaties voldoet aan de EU zwemwaterrichtlijn. Per zwemlocatie is een zwemwaterprofiel beschikbaar, waarin de belangrijke kenmerken van deze plek staan beschreven. Een kaartje van de zwemzone met daarin aangegeven het controlepunt waar de locatie wordt bemonsterd is in de profielen opgenomen. De zwemzones worden vastgesteld m.b.v. de aanbevelingen uit het rapport “KRW en oppervlaktewater Bescherming van zwemwater en oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding onder de Europese Kaderrichtlijn Water”. De zwemwaterkwaliteit wordt tenminste een keer per maand onderzocht. Het controlepunt is de locatie in het zwemwater waar: a) de meeste zwemmers worden verwacht, of b) volgens het zwemwaterprofiel het grootste risico van verontreiniging wordt verwacht. Zwemwaterprofielen worden geactualiseerd volgens de criteria genoemd in de EU-zwemwaterrichtlijn en zijn afhankelijk van de kwaliteitsklasse waarin de locatie valt.