From 1 - 10 / 124
  • De kaart geeft de potentiele biomassaproductie weer door macroalgen op het Nederlands Continentaal Plat (NCP). De maximale opbrengst van een locatie is afhankelijk van de algensoort op basis van verschilllende groei-indicatoren. De kaart geeft het resultaat van een eerste verkenning van de mogelijke maximale biomassaproductie van twee soorten macroalgen voor 8 locaties. De locaties betreffen locaties waar al offshore installaties aanwezig zijn of zijn gepland en die mogelijk gecombineerd kunnen worden met algenkweek. De kweek van macroalgen op zee kan een belangrijke bijdragen leveren aan de productie van eiwitten als bron van voedsel, van vetten als grondstof voor biobrandstof en een grondstof voor de chemie en de farmaceutische industrie. Daarnaast kan de productie van macroalgen bijdragen aan CO2-fixatie en aan waterzuivering waarbij onder andere een deel van de naar zee afgespoelde fosfaten opnieuw kunnen worden opgenomen en gebruikt. De economische haalbaarheid van offshore macro-algencultures is afhankelijk van de potentiele productie, de opbrengst en de productiekosten. De productie is onder meer afhankelijk van beschikbaarheid aan voedingsstoffen, lichtklimaat en hydrodynamische omstandigheden. Deze zijn niet uniform verspreid over het NCP. De productiekosten hangen onder andere samen met afstand tot de kust en de kosten van bouw en onderhoud van kweekfaciliteiten. Ook deze zijn per gebied verschillend.

  • Het betreft hier gebruik van oppervlaktewater ten behoeve van sportvisserij. Sportvissen is een belangrijke vorm van openluchtrecreatie en natuurbeleving. Naar schatting 1,27 miljoen Nederlanders vissen gemiddeld ruim 7 keer per jaar (Hammen& De Graaf, 2013) in het binnenwater. Landelijk zijn er 506.000 sportvissers aangesloten bij een hengelsportvereniging en nog eens 81.000 sportvissers zijn niet aangesloten maar bezitten wel een Kleine VISpas. Het is een groeiende vorm van recreatie, sinds 2006 is het aantal aangesloten sportvissers met 44% gestegen (Sportvisserij Nederland, 2014). De sportvisserij zorgt voor een economische omzet van ruim 700 miljoen euro op jaarbasis en veel werkgelegenheid (www.sportvisserijnederland.nl). De hengelsportverenigingen werken landelijk samen onder de paraplu van Sportvisserij Nederland. Sportvissers zijn voor het vissen afhankelijk van een goede visstand, toegang tot het water en juridische toestemming om het water te mogen bevissen. Er wordt daarom regionaal veel samengewerkt met waterbeheerders en lokale overheden die vaak de verantwoordelijkheid dragen voor deze drie factoren. Deze samenwerking vindt vaak plaats binnen Visstandbeheercommissies (www.visstandbeheercommissie.nl). Sinds de invoer van de Kaderrichtlijnwater (KRW) is de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en daarbij de parameter vis in het bijzonder, steeds belangrijker geworden. Aangezien de waterbeheerder door de KRW verantwoordelijk wordt gesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, wordt er veel geïnvesteerd door Waterschappen in het behalen van de ecologische doelen. Sportvisserij Nederland doet sinds 2011 onderzoek naar het gebruik van de grotere wateren in Nederland door de sportvisserij. Voor het grootste deel van deze wateren is het sportvisserijgebruik in beeld gebracht (Sportvisserij Nederland, 2014). Binnen de sportvisserij wordt ook veel onderzoek gedaan naar de visstand. Verder kunnen sportvissers zelf hun vangsten registreren via http://www.mijnvismaat.nl. Via deze website houden 90.000 sportvissers hun vangsten bij, er zijn ruim 800.000 vangsten geregistreerd (www.mijnvismaat.nl). De sportvisserij op snoek vindt over heel Nederland plaats maar het aantal gemelde vangsten is hoger in de KRW-waterlichamen in het dunststbevolkte deel. In de kaart zijn de snoekvangsten gekoppeld aan de KRW waterkwaliteitstoetsing van lijnvormige, stromende en stilstaande zoete wateren (typen R5, R6, R7, R8, R9, R10, R11, R12, R13, R14, R15 , R16, R17 en R18 en M1 tot en met M10). Bij toetsing van de R en M -watertypen aan de waterkwaliteit valt op hoe beter de waterkwaliteit (goed en matig), des te hoger de snoekvangst. Een slechte waterkwaliteit (ontoereind en slecht) geeft over het algemeen een lage snoekvangst. Uitzondering is de regio Utrecht (Woerden) waar in water van slechte waterkwaliteit goede snoekvangsten zijn geregistreerd.

  • TOP1000NL is een digitaal objectgericht topografisch bestand gemaakt door middel van een conversie en generalisatie uit EuroRegionalMap (ERM). Het Kadaster heeft gekozen voor een detailniveau dat uitstekend geschikt is voor zeer kleinschalige toepassingen.

  • TOP100NL is een digitaal objectgericht topografisch bestand gemaakt door middel van automatische generalisatie uit TOP10NL. Het Kadaster heeft gekozen voor een detailniveau dat uitstekend geschikt is voor midden- en kleinschalige toepassingen.

  • De kweek van macroalgen op zee kan een belangrijke bijdrage leveren aan de productie van eiwitten als bron van voedsel, als leverancier van vetten als grondstof voor biobrandstof en van grondstoffen voor de chemie en de farmaceutische industrie. Daarnaast kan de productie van macroalgen bijdragen aan CO2-fixatie en aan waterzuivering waarbij onder andere een deel van de naar zee afgespoelde fosfaten opnieuw kunnen worden opgenomen en gebruikt. De economische haalbaarheid van offshore macroalgencultures is afhankelijk van de potentiële productie, de opbrengst en de productiekosten. De productie is onder meer afhankelijk van beschikbaarheid aan voedingsstoffen, lichtklimaat en hydrodynamische omstandigheden. Deze zijn niet uniform verspreid over het Nederlands Continentaal Plat (NCP). De productiekosten hangen onder andere samen met afstand tot de kust en de kosten voor de bouw en het onderhoud van de kweekfaciliteiten. Ook deze zijn per gebied verschillend. De kaart geeft het resultaat weer van een eerste verkenning van de mogelijke maximale biomassaproductie van twee soorten macroalgen voor 8 locaties. Op de gekozen locaties zijn offshore installaties al aanwezig of zijn hier gepland en is potentieel een combinatie met macro algenkweek mogelijk.

  • De BGT, Basisregistratie Grootschalige Topografie, wordt de gedetailleerde grootschalige basiskaart (digitale kaart) van heel Nederland, beschikbaar gesteld als Linked Data. Hierin zijn op een eenduidige manier de ligging van alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en (landbouw)terreinen geregistreerd.

  • TOP50NL is een digitaal objectgericht topografisch bestand gemaakt door middel van automatische generalisatie uit TOP10NL. Het Kadaster heeft gekozen voor een detailniveau dat uitstekend geschikt is voor midden- en kleinschalige toepassingen.

  • De kaart geeft de functie van water weer als zwemwater voor recreatief gebruik. De kwalificatie van zwemwaterlocaties in Nederland wordt beoordeeld op grond van de Europese zwemwaterrichtlijn voor 4 kwaliteitsklassen; uitstekend, goed, aanvaardbaar en slecht. Niet alle zwemwaterlocaties in Nederland voldoen aan de Europese Zwemwaterrichtlijn. De EU Zwemwaterrichtlijn 2006/7/EG stelt bepalingen vast voor: a) de controle en de indeling van de zwemwaterkwaliteit; b) het beheer van de zwemwaterkwaliteit; en c) het verstrekken van informatie over zwemwaterkwaliteit aan het publiek. De richtlijn heeft tot doel het behoud, de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit en de bescherming van de gezondheid van de mens, aanvullend op de Kaderrichtlijn water. Op initiatief van FEE (Foundation for Environmental Education) betrekt overheden, ondernemers en recreanten bij de zorg voor schoon en veilig water. Als kwaliteitskeurmerk wordt “De Blauwe Vlag” gehanteerd voor badstranden, meertjes en jachthavens, die aangeeft dat het zwemwater aan een aantal waterkwaliteits criteria voldoet. Het zwemwater wordt geanalyseerd op aanwezigheid en aantal specifieke bacteriën zoals fecale streptococcen (enterococcen) en Escherichia coli. Beide bacteriën komen voor in de ontlasting van mensen en dieren en zijn een goede aanwijzing voor de zwemwaterkwaliteit, waarvoor normen zijn vastgesteld. In Nederland worden ook concentraties cyanobacterie concentraties gemonitord, echter hiervoor bestaan echter geen normen. De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen opgesteld voor de waterkwaliteit bij blootstelling aan cyanobacteriën en microcystinen. Rijkswaterstaat beheert 220 zwemlocaties. Het beheer van deze locaties voldoet aan de EU zwemwaterrichtlijn. Per zwemlocatie is een zwemwaterprofiel beschikbaar, waarin de belangrijke kenmerken van deze plek staan beschreven. Een kaartje van de zwemzone met daarin aangegeven het controlepunt waar de locatie wordt bemonsterd is in de profielen opgenomen. De zwemzones worden vastgesteld m.b.v. de aanbevelingen uit het rapport “KRW en oppervlaktewater Bescherming van zwemwater en oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding onder de Europese Kaderrichtlijn Water”. De zwemwaterkwaliteit wordt tenminste een keer per maand onderzocht. Het controlepunt is de locatie in het zwemwater waar: a) de meeste zwemmers worden verwacht, of b) volgens het zwemwaterprofiel het grootste risico van verontreiniging wordt verwacht. Zwemwaterprofielen worden geactualiseerd volgens de criteria genoemd in de EU-zwemwaterrichtlijn en zijn afhankelijk van de kwaliteitsklasse waarin de locatie valt.

  • Water kan op veel plekken geborgen worden, waaronder in de ondergrond. Waterberging in onverzadigde zone kan bepaald worden door het verschil tussen de grondwaterstanden en AHN te bepalen. Hieraan is af te leiden hoeveel water er in potentie nog in de onverzadigde zone gebrogen kan worden. De kaart maximale berging in grondwater drukt uit hoeveel water (in mm) nog in de grond geborgen kan worden ten opzichte van een huidige natte situatie. Omdat dit per locatie zal verschillen, zijn geen verdere aannamen gedaan over hoe nat nog wenselijk is, of hoeveel water er gegeven de huidige afwateringsstructuur geborgen kan worden. Simpel gezegd, de kaart drukt uit hoeveel water je kwijt kan in de bodem, wanneer deze tot de rand (het maaiveld) gevuld kan worden.

  • Water kan op veel plekken geborgen worden. In dit bestand wordt de afvoermogelijkheid door de grote rivieren in beeld gebracht. Het bestand geeft de maximale afvoercapaciteit van de Rijntakken waarop de zogenaamde Maatgevende Hoogwaterstanden (MHW) zijn gebaseerd. Het geeft dus aan welke hoeveelheid water er maximaal veilig door de rivieren afgevoerd zou moeten kunnen worden. Het geeft een beeld van de verdeling (in m3/s per tak)zoals die verdeeld wordt bij een afvoer van 16.000 m3/s bij Lobith. Het is niet gelijk aan de echt maximale afvoercapaciteit op elk punt op de rivieren. In werkelijkheid moet ook rekening gehouden worden met zijdelingse toestroom vanuit het regionale systeem op de rivieren. Deze zorgt ervoor dat de afvoer lokaal hoger kan zijn.