From 1 - 10 / 137
  • <p>Datasets used for the manuscript:&nbsp;<em>Long-term wastewater monitoring of SARS-CoV-2 viral loads and variants at the major international passenger hub Amsterdam Schiphol Airport: a valuable addition to COVID-19 surveillance</em></p> <p><em>pandemic_daily_passenger_counts.tsv</em>: An overview of daily passenger arrival&nbsp;counts at Amsterdam Schiphol Airport per continent of origin during the study period 16-02-2020 - 04-09-2022</p> <p><em>pre-pandemic_daily_passenger_averages.tsv:&nbsp;</em>An overview of mean daily passenger arrival counts at Amsterdam Schiphol Airport in the pre-pandemic period 2017-2019.</p> <p><em>viral_load_data.tsv:&nbsp;</em>Flow-corrected viral load (# particles per 24h) in samples taken at the wastewater treatment plant of Amsterdam Schiphol Airport.</p> <p><em>wastewater_variant_frequencies.tsv:&nbsp;</em>SARS-CoV-2 lineage estimates in samples&nbsp;taken at the wastewater treatment plant of Amsterdam Schiphol Airport, analyzed using whole-genome tiled amplicon sequencing.</p>

  • In de dataset 'Rijksmonumentale boerderijen' zitten meer dan 6600 boerderijen die beschermd zijn als rijksmonument. Het gaat om het hoofdgebouw van het (voormalige) agrarische bedrijf. Soms gaat het om boerderijen die onderdeel uitmaken van een landgoederencomplex. 64 van deze boerderijen zijn geselecteerd als kenmerkend voorbeeld voor een boerderij-type voor die streek of regio. Van deze voorbeeldboerderijen zijn fotolinks en een omschrijving van het boerderij-type opgenomen. Met een alternatieve style kunnen deze voorbeelden worden getoond. De kaart is gebaseerd op het Monumentenregister dat in beheer is van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voor de selectie is gebruik gemaakt van verschillende gegevens uit het register, zoals de oorspronkelijke functie, de omschrijving of informatie over het monumentencomplex.

  • De indicator Historische Lijnelementen is bedoeld om de aanwezigheid van historische lijnvormige elementen van in het Nederlandse cultuurlandschap door de jaren heen te kunnen analyseren. Wanneer u inzoomt, kunt u in uw eigen omgeving ook – het verdwijnen van – historische lijnelementen op lokale schaal waarnemen. De indicator is onderdeel van de Monitor Landschap. Met de monitor worden de veranderingen van ons landschap aan de hand van zes indicatoren in beeld gebracht. Dit zijn: bebouwing, landgebruik, openheid, opgaand groen, historische lijnelementen en reliëf. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Het Kadaster, LandschappenNL en Wageningen University & Research ontwikkelden de Monitor Landschap in opdracht van de ministeries van BZK (Binnenlandse Zaken), OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

  • De indicator Opgaand Groen is bedoeld om de aanwezigheid van groene opgaande objecten in het Nederlandse cultuurlandschap door de jaren heen te kunnen analyseren. De indicator is onderdeel van de Monitor Landschap. Met de monitor worden de veranderingen van ons landschap aan de hand van zes indicatoren in beeld gebracht. Dit zijn: bebouwing, landgebruik, openheid, opgaand groen, historische lijnelementen en reliëf. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Het Kadaster, LandschappenNL en Wageningen University & Research ontwikkelden de Monitor Landschap in opdracht van de ministeries van BZK (Binnenlandse Zaken), OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

  • Op deze kaart staan de transformatorhuisjes die als rijksmonument zijn beschermd. Een transformatorhuisje is een gebouwtje dat een of meer transformatoren herbergt om hoogspanning om te zetten naar laagspanning voor levering aan huishoudens en bedrijven. De kaart is gebaseerd op het Monumentenregister dat in beheer is van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze dataset omvat 110 unieke records van transformatorgebouwen.

  • Overzicht met locaties van vennen en venen op de Veluwe.

  • Deze dataset met rivierkleilandschappen hangt nauw samen met de kaartlaag zandlandschappen. De data uit de cultuurhistorische informatiekaart van de provincie Overijssel (uit 2013) is nagekeken op compleetheid en waardering, zodat deze kan worden opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart (in voorbereiding, 2022). Zie ook de uitgebreide metadata uit 2013 voor deze laag. De contouren van de oeverwallen waarbinnen de akkercomplexen zijn ingetekend komen vanaf de geomorfologische kaart (3K25 – rivieroeverwal). Aan de hand van de Top1900 kaart zijn de enken ingetekend. Daarna is er gekeken wat er van deze complexen in 2013 nog aanwezig is als bouw-of grasland. De delen die hier niet aan voldeden zijn als "verdwenen" gekarteerd. In 2022 is het komkleilandschap ten oosten van Windesheim toegevoegd op basis van de geomorfologische kaart (1M23 – rivierkomvlakte). In Overijssel komen langs de IJssel verder geen uitgesproken rivierkomvlaktes voor.

  • Na de ijstijden werd het in Nederland warmer en natter, waardoor op sommige plekken dode planten niet afgebroken werden maar zich opstapelden. Na eeuwen van opstapeling ontstond op die manier een dikke veenlaag. Vanaf de late middeleeuwen begon men dit veen te systematisch in gebruik te nemen. Om het veen te kunnen ontginnen werden slootjes voor afwatering gegraven. Meestal gebeurde dit vanaf een riviertje recht het veen in, zodat parallelle stroken ontstonden. Tussen de parallelle slootjes kon dan landbouw worden bedreven. Door de ontwatering zakte het maaiveld, waardoor aan de Zuiderzeekust het gebied kon overstromen. Hier is dan ook een kleilaagje over de "agrarische veenontginning" afgezet, de zogenaamde "klei-op-veengebieden".Deze natte gebieden hadden een natuurlijke aantrekkingskracht op watervogels. Er werden eendenkooien aangelegd om watervogels gemakkelijker te vangen. Veel eendenkooien zijn reeds verdwenen maar er liggen nog enkele zichtbaar in het landschap, vooral in de Kop van Overijssel.Na de late middeleeuwen begon men op grotere schaal veen te winnen om als brandstof te gebruiken. Deze "verveningen" waren in eerste instantie niet grootschalig gecoördineerd. Vanaf de 19e eeuw werd het winnen van turf planmatig en grootschalig aangepakt, waarbij op vaste afstand van elkaar wijken werden gegraven om de turf te kunnen afvoeren. Voor deze "veenkoloniën" werden kanalen gegraven zoals de Dedemsvaart. Soms kwam het maaiveld door vervening of agrarisch grondgebruik zo laag te liggen dat met behulp van dijken, molens en/of sluisjes het land kunstmatig droog gehouden moest worden en er "polders" ontstonden. In deze update van het vlakkenbestand van 2022 zijn enkele gebieden in de kop van Overijssel die oorspronkelijk aangemerkt waren als droogmakerij omgezet naar agrarische veenontginning, omdat dit beter aansluit bij de ontstaansgeschiedenis van die gebieden.

  • Na de ijstijden werd het in Nederland warmer en natter, waardoor op sommige plekken dode planten niet afgebroken werden maar zich opstapelden. Na eeuwen van opstapeling ontstond op die manier een dikke veenlaag. Vanaf de late middeleeuwen begon men dit veen te systematisch in gebruik te nemen. Om het veen te kunnen ontginnen werden slootjes voor afwatering gegraven. Meestal gebeurde dit vanaf een riviertje recht het veen in, zodat parallelle stroken ontstonden. Tussen de parallelle slootjes kon dan landbouw worden bedreven. Door de ontwatering zakte het maaiveld, waardoor aan de Zuiderzeekust het gebied kon overstromen. Hier is dan ook een kleilaagje over de "agrarische veenontginning" afgezet, de zogenaamde "klei-op-veengebieden". Deze natte gebieden hadden een natuurlijke aantrekkingskracht op watervogels. Er werden eendenkooien aangelegd om watervogels gemakkelijker te vangen. Veel eendenkooien zijn reeds verdwenen maar er liggen nog enkele zichtbaar in het landschap, vooral in de Kop van Overijssel. Na de late middeleeuwen begon men op grotere schaal veen te winnen om als brandstof te gebruiken. Deze "verveningen" waren in eerste instantie niet grootschalig gecoördineerd. Vanaf de 19e eeuw werd het winnen van turf planmatig en grootschalig aangepakt, waarbij op vaste afstand van elkaar wijken werden gegraven om de turf te kunnen afvoeren. Voor deze "veenkoloniën" werden kanalen gegraven zoals de Dedemsvaart. Soms kwam het maaiveld door vervening of agrarisch grondgebruik zo laag te liggen dat met behulp van dijken, molens en/of sluisjes het land kunstmatig droog gehouden moest worden en er "polders" ontstonden. In deze update van het puntenbestand van 2022 zijn enkele gebieden in de kop van Overijssel die oorspronkelijk aangemerkt waren als droogmakerij omgezet naar agrarische veenontginning, omdat dit beter aansluit bij de ontstaansgeschiedenis van die gebieden.

  • Deze kaart geeft ruilverkavelingen weer uit de cultuurhistorische informatiekaart van de provincie Overijssel (uit 2013). De data is nagekeken op compleetheid en waardering, zodat deze kan worden opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart (in voorbereiding, 2022). Zie ook de uitgebreide metadata uit 2013 voor deze laag. In de tussenperiode is een dataset Landinrichtingsprojecten (shapefile) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beschikbaar gekomen waarin landelijke informatie over de ruilverkavelingen is opgenomen.Met deze nieuwe gegevens zijn 21 extra vlakken opgenomen. Daarbij zijn de volgende keuzes gemaakt:A. Door de wisselende kwaliteit van de gegevens in de shapefile van de RCE is bij twijfel de bestaande dataset van de cultuurhistorische informatiekaart van de provincie Overijssel aangehouden.B. In sommige gevallen volgen meerdere ruilverkaveling in hetzelfde gebied elkaar op. Bij overlap is altijd eerst de oudste ruilverkaveling opgenomen, waarna vervolgens de nieuwe ruilverkaveling daar omheen is gelegd. De oudste ruilverkaveling ligt dan als een uitsnede in de jongere ruilverkaveling.Door het ontbreken van een compleet landelijk overzicht van alle ruilverkavelingen is het overigens niet uit te sluiten dat er in de toekomst nog enkele oude, afgesloten ruilverkavelingen naar voren komen. De verwachting is bijvoorbeeld dat rondom Haarle een ruilverkaveling moet zijn geweest, maar vooralsnog komt dat uit geen enkele inventarisatie naar voren.