From 1 - 10 / 376
  • De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 van kracht geworden en heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. De KRW bepaalt dat betrokken landen per stroomgebieddistrict stroomgebiedbeheerplannen (SGBP) opstellen met een beschrijving van de ligging en kwaliteit van de watersystemen, doelen en maatregelen. Nederland heeft vier stroomgebieddistricten: Rijn, Maas, Schelde en Eems. De eerste Nederlandse SGBP's zijn in 2009 verschenen en worden elke zes jaar herzien. De KRW is niet vrijblijvend. Het halen van milieudoelen vormt een verplichting waaraan economische sancties zijn verbonden. Daarom vraagt de KRW om rapportages van de toestand van oppervlaktewater, grondwater en beschermde gebieden. Daaronder valt ook het rapporteren van geografische bestanden. Kaderrichtlijn Water RWS bevat de actuele geografische informatie met betrekking tot de KRW voor de oppervlaktewateren in beheer bij Rijkswaterstaat en de Nederlandse deelstroomgebied- en stroomgebieddistrictgrenzen. Voor de landelijke, naar de EU gerapporteerde geografische informatie wordt verwezen naar Kaderrichtlijn Water Nederland.

  • Verdrogingsgevoelige natuurgebieden incl. poelen

  • Natuur in Zeeland op basis van begrenzingen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Opgesteld voor het Natuurbeheerplan Zeeland, zoals dit geldig was vanaf vaststelling in september 2019, bedoeld voor subsidiejaar 2020.

  • Voortgangsrapportage Natuur 2019 geeft inzicht in de voortgang van verwerving, inrichting en beheer van het Natuurnetwerk op de peildatum 1-1-2019. Daarnaast is het op 1-1-2019 actuele bestand het Natuurnetwerk opgenomen.

  • Deze dataset bevat de kunstwerken die beheerd worden door de gemeente Albrandswaard. Deze dataset wordt dagelijks bijgewerkt.

  • De ontgravingskaart ondergrond toont de te verwachten gemiddelde bodemkwaliteit van een partij grond in de bodemlaag van 0,5 - 2,0 mter beneden maaiveld. De ontgravingskaart ondergrond maak deel uit van de bodemkwaliteitskaart.

  • Het Digitaal Geologisch Model (DGM) is een driedimensionaal lagenmodel van de Nederlandse ondergrond tot een diepte van ongeveer 500 m onder NAP, met lokaal uitschieters tot 1200 m. De ondergrondlagen in dit deel van de ondergrond bestaan hoofdzakelijk uit onverharde sedimenten, waarin de grondsoorten klei, zand, grind en veen voorkomen. De lagen worden op basis van verschillen in lithologie en andere eigenschappen ingedeeld in lithostratigrafische eenheden. DGM is een model van de opbouw en de samenhang (geometrie) van deze lithostratigrafische eenheden. De hoogteligging van de onder- en bovenkant en de dikte van de eenheden worden vastgelegd in gridbestanden (rasters) met een celgrootte van 100 bij 100 m. Behalve de laaginformatie bevat DGM ook de geïnterpreteerde boorbeschrijvingen die bij het maken van het model gebruikt zijn. Het modelgebied van DGM bestaat uit het vasteland van Nederland. De ondergrond van het Nederlandse deel van het Continentaal Plat is niet in DGM opgenomen. DGM is een regionaal model. Het is niet geschikt voor gebruik op lokale schaal; voor het maken van een lokaal ondergrondmodel zullen altijd aanvullende gegevens nodig zijn. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de website van de BRO: https://basisregistratieondergrond.nl/

  • Verspreiding van soorten in Vogelrichtlijngebieden voor de periode 2007-2012

  • Een geotechnische boormonsteranalyse analyseert een geologisch boormonster. De analyse geeft belangrijke informatie over onder meer de draagkracht van de ondergrond.

  • Deze dataset is gebaseerd op (niet geharmoniseerde) data van alle waterschappen in Nederland conform het Informatiemodel water (IMWA). De dataset bevat de volgende IMWA objecten: beschermingszone, kenmerkende profiellijn, referentiepunt, toplaag en waterkering.