From 1 - 10 / 330
  • Onderdeel van het natuurbeheerplan is het AgrarischZoekGebied (AZG). Binnen het AZG kunnen Agrarische collectieven subsidie aanvragen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De bijbehorende beheerpakketten zijn gebaseerd op de Index Natuur en Landschap. (Informatiemodel Natuur IMNa 4.0). Het gaat om 4 typen gebieden: Open grasland, Open akkerland, Droge dooradering en Natte dooradering. Trefwoorden: Weidevogels, Akkervogels, Landschap. Collectieven

  • Onderdeel van het natuurbeheerplan is het Zoekgebied water. Binnen het Zoekgebied water kunnen Agrarische collectieven subsidie aanvragen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De bijbehorende beheerpakketten zijn gebaseerd op de Index Natuur en Landschap. (Informatiemodel Natuur IMNa 5.1).

  • De stiltegebieden maken deel uit van de op 23 september 2015 door P.S. van Drenthe vastgestelde Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (kaart A). In de gebieden die op de kaart zijn aangegeven als stiltegebieden, gelden een aantal regels, zoals verbodsbepalingen, vrijstellingen en ontheffingen ter voorkoming of beperking van geluidshinder.

  • De kaart geeft de gemiddelde toegevoegde waarde per hectare weer van ruwvoerproductie in de landbouw (grasland, maar ook snijmaïs, voederbieten, luzerne, enz.), berekend over de periode 2011-2014. Deze vierjarige periode is gekozen om recht te doen aan vruchtwisselingscycli: op dezelfde grond kunnen immers elk jaar andere gewassen geteeld (behalve bij blijvend grasland). De data zijn deels afkomstig uit de Basisregistratie Percelen (waarin te vinden is waar welk gewas wordt geteeld) en deels uit de CBS-Landbouwtellingen, zoals bewerkt door het LEI (daarin wordt de gemiddelde productiewaarde van elk gewas berekend). Op deze zg. standaardopbrengst wordt vervolgens de gemiddelde verdiencapaciteit per sector toegepast als schatting van de toegevoegde waarde. De ecosysteemdienst moet namelijk gezien worden als de toegevoegde waarde van producten die de grond oplevert - niet als de totale waarde van de productie.

  • In 2015 heeft gemeente Koggenland een scan laten uitvoeren naar de geluidshinder veroorzaakt door wegverkeer. De gepubliceerde kaarten geven een indicatie van de geluidshinder in 2015. De service bevat de geluidcontouren van alle wegen in de gemeente inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder. Deze geluidcontouren kunnen gebruikt worden als eerste (worst case) toetsing van een plan aan de Wet geluidhinder. In deze berekening is de invloed van lokale gebouwen niet meegenomen.

  • De kaart geeft de gemiddelde toegevoegde waarde per hectare weer van sierteelten in de tuinbouw (bollen en boomkwekerijen), berekend over de periode 2011-2014; een culturele ecosysteemdienst dus. Teelten in kassen zijn niet meegenomen, omdat die niet als diensten van een natuurlijk ecosysteem worden gezien. Deze vierjarige periode is gekozen om recht te doen aan vruchtwisselingscycli: op dezelfde grond worden immers vaak elk jaar andere gewassen geteeld. De data zijn deels afkomstig uit de Basisregistratie Percelen (waarin te vinden is waar welk gewas wordt geteeld) en deels uit de CBS-Landbouwtellingen, zoals bewerkt door het LEI (daarin wordt de gemiddelde productiewaarde van elk gewas berekend). Op deze zg. standaardopbrengst wordt vervolgens de gemiddelde verdiencapaciteit per sector toegepast als schatting van de toegevoegde waarde. De ecosysteemdienst moet namelijk gezien worden als de toegevoegde waarde van producten die de grond oplevert - niet als de totale waarde van de productie.

  • De waterkaart hoort bij het Natuurbeheerplan.

  • Dit bestand bevat de interferentiegebieden binnen de gemeente Groningen. Interferentiegebieden zijn gebieden waar de gemeente de ondergrond kan ordenen omdat er drukte in de ondergrond wordt verwacht. Ordenen houdt in dat regels worden opgesteld waardoor de ondergrond zo optimaal mogelijk gebruikt wordt. Hierbij wordt gezorgd dat zowel huidige als toekomstige bodemenergiesystemen ruimte in de ondergrond hebben. Via een interferentiegebied kan de gemeente nadere regels stellen met betrekking tot de gesloten bodemenergiesystemen.

  • "Wat ziet u? Deze kaart geeft voor elke cel (10X10m of 1 a) weer hoeveel het huidige landgebruik bijdraagt aan het reguleren van het erosierisico . Dit wordt berekend door het verschil te nemen tussen de potentiële erosiegevoeligheid (indien landgebruik akker zou zijn) en de actuele erosiegevoeligheid (huidig landgebruik). De kaart geeft een beeld van welk landgebruik bijdraagt aan het verminderen van het erosierisico. Het geeft een beeld van waar nog maatregelen genomen kunnen worden en waar planners moeten oppassen om het landgebruik te wijzigen.

  • De kaart geeft de gemiddelde toegevoegde waarde per hectare weer van voedselteelten in de tuinbouw (groenten en fruit in de open grond), berekend over de periode 2011-2014. Teelten in kassen zijn niet meegenomen, omdat die niet als diensten van een natuurlijk ecosysteem worden gezien. Deze vierjarige periode is gekozen om recht te doen aan vruchtwisselingscycli: op dezelfde grond worden immers vaak elk jaar andere gewassen geteeld. De data zijn deels afkomstig uit de Basisregistratie Percelen (waarin te vinden is waar welk gewas wordt geteeld) en deels uit de CBS-Landbouwtellingen, zoals bewerkt door het LEI (daarin wordt de gemiddelde productiewaarde van elk gewas berekend). Op deze zg. standaardopbrengst wordt vervolgens de gemiddelde verdiencapaciteit per sector toegepast als schatting van de toegevoegde waarde. De ecosysteemdienst moet namelijk gezien worden als de toegevoegde waarde van producten die de grond oplevert - niet als de totale waarde van de productie.