From 1 - 10 / 323
  • CORINE Land Cover 2012 database of the Netherlands. Land cover of the Netherlands in 2012 based on satellite imagery in combination with ancillary data with reference date around 2012. Land cover mapping according to the CLC class descriptions with minimum mapping unit 25ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • CORINE Land Cover change (2006-2012) database of the Netherlands. Monitoring of CLC land cover changes between 2006 and 2012 with a minimum mapping unit (MMU) of 5ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • CORINE Land Cover 2006 database of the Netherlands (revised). Land cover of the Netherlands in 2006 based on satellite imagery in combination with ancillary data with reference date around 2006. Land cover mapping according to the CLC class descriptions with minimum mapping unit 25ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • De kaart geeft de geologische winbare hoeveelheid zand, grind en klei weer wanneer er niet meer dan maximaal 5 meter aan deklaag moet worden afgegraven. Voor de productie van veel bouwmaterialen wordt gebruik gemaakt van oppervlaktedelfstoffen. In Nederland is jaarlijks circa 150 miljoen ton aan bouwgrondstoffen nodig. Een deel daarvan komt uit het buitenland, een deel wordt verkregen door hergebruik (15 tot 20 %), maar nog steeds wordt een groot deel verkregen uit primaire winning. Sinds 1900 is de winning van ophoogzand op verschillende locaties uitgevoerd door maaiveldverlaging in het kader van landbouwkundige verbeteringen (ruilverkaveling). Sinds de jaren zeventig is er een afname in oppervlakkig ontgronden door toenemende maatschappelijke weerstand en strengere wetgevingen. Zandwinning vindt nu voornamelijk plaats in geconcentreerde winputten. Aanvullend vindt winning plaats middels het "werk met werk maken" principe. Hierin wordt bijvoorbeeld in nieuwbouwprojecten zand gewonnen voor gebruik in het project en tegelijkertijd waterberging gecreëerd. Voor winning van oppervlaktedelfstoffen is per jaar circa 400 hectare oppervlakte van ons land noodzakelijk. Ongeveer de helft daarvan, circa 200 hectare, blijft achter als diep water. De andere 200 hectare krijgt via herinrichting een nieuwe ruimtelijke bestemming, bijvoorbeeld als natuur- of recreatiegebied. Alternatief is de winning van zand uit het IJsselmeer, de Randmeren en de Noordzee. De winning van grind is vooral voorzien plaats te vinden uit de maaswerken in Limburg. De winning en reservering van zand en grind zijn bij de wet geregeld en land based winlocaties worden door de provincie aangewezen. De winning van zand en grind legt een ruimtebeslag die enerzijds kan conflicteren met ander gebruik, anderzijds kan ook de winning samengaan met inrichtingsvraagstukken zoals het geven van ruimte voor de rivieren en tijdelijke waterberging.

  • Door Provinciale Staten van Drenthe op 2 juli 2014 vastgestelde versie van Strategische grondwaterwinning.Locaties waar het waterleidingbedrijf een vergunning kan aanvragen voor een strategische grondwaterwinning. Dit is reservecapaciteit voor het geval een bestaande winning moet worden gesloten. Komt voor in kaart 10: Grondwater.

  • Door Provinciale Staten van Drenthe op 2 juli 2014 vastgestelde versie van Stedelijke netwerken. De stedelijke centra maken Drenthe voor haar inwoners en voor bezoekers extra aantrekkelijk. De provincie Drenthe streeft naar netwerken van steden die samenhangen, samenwerken en complementair zijn. Komt voor in kaart 1: Visie; kaart 4: Robuust sociaal-economisch systeem.

  • Om te zorgen voor een goede leefomgeving van flora en fauna in onze beken, gaan we in deze planperiode totaal 60 km beek herstellen. Daarnaast richten we circa 90 km oever langs beken, sloten en kanalen natuurvriendelijk in. Er worden 80 barrières voor vismigratie opgeheven. Daarbij ontstaat er meer natuurlijke variatie in stroming, bodem en oever. Wat ten goede komt aan de natuur in en rond de beek, sloten en kanalen.

  • De kweek van macroalgen op zee kan een belangrijke bijdrage leveren aan de productie van eiwitten als bron van voedsel, als leverancier van vetten als grondstof voor biobrandstof en van grondstoffen voor de chemie en de farmaceutische industrie. Daarnaast kan de productie van macroalgen bijdragen aan CO2-fixatie en aan waterzuivering waarbij onder andere een deel van de naar zee afgespoelde fosfaten opnieuw kunnen worden opgenomen en gebruikt. De economische haalbaarheid van offshore macroalgencultures is afhankelijk van de potentiële productie, de opbrengst en de productiekosten. De productie is onder meer afhankelijk van beschikbaarheid aan voedingsstoffen, lichtklimaat en hydrodynamische omstandigheden. Deze zijn niet uniform verspreid over het Nederlands Continentaal Plat (NCP). De productiekosten hangen onder andere samen met afstand tot de kust en de kosten voor de bouw en het onderhoud van de kweekfaciliteiten. Ook deze zijn per gebied verschillend. De kaart geeft het resultaat weer van een eerste verkenning van de mogelijke maximale biomassaproductie van twee soorten macroalgen voor 8 locaties. Op de gekozen locaties zijn offshore installaties al aanwezig of zijn hier gepland en is potentieel een combinatie met macro algenkweek mogelijk.

  • Door Provinciale Staten van Drenthe op 2 juli 2014 vastgestelde versie van Robuuste natuur. De provincie Drenthe zet in op grote en goed verbonden gebieden zodat dit de natuur minder kwetsbaar maakt voor de gevolgen van klimaatverandering. Komt voor in kaart 5: Robuust natuursysteem.

  • Dit bestand geeft de kaarten weer van ontginningen in Drenthe die tussen 1925 t/m 1968 in opdracht van de Ontginngingsmaatschappij NV Lantschap Drenthe (periode 1924-1950) en de Ontginningsmaatschappij NV De Drie Provincien (periode 1951-1968) zijn uitgevoerd.