From 1 - 10 / 562
  • CORINE Land Cover change (2006-2012) database of the Netherlands. Monitoring of CLC land cover changes between 2006 and 2012 with a minimum mapping unit (MMU) of 5ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • CORINE Land Cover 2012 database of the Netherlands. Land cover of the Netherlands in 2012 based on satellite imagery in combination with ancillary data with reference date around 2012. Land cover mapping according to the CLC class descriptions with minimum mapping unit 25ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • CORINE Land Cover 2006 database of the Netherlands (revised). Land cover of the Netherlands in 2006 based on satellite imagery in combination with ancillary data with reference date around 2006. Land cover mapping according to the CLC class descriptions with minimum mapping unit 25ha. The CORINE Land Cover (CLC) initiative has a longstanding tradition of providing land cover and land use information over Europe at regular time intervals. Over the past few decades, it gradually became one of the flagship european geospatial datasets. For the 2012 release, the global Monitoring for Environment and Security Programme (GMES, now called Copernicus), established in partnership with the European Commission and the European Space Agency (ESA), provides a unique opportunity to extend the CLC products with a new series of High Resolution (HR) layers, adressing 5 land cover characteristics that will provide valuable complementary information to the CLC datasets (i.e. imperviousness, forest areas, permanent grassland, wetlands and water bodies). The European Environment Agency (EEA) is responsible for the coordination of the pan-European component of GMES Initial Operations (GIO) Land Monitoring 2011-2013 in the framework of regulation (EU) No 911/2010 – Pan-EU Component. As the EEA highly values the cooperation with EIONET members and cooperating countries they were invited to participate in the production of CLC products and verification and enhancement of the HR layers.

  • Op deze kaartlaag in de PRV zijn zaadveredelingsconcentratiegebieden weergegeven. De PRV bevat regels met als doel om zaadveredelingsbedrijven in deze gebieden te concentreren. Zie artikel 26d in de PRV. Zie ook artikel 26 in de PRV en de toelichting op dit artikel. Deze kaartlaag is vastgesteld door PS op 3 februari 2014 (besluitnummer 179956-281768).

  • Door Provinciale Staten van Drenthe op 2 juli 2014 vastgestelde versie van Sturingsniveaus cultuurhistorie.De provincie Drenthe maakt onderscheid tussen drie sturingsniveaus: respecteren, voorwaarden stellen en eisen stellen. De sturingsniveaus zijn gebiedsgericht toegepast en weergegeven in de beleidskaart in het Cultuurhistorisch Kompas.Komt voor in kaart 2F: Cultuurhistorie Kernkwaliteit.

  • Dit bestand geeft voor geheel Nederland de kansrijke gebieden weer voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van soortenrijkdom in de broedtijd (q50) voor het leefgebied "droge dooradering". Het voorkomen van soorten is een belangrijke informatiebron om te bepalen of een gebied kansrijk is voor de soort of soortengroep. Naast de soortenrijkdom zijn ook andere criteria van belang om te bepalen of een gebied kansrijk is of niet. Deze andere criteria zijn niet in deze kaartopgenomen (bijvoorbeeld: bereidheid tot deelname agrariërs, abiotische omstandigheden, synergie met andere doelen, gebiedskennis). Deze kaart biedt dus géén vaststaande begrenzing van gebieden, maar kan als leidraad/startpunt bij het gebiedsproces worden gebruikt. Uitgewerkt zijn de internationale soorten waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de duurzame instandhouding van de soorten. De legenda geeft aan welke kleur bij welk aantal soorten hoort. Dit is zowel gedaan voor het 25% (q25) kwantiel (25% “beste” gebieden op basis van voorkomen) van de verspreiding en het 50% (q50) kwantiel (50% “beste” gebieden op basis van voorkomen).

  • De begrenzing van de EHS (1-1-2014) zoals aangeleverd door de provincies als onderdeel van de NOK2014. Zowel concrete begrenzingen als zoekgebieden zijn opgenomen voor nieuwe natuur, Recreatie om de Stad (RodS) en Robuuste Ecologische VerbindingsZones (REVZ). In 2009 is er een Nulmeting Op Kaart gemaakt dat de voortgang van de verwerving dat de voortgang van de verwerving, functieverandering en inrichting van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Recreatie om de Stad (RodS) per 1 januari 2007 beschrijft. Nulmeting op Kaart (NOK) gaat over de uitgangssituatie bij inwerkingtreding van het ILG. In 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014 zijn er updates gemaakt van dit bestand: Natuurmeting Op Kaart. Dit bestand is de uitkomst van de Natuurmeting Op Kaart 2014. Dit bestand is de vereenvoudigde weergave van de data ten behoeve van de mapservices.

  • Dit bestand geeft voor geheel Nederland de kansrijke gebieden weer voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van soortenrijkdom in de winter (q25 reclass) voor het leefgebied "droge dooradering". Het voorkomen van soorten is een belangrijke informatiebron om te bepalen of een gebied kansrijk is voor de soort of soortengroep. Naast de soortenrijkdom zijn ook andere criteria van belang om te bepalen of een gebied kansrijk is of niet. Deze andere criteria zijn niet in deze kaartopgenomen (bijvoorbeeld: bereidheid tot deelname agrariërs, abiotische omstandigheden, synergie met andere doelen, gebiedskennis). Deze kaart biedt dus géén vaststaande begrenzing van gebieden, maar kan als leidraad/startpunt bij het gebiedsproces worden gebruikt. Uitgewerkt zijn de internationale soorten waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de duurzame instandhouding van de soorten. De legenda geeft aan welke kleur bij welk aantal soorten hoort. Dit is zowel gedaan voor het 25% (q25) kwantiel (25% “beste” gebieden op basis van voorkomen) van de verspreiding en het 50% (q50) kwantiel (50% “beste” gebieden op basis van voorkomen).

  • De dataset Beheer is samengesteld uit het bestand Beheer_RODS dat de eindbeheerder voor de begrensde RodS weergeeft en wordt verzameld door DLG en Beheer_DR dat het type beheer voor de EHS weergeeft en wordt aangeleverd door RVO.nl (voorheen DR). In 2009 is er een Nulmeting Op Kaart gemaakt dat de voortgang van de verwerving dat de voortgang van de verwerving, functieverandering en inrichting van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Recreatie om de Stad (RodS) per 1 januari 2007 beschrijft. Nulmeting op Kaart (NOK) gaat over de uitgangssituatie bij inwerkingtreding van het ILG. In 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014 zijn er updates gemaakt van dit bestand: Natuurmeting Op Kaart. Dit bestand is de uitkomst van de Natuurmeting Op Kaart 2014. Dit bestand is de vereenvoudigde weergave van de data ten behoeve van de mapservices.

  • Dit bestand geeft voor geheel Nederland de kansrijke gebieden weer voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van soortenrijkdom in de winter (q50 reclass) voor het leefgebied "open akkerland". Het voorkomen van soorten is een belangrijke informatiebron om te bepalen of een gebied kansrijk is voor de soort of soortengroep. Naast de soortenrijkdom zijn ook andere criteria van belang om te bepalen of een gebied kansrijk is of niet. Deze andere criteria zijn niet in deze kaartopgenomen (bijvoorbeeld: bereidheid tot deelname agrariërs, abiotische omstandigheden, synergie met andere doelen, gebiedskennis). Deze kaart biedt dus géén vaststaande begrenzing van gebieden, maar kan als leidraad/startpunt bij het gebiedsproces worden gebruikt. Uitgewerkt zijn de internationale soorten waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de duurzame instandhouding van de soorten. De legenda geeft aan welke kleur bij welk aantal soorten hoort. Dit is zowel gedaan voor het 25% (q25) kwantiel (25% “beste” gebieden op basis van voorkomen) van de verspreiding en het 50% (q50) kwantiel (50% “beste” gebieden op basis van voorkomen).