Zoeken
 
From 1 - 10 / 175
  • Dit bestand bevat de motorbrandstofverkooppunten (benzinepompen) gelegen langs de provinciale wegen. Tevens wordt de naam van de oliemaatschappij aangegeven.

  • Ligging van de Bedrijfsterreinen (vector) volgens het Bestand Bodem Gebruik 2008

  • Luchtfoto 2009 Gemeente Koggenland

  • Plangebiedsbegrenzing Ontwerp Structuurvisie Noord-Brabant (2010).

  • ​Het bestand geeft de meetlocaties van de grondwaterstanden Kaderrichtlijn Water (KRW) binnen de provincie Gelderland weer. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Europa op goed niveau te krijgen en te houden. Op 22 december 2000 is de KRW in werking getreden.

  • Primaire watergebieden zijn (als zodanig aangewezen) laaggelegen gebieden in de buurt van steden en dorpen die bij hevige neerslag ruimte bieden voor waterberging. In de primaire watergebieden is het belang van het water kaderstellend. Hier is geen ruimte voor initiatieven die de wateropvang functie belemmeren. Dit betekent niet dat ontwikkelingen uitgesloten zijn: nieuwe bebouwing bijvoorbeeld is toegestaan, mits het waterbergend vermogen niet wordt aangetast. Nieuwe kapitaalintensieve functies worden zoveel mogelijk geweerd in verband met de kans op schade. Waterbergingsgebieden zijn gebieden die bij hoog water gebruikt worden voor wateropvang. De gebieden zijn hiervoor geschikt gemaakt door het aanbrengen van waterhuishoudkundige werken zoals dijken, kades en inlaatwerken. De polders Noord- en Zuid Meene (gemeente Hardenberg), de Beulakerpolder (gemeente Steenwijkerland) en Wetering Oost en -West (gemeente Steenwijkerland) zijn aangewezen als waterbergingsgebied. Deze functie moet behouden blijven. Het belang van het water is hier kaderstellend. Ontwikkelingen die hiermee in strijd zijn worden geweerd. In waterbergingsgebieden mag worden gebouwd mits hierdoor het waterbergend vermogen niet wordt aangetast (bijvoorbeeld door te bouwen op palen). Daarbij geldt wel dat nieuwe kapitaalintensieve functies zoveel mogelijk worden geweerd in verband met schadekosten. Waterbergingsgebieden zijn aangewezen als gebieden waarin water in extreme situaties kan worden vastgehouden om te voorkomen dat waterafvoersystemen overbelast raken en er wateroverlast optreedt op plekken waar het meer schade toebrengt.

  • Faunaknelpunten zijn locaties waar maatregelen nodig zijn voor het opheffen van infrastructurele barrières voor dieren in de ecologische hoofdstructuur, het beperken van faunaslachtoffers en het versterken van de samenhang van natuurgebieden. De locaties bevinden zich op kruispunten van de ecologische hoofdstructuur met infrastructuur en waterkeringen. De knelpunten zijn overgenomen uit een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van provincie Overijssel evenals knelpunten binnen Overijssel die beschreven staan in Alterra rapport 2013-2014. Bij het onderzoek van de provincie Overijssel is gekeken naar faunaknelpunten binnen de provinciale ecologische hoofdstructuur en de te realiseren ecologische verbindingszones. Hierbij is gekeken naar rijks-, provinciale- en gemeentelijke wegen, spoorwegen en kanalen. Uitgangspunt bij de inventarisatie is het voorkomen van versnipperinggevoelige diersoorten in het desbetreffende gebied. Een overlay met het wegennet resulteerde in knelpunten ten aanzien van de verspreiding van dieren en uitwisseling tussen deelpopulaties. Sommige knelpunten zijn afgelopen jaren opgelost, deze zijn terug te vinden als "voorziening".

  • In 2009 heeft gemeente Koggenland een scan laten uitvoeren naar de geluidshinder veroorzaakt door spoorverkeer. De gepubliceerde kaart geeft een indicatie van de geluidshinder in 2020. De service bevat de geluidcontouren van alle sporen in de gemeente.

  • Vennen zijn kleine natuurlijke wateren die vanouds op heidevelden voorkomen en geheel of grotendeels gevoed werden met zuur regenwater. Natuurlijke vennen zijn dan ook zuur of licht zuur als enige buffering optreedt. De meeste vennen rusten op een ondoorlaatbare laag. Dat kan een lemige laag zijn, een keileemafzetting of een met humus verkitte laag in de ondergrond. De vennenkaart 1900 is gebaseerd op een analoge, ingescande versie van de topografische kaart van omstreeks 1900 (G.L. Wieberdink, 1990. Historisch Atlas Overijssel. Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000). Deze vennen zijn op de huidige topografische kaart geprojecteerd. Vennen op de 1900 kaart zijn goed herkenbaar omdat het water met lichtblauw is aangegeven. Bij vergelijking van de huidige vennen met de situatie van 1900 valt op dat een deel van de vennen in 1900 niet op de kaart stonden. Op deze plekken was wel steeds sprake van natte laagten. Deze natte laagten zijn aangeduid als blauw-groen met onderbroken strepen. Op de 1900 kaart zijn deze natte laagten vaak aangegeven in de heide. Deze laagten zullen begroeid zijn geweest met zuur blauwgrasland, blauwgrasland of venachtige vegetaties. Het is niet aan te geven hoeveel van deze natte laagten in feite vennen waren die bijvoorbeeld in droge zomers droogvielen.

  • Betreft de stedelijk laag, gebruikt in de ontwikkelingsperspectievenkaart met indeling in stedelijke netwerken. De drie stedelijke netwerken (Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Deventer-Stedendriehoek) vormen de motor van de Overijsselse economie en cultuur. Zwolle en Deventer liggen in het economisch kerngebied van Nederland. Netwerkstad Twente ligt erbuiten, maar neemt, door haar profiel als kennisintensieve topregio met goede internationale verbindingen, een eigen positie in. Binnen de stedelijke netwerken vervullen de vijf grote steden (Enschede, Zwolle, Deventer, Hengelo en Almelo) een centrumfunctie die van (boven)regionale betekenis is. Hier is de werkgelegenheid geconcentreerd en vind je de "massa" en het creatieve en innovatieve klimaat dat zo belangrijk is voor de concurrentiepositie van Overijssel. Naast stedelijke netwerken zijn Steenwijk en Hardenberg steden buiten de stedelijke netwerken met voorkeurslocatie voor logistieke bedrijven met een (boven)regionaal profiel.