Zoeken
 
From 1 - 10 / 138
  • infrarood orthofoto voor zeegras soorts kartering osterschelde 2008

  • Dit bestand omvat de gebieden: Eems en Dollard, Amelander zeegat. Hoogtemodel van platen in de vorm van een grid met een resolutie van 5 meter waarbij de hoogtewaarde is opgenomen in meters. Delen van de platen worden elk jaar in hoogte vastgelegd. Een digitaal hoogte model (DHM) is een bestand waarbij de hoogte wordt weergegeven volgens een regelmatig, rechthoekig raster. Iedere cel van het raster (ook wel een gridcel genoemd) krijgt een hoogtewaarde. Deze hoogtewaarde wordt berekend uit de omliggende laserpunten van het gefilterde basisbestand. De hiervoor gebruikte techniek is een zogenaamde gewogen gemiddelde interpolatie . Meer informatie en uitleg over de interpolatie vindt U in de handleiding de grids van het AHN te vinden op www.ahn.nl. Als er geen laserpunten in de buurt van een gridcel liggen blijft de cel leeg (de cel krijgt een nodata waarde). Belangrijk om te weten is dat de waarde van een 5x5 meter gridcel wordt berekend uit meerdere laserpunten (het aantal is afhankelijk van de puntdichtheid van het basisbestand). Hierdoor neemt de invloed van de meetruis en uitschieters af en treedt er een lichte mate van vervlakking op.

  • Berekende trendwaarden horizontale positie kustlijn ten opzicht van de Basiskustlijn voor het jaar 2008. Cijfer en kaarten worden jaarlijks verwerkt in het kustlijnkaartenboek dat wordt uitgegeven door de Waterdienst. Op basis van dit boek wordt het suppletieschema voor het jaar 2 jaar na meting vastgesteld. Afgebeeld is de trend in uitwijking van de positie van de te toetsen kustlijn (TKL) ten opzichte van de Basiskustlijn. In de onderliggende tabel alle toetsparameters die door de toetsprogrammatuur WINKUST worden uitgerekend. De kleuring geeft de richting van de trend (zeewaarts/landwaarts) en geeft de ligging weer van de tkl (zeewaarts/landwaarts).

  • Orthofotomozaiek van Texel Kwelders en Slufter, vervaardigd uit stereoluchtfoto opnamen ter ondersteuning van vegwad 2011 monitorings programma in opdracht van de Waterdienst.

  • In Twente bevindt zich op een diepte van 350 tot 500 meter een laag steenzout. Sinds 1933 wordt in de omgeving van Hengelo en Enschede zout gewonnen door AkzoNobel. Schoon water wordt naar beneden gepompt, waarna pekel omhoog wordt gepompt (oplosmijnbouw). De provincie Overijssel, adviseert over vergunningen van het Rijk voor zoutwinningen. Deze advisering is erop gericht om de zoutwinningen zo weinig mogelijk impact te laten hebben op de structuur van landbouw, natuur en landschap. Niet uitgesloten is dat in de toekomst nieuwe winlocaties nodig zijn. Gelet op de natuurlijke condities in de ondergrond ligt het zoekgebied voor toekomstige winlocaties in een straal van 25 km van het huidige zoutwingebied. Door zoutwinning zijn in Overijssel in de laag steenzout ruim 200 holle ruimten ontstaan (cavernes). In het verleden zijn deze cavernes vaak te groot of te hoog of te dicht bij elkaar gemaakt. Daarbij bestaat het risico dat de bovengrond verzakt of - in het ergste geval - instort. In Overijssel zijn er 63 zoutcavernes potentieel instabiel, 22 daarvan vormen een zodanig gevaar voor hun omgeving dat stabiliseren noodzakelijk is. AkzoNobel doet onderzoek naar de wijze waarop deze instabiele zoutcavernes kunnen worden gestabiliseerd. Een optie is om de cavernes te vullen met zogenaamde slurry en te laten uitharden. De bovenliggende gesteentelagen kunnen zo niet meer instorten. De proef wordt samen met de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, Staatstoezicht op de Mijnen, de gemeenten Hengelo en Enschede en AkzoNobel uitgevoerd. De proef is opgenomen in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Vanaf 1980 wordt volgens een andere methodiek zout gewonnen, de cavernes die sinds die tijd zijn aangelegd, zijn stabiel.

  • De zeven deelstroomgebieden Kaderrichtlijn Water Nederland (Maas, Schelde, Eems, Rijn-Noord, Rijn-Midden, Rijn-Oost, Rijn-West) als lijnenbestand. De Duitse delen van Rijndelta zijn ook opgenomen. Attribuut naam en definitie (indien aanwezig): FID Shape GAFIDENT = Code gebied GAFLIGIN = Code van grotere stroomgebied waar dit gebied in ligt GAFNAAM = Naam gebied GAFOPPVL = Oppervlakte in km2 GAFSOORT = Soort gebied (10 = stroomgebieddistrict, 15 = deelgebied) GAFJAAR = Jaar waarin gebied vastgesteld of gewijzigd is GAFOMSCH= Omschrijving COUNTRY = Duitsland: DE, Nederland: NL

  • Bestaande netwerk van Lange-afstandswandelroutes (LAW´s). Nederland kent ca. 7000 km LAW's, die tezamen het landelijke netwerk van wandelroutes vormen.

  • Deze dataset vormt samen met vier andere datasets (betrouwbaarheid TNO kaarten, zettingsgevoeligheid (slappe grond), dikte holoceen en opbarsting damwand) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen. Deze kaart hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Bij de constructie van deze kaart is eerst berekend welk gedeelte van de boringen het holocene pakket heeft doorboord. Een boring die het totale holocene pakket heeft doorboord geeft betrouwbaarder informatie dan een boring die slechts een deel heeft doorboord. Vervolgens is gekeken naar de ruimtelijke verdeling van de boringen. In kaartbijlage G (zie rapport) is de betrouwbaarheid in drie klassen verdeeld, van meest betrouwbaar tot minst betrouwbaar.

  • Mozaiek van oude rivierkaarten in ECW vervaardigd uit oude rivierkaarten die gescand zijn. Hierna zijn de bladranden verwijderd en zijn de beelden gegeorefereerd in RD. Hierna is per druk, serie of herziening een mozaiek gemaakt in ECW-formaat. In een bijbehorende index-file (shape) is terug te vinden van welk jaar elke afzonderlijke kaart is. Kaart van de rivieren de Boven Rijn, de Waal, de Merwede, de Oude en een gedeelte van de Nieuwe Maas van Lobith tot Brielle: in twintig bladen benevens twee supplementaire bladen voor de Dordtsche Kil / vervaardigd op last van zijne excellentie den Minister van Binnenlandse Zaken, onder directie van den Hoofd-Ingenieur bij de Algemeene Dienst van den Waterstaat B.H. Goudriaan. - Schaal 1:10.000. - [Delft]: Algemeene Dienst van den Waterstaat, 1830-1835. ([Delft] : het Bureau en de drukkerij van de Directie der Militaire Verkenningen). - 1 kaartserie, in 27 bladen: lithografie; diverse formaten. Van de eerste serie van de rivierkaart van de Boven Rijn bestaan een aantal bladen met in handschrift "Normaallijnen Gelderland". Op deze bladen zijn de resultaten van de oevermetingen in 1850-1851 en 1872-1873 in manuscript ingetekend. Bij de legger van deze rivierkaart worden drie extra kaartbladen bewaard, in 1863 vervaardigd, waarop de rivierstanden en noodpeilen langs de Nederlandse hoofdrivieren zijn aangeduid.

  • De geschiktheid voor ondergronds bouwen is uitgedrukt in twee factoren die belangrijk zijn bij het aanleggen van een bouwput (zie rapportage, kaartbijlagen D en E). Deze dataset vormt samen met drie andere datasets (betrouwbaarheid TNO-kaarten, zettingsgevoeligheid, dikte holoceen) de informatie om de geschiktheid van de ondergrond voor bouwen op slappe grond en ondergronds bouwen te bepalen en hoort bij het onderzoeksrapport "Geschiktheidskaarten van de ondergrond voor bouwen in Noord-Holland". Voor het vervaardigen van het bestand is gebruik gemaakt van alle binnen en net buiten Noord-Holland beschikbare boringen in de DINO database van TNO, en kaarten van bodem- en geologische structuren.