Zoeken
 
From 1 - 10 / 71
  • Transport van gevaarlijke stoffen vindt plaats over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen. Tijdens het transport kunnen dingen misgaan waardoor de gevaarlijke lading kan ontbranden of exploderen of waardoor er bijvoorbeeld giftige gassen ontsnappen via een lek of breuk. In het algemeen geldt dat die wegen op de risicokaart vermeld staan waarvan er bekend is dat er een overschrijding van de wettelijke norm is. Deze norm is het plaatsgebonden risico 10-6.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. Bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen, staan op de risicokaart. De categorie bevat bedrijven die niet als aparte categorie zijn benoemd. In de categorie "Overig" kunnen ook bedrijven worden opgenomen als er een kans is dat bij een ongeval gewonden en/of doden vallen buiten de terreingrens. De eindverantwoordelijke voor de milieuvergunning (meestal de gemeente) moet aangeven voor welke situaties dat geldt.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. BRZO-bedrijven zijn de meest risicovolle bedrijven in Nederland.In Nederland vallen bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Het BRZO is de Nederlandse invulling van een Europese richtlijn. Het BRZO voegt wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampbestrijding samen. Het doel van het BRZO is het voorkomen en beheersen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Bedrijven die onder deze wet vallen, heten BRZO-bedrijven. Voor deze bedrijven gelden strengere regels dan voor andere bedrijven. BRZO bedrijven zijn verplicht rampenbestrijdingsplannen op te stellen en deze te oefenen met hulpverleners. De vergunningverlener (provincie of gemeente) controleert regelmatig of het bedrijf aan de strenge veiligheidseisen voldoet. Het BRZO is overigens niet van toepassing op onder andere inrichtingen van Defensie, kerncentrales en mijnbouwbedrijven. Daarvoor gelden specifieke wetten of regels.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. Op rangeerterreinen worden treinen met gevaarlijke stoffen samengesteld of gesplitst. De rangeerterreinen waar dat gebeurt, staan op de risicokaart.

  • Ongevallen door vliegoperaties vanaf vliegvelden en militaire oefenterreinen. De risicokaart toont vliegvelden waarvoor zgn. LVL-maatscenario geldt (Leidraad vliegtuigongevallenbestrijding op luchtvaartterreinen, BZK 1997). Militaire (oefen)terreinen voor vliegtuigen en helikopters.

  • Een natuurbrand is een brand in bos-, heide- of duingebied. In Nederland komen bos- en heidebranden vaker voor dan duinbranden.

  • Het bestand geeft het Provinciaal Primair grondwaterstandsmeetnet weer op basis van veldwerk en waarnemingen middels Waterleidingbedrijf Vitens (NWG en WG). Door Gedeputeerde Staten in 2009 vastgesteld.

  • Op deze kaartlaag zijn alle terreinen en vindplaatsen opgenomen, waarvan zeker is dat er archeologische resten aanwezig zijn. Niet opgenomen zijn de gebieden met een archeologische verwachting. De kaartlaag bestaat zowel uit archeologische, bouwkundige als geografische elementen.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. Sommige bedrijven hebben overslagpunten waar gevaarlijke stoffen tijdelijk worden geparkeerd, bijvoorbeeld in containers, om daarna verder verwerkt of vervoerd te worden. Alle overslagpunten met meer dan 10.000 kilo gevaarlijke stoffen op het terrein én met een bepaald risico voor ongevallen buiten het hek (één op de miljoen), staan op de risicokaart.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. Vuurwerk is de verzamelnaam voor snel verbrandende, lichtgevende en vaak luid knallende stoffen in papieren hulzen, waar vaak buskruit in zit. Het wordt ingedeeld in twee categorieën: consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk. Het vuurwerk dat voor de jaarwisseling wordt verkocht, is consumentenvuurwerk. Op de risicokaart staan de locaties waar meer dan 10.000 kilo vuurwerk ligt opgeslagen, wordt bewerkt of verkocht. Dat kan zowel consumenten- als professioneel vuurwerk zijn. De meeste verkooppunten van consumentenvuurwerk hebben minder voorraad en staan dus niet op de risicokaart.