Zoeken
 
From 1 - 10 / 76
  • Het bestand geeft het Provinciaal Primair grondwaterstandsmeetnet weer op basis van veldwerk en waarnemingen middels Waterleidingbedrijf Vitens (NWG en WG). Door Gedeputeerde Staten in 2009 vastgesteld.

  • Ongevallen met passagiersschepen op zee, passagieersschepen of veerponten op binnenwater, watersportgebieden met grote aantallen zeilers, surfers en andere watersporters. De risicokaart toont watersportgebieden met meer dan 2000 ligplaatsen voor pleziervaartuigen in open binnenwater van meer dan 500 ha. Zeehavens voor schepen met minstens 25 opvarenden. Wadlooproutes voor groepsgrootten van minimaal 25 personen. Vaarroutes voor schepen met minstens 25 opvarenden. Aanlandingslocaties indien zij worden vermeld in een rampenplan, rampbestrijdingsplan, coördinatieplan of calamiteitenplan.

  • Kwetsbare objecten zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden of gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn (zieken, bejaarden, kinderen). Op de kaart staan bijvoorbeeld kinderdagverblijven, basisscholen, ziekenhuizen, hotels met meer dan 10 bedden of gebouwen met meer dan 25 verdiepingen. Alle kwetsbare objecten met een PREVAP prioriteit 1 of 2 moeten op de risicokaart.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. BRZO-bedrijven zijn de meest risicovolle bedrijven in Nederland.In Nederland vallen bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Het BRZO is de Nederlandse invulling van een Europese richtlijn. Het BRZO voegt wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampbestrijding samen. Het doel van het BRZO is het voorkomen en beheersen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Bedrijven die onder deze wet vallen, heten BRZO-bedrijven. Voor deze bedrijven gelden strengere regels dan voor andere bedrijven. BRZO bedrijven zijn verplicht rampenbestrijdingsplannen op te stellen en deze te oefenen met hulpverleners. De vergunningverlener (provincie of gemeente) controleert regelmatig of het bedrijf aan de strenge veiligheidseisen voldoet. Het BRZO is overigens niet van toepassing op onder andere inrichtingen van Defensie, kerncentrales en mijnbouwbedrijven. Daarvoor gelden specifieke wetten of regels.

  • Transport van gevaarlijke stoffen vindt plaats over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen. Tijdens het transport kunnen dingen misgaan waardoor de gevaarlijke lading kan ontbranden of exploderen of waardoor er bijvoorbeeld giftige gassen ontsnappen via een lek of breuk. In het algemeen geldt dat die wegen op de risicokaart vermeld staan waarvan er bekend is dat er een overschrijding van de wettelijke norm is. Deze norm is het plaatsgebonden risico 10-6.

  • Situaties waar paniek in menigten en vestoring van de openbare orde voorzienbaar is. De risicokaart toont Locatiespecifieke en periodieke evenementen met bijeenkomsten van minstens 5000 personen per keer op een gedefinieerd, beperkt gebied.

  • Openbaarvervoer zoneringen. Een zone is sinds de invoering van de Nationale Strippenkaart in Nederland de eenheid waarmee een reisafstand - en dus het tarief - wordt opgegeven. De lengte van een zone is 4 à 5 km. Afwijkingen zijn mogelijk. Doordat een zone vrij groot is en bushaltes meestal dicht bij elkaar liggen, vallen vaak veel haltes binnen dezelfde zone. De kleinere dorpen en steden vormen vaak een enkele zone. (bron: wikipedia)

  • Op deze kaartlaag zijn alle terreinen en vindplaatsen opgenomen, waarvan zeker is dat er archeologische resten aanwezig zijn. Niet opgenomen zijn de gebieden met een archeologische verwachting. De kaartlaag bestaat zowel uit archeologische, bouwkundige als geografische elementen.

  • Ongevallen door vliegoperaties vanaf vliegvelden en militaire oefenterreinen. De risicokaart toont vliegvelden waarvoor zgn. LVL-maatscenario geldt (Leidraad vliegtuigongevallenbestrijding op luchtvaartterreinen, BZK 1997). Militaire (oefen)terreinen voor vliegtuigen en helikopters.

  • Bij ongevallen gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. Op de risicokaart staan kazernes, munitieopslagplaatsen, schiet- en oefenterreinen en militaire vliegvelden. Op de risicokaart worden alleen die defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen bepaalde veiligheidszones: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen worden gebouwd of wegen aangelegd. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichterbij het militaire terrein, hoe strenger de regels.