Zoeken
 
From 1 - 10 / 46
  • Hoogtemodel van de platen in de Waddenzee in de vorm van een grid met een resolutie van 5 meter waarbij de hoogtewaarde is opgenomen in meters. Delen van de platen in de Waddenzee worden elk jaar in hoogte vastgelegd. Een digitaal hoogte model (DHM) is een bestand waarbij de hoogte wordt weergegeven volgens een regelmatig, rechthoekig raster. Iedere cel van het raster (ook wel een gridcel genoemd) krijgt een hoogtewaarde. Deze hoogtewaarde wordt berekend uit de omliggende laserpunten van het gefilterde basisbestand. De hiervoor gebruikte techniek is een zogenaamde gewogen gemiddelde interpolatie . Meer informatie en uitleg over de interpolatie vindt U in de handleiding de grids van het AHN te vinden op www.ahn.nl. Als er geen laserpunten in de buurt van een gridcel liggen blijft de cel leeg (de cel krijgt een nodata waarde). Belangrijk om te weten is dat de waarde van een 5x5 meter gridcel wordt berekend uit meerdere laserpunten (het aantal is afhankelijk van de puntdichtheid van het basisbestand). Hierdoor neemt de invloed van de meetruis en uitschieters af en treedt er een lichte mate van vervlakking op.

  • Bestand met natuurlijke en voormalige natuurlijke waterlopen. In eerste instantie dienden alle wateren in Fryslân de natuurlijke afwatering, of maakten er althans een onderdeel van uit. Rivieren, natuurlijke geulen en prielen, zeearmen, meren en meerstallen (waterplassen in een hoogveengebied) behoorden ertoe. Deze wateren met een natuurlijke oorsprong zijn opgenomen op de kaart, zowel de nog bestaande als de inmiddels verdwenen waterlopen. Om de afwatering en de mogelijkheden voor transport te verbeteren zijn veel natuurlijke waterlopen in de loop der tijd gekanaliseerd.

  • Bestand met de officiële namen van wateren, waterwegen en vaarwegen in Fryslân. Het lijnenbestand bevat de namen van de waterwegen, het puntenbestand bevat de namen van de overige wateren zoals meren en plassen.

  • Dit puntenbestand bevat de naam van het object en het type object (watermolen, sluis, dam, bron, stuw, spreng, gemaal, waterval, syphon, cascade, sluis of aquaduct.) De informatie is in het veld ingewonnen ten behoeve van een historisch onderzoek door ‘Stichting tot behoud van de Veluwse Sprengen en Beken’ in samenwerking met de Provincie Gelderland.

  • Bestand met de historische droogmakerijen. Een droogmakerij is een polder die is ontstaan door het droogleggen van een door de natuur of door de zelnering dan wel turfwinning gevormd meer. De fraaiste droogmakerijen vinden we ten zuiden van Leeuwarden in de vorm van de Grutte Wergeaster Mar en het Hempensermeer. De meeste voormalige plassen die als droogmakerijen worden aangeduid zijn dankzij een verbeterde bemaling in de directe omgeving of door aftapping drooggevallen.

  • Bestand met kruinige percelen. Evenals de terpen behoren de kruinige percelen tot het zogeheten 'man-made' reliëf, dat door de mens is opgeworpen. Van oorsprong zijn het akkers die vanaf de randen van de percelen bolrond rondom en naar het midden van de akker zijn geploegd. Het doel was de afwatering te verbeteren en zowel de slempgevoeligheid van de akker als de eventuele verstuiving van de bodem tegen te gaan. Kruinige percelen komen voor op lichte of zavelige kleigronden. Daarmee beperkt deze categorie zich tot de kwelderwallen langs de kust, de voormalige zeeboezems en de hogere delen van de aanwasvlakten.

  • Bestand met verlaten kerkhoven. Het kerkhof waarvan de oorspronkelijke nederzetting is verdwenen of verplaatst, wordt een 'verlaten kerkhof' genoemd. Deze categorie omvat zowel kerkhoven die nog zichtbaar zijn, als kerkhoven die verdwenen zijn of waarvan de ondergrond nog restanten van begravingen en eventueel kerken bevat. Oude kerkhoven zijn thans vooral van belang voor het reconstrueren van de bewoningsgeschiedenis van Fryslân, omdat zij ons iets meedelen over vroegere vestigingsplaatsen van nederzettingen. De meeste verlaten kerkhoven bevinden zich in (voormalige) veengebieden.

  • Dit kaartbeeld laat een globaal beeld zien van de geschatte gemiddelde (nitraat)belasting in het grondwater (situatie periode 2030 - 2040) bij voortzetting van het mestbeleid (op basis van MINAS verliesnormen; situatie eind jaren negentig) en de huidige hydrologische situatie. EU-norm grondwater; 50 mg nitraat per liter; dit is het Maximaal Toelaatbare Risico: MTR

  • Dit kaartbeeld laat een globaal beeld zien van de geschatte gemiddelde (fosfaat)belasting in het oppervlaktewater (situatie periode 2030 - 2040) bij voortzetting van het mestbeleid (op basis van MINAS verliesnormen; situatie eind jaren negentig) en de huidige hydrologische situatie. Norm oppervlaktewater: 0,15 mg P/l; dit is het Maximaal Toelaatbare Risico: MTR