From 1 - 10 / 46
  • Cultuurhistorische vlakinformatie met waarderingskaart agrarische hoofdfuncties (open essencomplex, weinig veranderd cultuurland na 1850, tussen 1850-1950 ontgonnen gebied na 1950 weinig veranderd, heiderelicten 1850, bosrelicten 1850, zandverstuivingsrelicten 1850, en bebouwingskernen 1994, water 1994). Deze kaart geeft alleen in combinatie met de relicten-symbolen en relicten-lijnen een volledig beeld van Gelderland v.w.b. relicten.

  • Regionale waterberging gebruikt in de IHS (Integraal Hydrologisch Streefbeeld). Het zijn overstromingsgebieden met frequentie 1 maal per 20 jaar. Gebieden die eens per 20 jaar of vaker in de huidige situatie inunderen, rekening houdend met klimaatsveranderingen.

  • Bestand met dobben in Fryslân. Dit zijn depressies (kommen) in het Pleistocene landschap, geheel of gedeeltelijk gevuld met veen en gyttja. In de dobben, die door de mens zijn uitgeveend, komen meertjes voor. De dobben kunnen deflatiekommen zijn, d.w.z uitgeblazen kommen, ontstaan binnen het dekzandlandschap. Deze kommen zijn meestal niet dieper dan 3 meter.

  • Dit kaartbeeld laat een globaal beeld zien van de geschatte gemiddelde (stikstof)belasting in het oppervlaktewater (situatie periode 2030 - 2040) bij voortzetting van het mestbeleid (op basis van MINAS verliesnormen; situatie eind jaren negentig) en de huidige hydrologische situatie. Norm oppervlaktewater: 2,2 mg N/l dit is het Maximaal Toelaatbare Risico: MTR

  • Bestand met verlaten kerkhoven. Het kerkhof waarvan de oorspronkelijke nederzetting is verdwenen of verplaatst, wordt een 'verlaten kerkhof' genoemd. Deze categorie omvat zowel kerkhoven die nog zichtbaar zijn, als kerkhoven die verdwenen zijn of waarvan de ondergrond nog restanten van begravingen en eventueel kerken bevat. Oude kerkhoven zijn thans vooral van belang voor het reconstrueren van de bewoningsgeschiedenis van Fryslân, omdat zij ons iets meedelen over vroegere vestigingsplaatsen van nederzettingen. De meeste verlaten kerkhoven bevinden zich in (voormalige) veengebieden.

  • De selectie van gebieden in de provincie Drenthe voor de toepasbaarheid van horizontaal gesloten systemen is op basis van een puntenwaardering uitgevoerd. Het maximaal aantal punten dat kan worden behaald is 9.Bij een horizontale bodemwarmtewisselaar wordt een stelsel van buizen horizontaal op circa 1 tot 2 meter onder maaiveld aangebracht. N.B.: Rapport ligt bij contactpersoon. Rapportgegevens zijn: Documenttitel: Mogelijkheden voor ondergrondse energieopslag in de provincie Drenthe, 14 oktober 2002Projectnummer: 9M2460 (Royal Haskoning)Opdrachtgever: Provincie DrentheReferentie: 9M2460/R00003/MVVU/Gron.

  • Voorspelde fout van de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) t.o.v het locale maaiveld in de Provincie Noord-Brabant. De waarden per gridcel geven de voorspelde fout van de GLG aan in cm.

  • Dit kaartbeeld laat een globaal beeld zien van de geschatte gemiddelde (nitraat)belasting in het grondwater (situatie periode 2030 - 2040) bij voortzetting van het mestbeleid (op basis van MINAS verliesnormen; situatie eind jaren negentig) en de huidige hydrologische situatie. EU-norm grondwater; 50 mg nitraat per liter; dit is het Maximaal Toelaatbare Risico: MTR

  • Dit puntenbestand bevat de naam van het object en het type object (watermolen, sluis, dam, bron, stuw, spreng, gemaal, waterval, syphon, cascade, sluis of aquaduct.) De informatie is in het veld ingewonnen ten behoeve van een historisch onderzoek door "Stichting tot behoud van de Veluwse Sprengen en Beken" in samenwerking met de Provincie Gelderland.

  • Dit vlakkenbestand bevat vijvers die de sprengen en beken aanvullen om de beekloop compleet te maken. De informatie is in het veld ingewonnen ten behoeve van een historisch onderzoek door "Stichting tot behoud van de Veluwse Sprengen en Beken" in samenwerking met de Provincie Gelderland.