Zoeken
 
From 1 - 10 / 46
  • Uurhokken met uurhok_id. Uurhokindeling wordt bij muskusrattenbestrijdingen gebruikt. Per uurhok worden telgegevens verzameld. Ook bij andere telgegevens van flora en fauna wordt deze vaak gebruikt.

  • De waarden per gridcel geven de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand aan in cm onder het maaiveld.

  • Bestand met verdwenen en bestaande spoorwegen in Fryslân.

  • Historisch bestand met locaties waar in de geschiedenis kleiwinning heeft plaatsgevonden. De voor de kleiwinning geschikte gebieden werden perceelsgewijs afgeticheld (gemiddeld zo'n 60 centimeter) en daarmee werd hun maaiveld sterk verlaagd, waardoor ze goed herkenbaar in het landschap liggen, tussen de niet afgegraven hoger gelegen percelen. Meerdere honderden hectares kleiland moeten aldus in de loop der eeuwen zijn afgegraven. De kleiwinning langs de (voormalige) zeedijken houdt verband met uiteenlopende fasen van dijkaanleg en -verzwaring, waarvoor de benodigde klei zoveel mogelijk in de onmiddellijke omgeving werd gestoken. Een aantal van deze 'dyks-delten' of dijkputten is thans als natuurgebied in beheer.

  • "Eenvoudige typering van het waterregime voor het overige landbouwgebied" gebruikt in de IHS-versie3 (Integraal Hydrologisch Streefbeeld). Nat: Wateroverlast in het voorjaar, geen droogte in de zomer: Gronden met GT I,II,II*,III in de huidige situatie Middel: (Beperkt) wateroverlast in het voorjaar en (beperkt) verdroging in de zomer: Gronden met GT III*,IV,V,V* in de huidige situatie Middel met kans op natschade bij herstel van het watersysteem: Gronden met GT III*,IV,V,V* in de huidige situatie en kans op natschade bij herstel van het watersysteem Droog: Geen wateroverlast in het voorjaar, droogte in de zomer: Gronden met GT VI.VII,VII* in de huidige situatie Droog met kans op natschade bij herstel van het watersysteem: Gronden met GT VI.VII,VII* in de huidige situatie en kans op natschade bij herstel van het watersysteem

  • Bestand met de officiële namen van wateren, waterwegen en vaarwegen in Fryslân. Het lijnenbestand bevat de namen van de waterwegen, het puntenbestand bevat de namen van de overige wateren zoals meren en plassen.

  • Bestand met de historische droogmakerijen. Een droogmakerij is een polder die is ontstaan door het droogleggen van een door de natuur of door de zelnering dan wel turfwinning gevormd meer. De fraaiste droogmakerijen vinden we ten zuiden van Leeuwarden in de vorm van de Grutte Wergeaster Mar en het Hempensermeer. De meeste voormalige plassen die als droogmakerijen worden aangeduid zijn dankzij een verbeterde bemaling in de directe omgeving of door aftapping drooggevallen.

  • Bestand met verdwenen en huidige sluizen almede het type sluis. Sluizen, of zijlen, zijn kunstmatige waterlozingspunten en punten voor watertoevoer. De bouw ervan hangt samen met het afsluiten van gebieden van het boezem- of zeewater door middel van dijken. De Friese boezem is aanvankelijk waarschijnlijk één stelsel geweest van met elkaar in verbinding staande wateren, maar vanaf de late middeleeuwen begon men scheidingen aan te brengen door middel van sluizen en werd de boezem in kleinere boezems verdeeld. Er worden verschillende typen sluizen onderscheiden: duikersluis of pomp; verlaat of schutsluit, zijl of uitwateringssluis.

  • Landschapstypen in Overijssel. Bestand met een indeling naar landschapstypen in Overijssel. Dit bestand is samengesteld door Stichting Het Oversticht en gebruikt voor de cultuurhistorische atlas van Overijssel. De grondslag van dit bestand is de digitale bodemkaart van Nederland 1:50000 en oude topografische kaarten.

  • Bestand met locaties van veenwinning en petgaten. Op de kaart zijn alle petgaten die er, voor zover ons bekend, zijn geweest aangegeven. Een groot deel ervan is later drooggemalen of gedempt en de resterende complexen (o.a. Alde Feanen, Deelen, Rottige Meenthe) hebben thans meestal een functie als natuurgebied.