From 1 - 10 / 50
  • Het voorkomen van ammoniakmijdende korstmossen, uitgedrukt in de Acidofiele Indicatie Waarde (AIW). Verandering van indicatie waarde in de periode 2004-2010 per uurhok. Een afname van de AIW duidt op een verslechtering van het milieu.

  • GS hebben gebieden aangewezen die: a. zijn gelegen binnen de gebieden zoals van rijkswege aangegeven in de bestuursovereenkomst;b. uit oogpunt van landbouw, natuur, bos, landschap, water, milieu, openluchtrecreatie en cultuurhistorie waardevol en kwetsbaar zijn;c. waarin sprake is van een samenhangende en meervoudige problematiek m.b.t. deze beleidsterreinen.(SGB staat voor Stimuleringsregeling Gebiedsgericht Beleid).

  • Ligging van watermolens in de afgelopen 8 eeuwen. Omdat in de loop van de tijd watermolens zijn verdwenen en zijn bijgebouwd gaat het om een totaal beeld en niet om een momentopname.

  • Stroomgebieden van waterlopen met een natuurfunctie (vrij afwaterend) berekend op basis van de hoogteligging van het maaiveld (AHN (RWS-MD, 1999)). Aangemaakt door NITG-TNO.

  • Inventarisatie van historische groenstructuren in het landschap. De groenelementen en structuren zijn veelal door ingrepen van de mens ontstaan. Meestal zijn deze omwille van de functionaliteit ontstaan, denk maar aan houtwallen, heggen, grienden- en hakhoutcultuur, plantage- en ontginningsbossen en bomenrijen. Vaak worden deze nu als natuur beschouwd. Daarnaast zijn er ook groenelementen die esthetische/culturele overwegingen ontstaan, zo kennen we diverse parken, pastorietuinen, dreven en bepaalde solitaire bomen (Juliananlinde). Beide groepen vormen het levend erfgoed van onze provincie. De groenstructuren zijn voorzien van beschrijvingen en foto's. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Deze kaart geeft de gebieden weer waarbij de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket hoger is dan de freatische voorjaars-grondwaterstand, waardoor er sprake is van een opwaartse grondwaterbeweging. Aangemaakt door NITG-TNO op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (RWS-MD, 1999), Bodemkaart (Sc-dlo, 1963-1984), Stijghoogte in het eerste watervoerend pakket (REGIS, 1998).

  • Overstroomde gebieden bij overlaten, bij de westelijke overlaten Bokhovensche en de Baardwijkse overlaten en bij de overlaten voor het gebied van de Beersche Maas.

  • Voor verzuring gevoelige gebieden op basis van gemeentelijke informatie.

  • Gebieden die in het verleden zijn overstroomd door oorlogshandelingen in 1940-1945.

  • Gebieden waarin een bepaald kweltype de overhand heeft afhankelijk van de opbouw van de ondergrond, herkomst van het kwelwater en de wijze van uittreden (in de sloot of aan maaiveld).