From 1 - 10 / 52
  • Uittredend grondwater dat in sloten terechtkomt. Op basis van het verschil tussen het slootpeil en de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket. Aangemaakt door het NITG-TNO op basis van de sloten en greppels uit het top10vectorbestand (TDN, 1997?), het Actueel Hoogtebestand Nederland (RWS-MD, 1999) en de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket (REGIS, 1998)

  • Bosuitbreiding in Drenthe, deels in het kader van de vorming van nieuwe landgoederen.

  • Gebieden waar oppervlaktewater tijdelijk geborgen kan worden.

  • Inventarisatie van historische groenstructuren in het landschap. De groenelementen en structuren zijn veelal door ingrepen van de mens ontstaan. Meestal zijn deze omwille van de functionaliteit ontstaan, denk maar aan houtwallen, heggen, grienden- en hakhoutcultuur, plantage- en ontginningsbossen en bomenrijen. Vaak worden deze nu als natuur beschouwd. Daarnaast zijn er ook groenelementen die esthetische/culturele overwegingen ontstaan, zo kennen we diverse parken, pastorietuinen, dreven en bepaalde solitaire bomen (Juliananlinde). Beide groepen vormen het levend erfgoed van onze provincie. De groenstructuren zijn voorzien van beschrijvingen en foto's. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Inventarisatie van historisch belangrijke gebieden in het landschap. Historische geografie is de ruimtelijke neerslag van de aanpassingen die de mens in de loop der eeuwen heeft gedaan aan de natuurlijke omgeving. Voorbeelden zijn oude akkercomplexen ("bolle akkers" met esdekken), heidevelden, landgoederen. Het hedendaagse Brabantse landschap is het historisch gegroeide resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling. Deze kaartlaag bevat een selectie van de gebieden die deze historisch groei nog goed illustreren. De gebieden zijn voorzien van een beschrijving en één of meerdere foto's. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Het bestand geeft de bestaande en geprojecteerde spoorwegstations in Gelderland en omliggende provincies weer. Met geprojecteerde spoorwegstations wordt bedoeld dat ze mogelijk worden aangelegd. In het bestand wordt onderscheid gemaakt in NS-, Contractsector- en stations die door beiden worden aangedaan.

  • Gebieden waarin een bepaald kweltype de overhand heeft afhankelijk van de opbouw van de ondergrond, herkomst van het kwelwater en de wijze van uittreden (in de sloot of aan maaiveld).

  • Oude tekst: Aangewezen milieubeschermingsgebieden uit het PMP (Provinciaal Milieubeleidsplan) en POP, kaart 12. (Het grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa is opgenomen in een aparte kaartlaag, zie ook milieubeschermingsgebied Drentsche Aa). NB. : status is concept, medio 2000 behandeling in PS.

  • Inventarisaties van historische zichtrelaties. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Het voorkomen van ammoniakmijdende korstmossen, uitgedrukt in de Acidofiele Indicatie Waarde (AIW). Verandering van indicatie waarde in de periode 2004-2010 per uurhok. Een afname van de AIW duidt op een verslechtering van het milieu.