From 1 - 10 / 56
  • Verzuringsgevoelige ecologische verbindingszones (voorkeurstrace en indicatief trace). Provinciaal Omgevingsplan Drenthe. POPII, kaart F.Een ecologische verbindingszone is een verbinding tussen natuurgebieden (met nieuwe of herstelde natuur). Ecologische verbindingszones worden aangelegd om het migreren van dieren en planten tussen natuurgebieden mogelijk te maken.

  • Gebieden met een vergelijkbare hydrogeologische opbouw, weergegeven in een profiel per deelgebied. Het bestand geeft inzicht over de 'werking' van het grondwater-systeem.

  • Het voorkomen van ammoniakmijdende korstmossen, uitgedrukt in de Acidofiele Indicatie Waarde (AIW). Verandering van indicatie waarde in de periode 2004-2010 per uurhok. Een afname van de AIW duidt op een verslechtering van het milieu.

  • Het bestand geeft de bestaande en geprojecteerde spoorwegstations in Gelderland en omliggende provincies weer. Met geprojecteerde spoorwegstations wordt bedoeld dat ze mogelijk worden aangelegd. In het bestand wordt onderscheid gemaakt in NS-, Contractsector- en stations die door beiden worden aangedaan.

  • Inventarisatie van historische groenstructuren in het landschap. De groenelementen en structuren zijn veelal door ingrepen van de mens ontstaan. Meestal zijn deze omwille van de functionaliteit ontstaan, denk maar aan houtwallen, heggen, grienden- en hakhoutcultuur, plantage- en ontginningsbossen en bomenrijen. Vaak worden deze nu als natuur beschouwd. Daarnaast zijn er ook groenelementen die esthetische/culturele overwegingen ontstaan, zo kennen we diverse parken, pastorietuinen, dreven en bepaalde solitaire bomen (Juliananlinde). Beide groepen vormen het levend erfgoed van onze provincie. De groenstructuren zijn voorzien van beschrijvingen en foto's. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Stijghoogte in het watervoerend pakket 1. Bepaald aan de hand van stijghoogtegegevens van april 1995. Bron: REGIS (1998).

  • Het bestand geeft informatie over de bodem-fysische gelaagdheid in het bodemprofiel tot ca. 1.20 meter diepte. Er worden 23 verschillende eenheden onderscheiden. Elke eenheid representeert een bodemprofiel met een specifieke gelaagdheid. Aan de afzonderlijke bodemlagen in het bodemprofiel kunnen bodemfysische kenmerken uit de Staringreeks worden gekoppeld. De ligging van deze eenheden is afgeleid van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hiervoor zijn de eenheden van de bodemkaart geclusterd naar de 23 verschillende bodem-fysische eenheden. De indeling is in 1985 aanvankelijk ontwikkeld op basis van de eenheden van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 250 000 voor de z.g.n. PAWN-studies (Policy Analysis for the Watermanagement of the Netherlands)

  • Acidofiele indicatiewaarde. De Acidofiele indicatiewaarde is een maat voor de locale zuurbelasting en is gebaseerd op het voorkomen van zuurminnende epifytische korstmossen. Hoge waarden geven aan waar de invloed van ammoniak minimaal is. De gegevens zijn opgenomen in 2000.

  • Knelpunten voor dassen langs wegen en kanalen in Drenthe.

  • Beleidsvisie recreatietoervaart Nederland 2000 (BRTN). Het basistoervaartnet met functietoedeling, per 2000.