Zoeken
 
From 1 - 10 / 26
  • Het bestand geeft de hoofdindeling van de bodemkundige landschapsvormen weer. Dit bestand is opgesteld en gebruikt ten behoeve van het Streekplan 1996 dat op 25 september 1996 is vastgesteld door Provinciale Staten.

  • Begrenzingen waterschappen in Overijssel en de aangrenzende waterschappen. De begrenzingen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op kadastrale grenzen. De laatste wijziging betreft de samenvoeging van de waterschappen ‘Groot Salland’ en ‘Reest en Wieden’ tot één waterschap genaamd: Waterschap Drents Overijsselse Delta.

  • Het bestand geeft de rijkswegen met daaraan gekoppeld hectometrering weer.

  • Hoofdinfrastructuur van de Eems Dollard Regio.

  • Veendikte kaartblad 16 oost en 17 west. Verder tevens aanvullende informatie die gebruikt is bij de gt-revisie.De tabel tabelgt.txt hoort bij deze dataset.Rapport: Actualisatie 1:50.000 Drents deel kaartbladen 16 oost (Steenwijk) en 17 west (Emmen), 1996, P.A. Finke e.a., SC-DLO, Wageningen, rapport 439.

  • Inventarisatie risicovolle activiteiten in het kader van de bodembescherming, puntinformatie.

  • Functionele indeling van de (inter)regionale wegen overeenkomstig het Provinciaal verkeers- en vervoersplan.

  • Begrenzingen van landgoederen die vallen onder rangschikking in het kader van de Natuurschoonwet 1928. Volgens deze wet is de definitie van een landgoed: ‘Een landgoed is een in Nederland gelegen, geheel of gedeeltelijk met natuurterreinen, bossen of andere houtopstanden bezette onroerende zaak - daaronder begrepen die waarop een buitenplaats of ander, bij het karakter van het landgoed passende, opstallen voorkomen - voorzover het blijven.voortbestaan van die onroerende zaak in zijn karakteristieke verschijningsvorm voor het behoud van het natuurschoon wenselijk is.’ De zelfstandige rangschikking; De belangrijkste vereisten waaraan een onroerende zaak moet voldoen om zelfstandig gerangschikt te kunnen worden als NSW-landgoed laten zich als volgt samenvatten: • de minimum oppervlakte van een landgoed dient 5 ha te dragen; • de onroerende zaak moet een aaneengesloten gebied vormen; • volgens de oude wet moest een landgoed ten minste voor 30% bezet zijn met houtopstanden; volstaan kon worden met 20% bos indien ten minste 50% van het terrein uit natuurterreinen bestond.. De laatste wijziging is sinds 1 juni 2007 van kracht. grondeigenaren die landbouwgrond en bos of natuurterrein hebben, kunnen een NSW-landgoed status aanvragen. Om in aanmerking te komen voor de titel NSW-landgoed moet het landgoed aan de volgende voorwaarden voldoen: minimaal 5 hectare groot minimaal 30% van de oppervlakte bestaat uit bos en/of natuurterrein aangrenzende landgoederen kleiner dan 5 ha kunnen nog steeds samen rangschikken maar moeten nu wel elk individueel aan de 30%-eis voldoen. Ook moeten zij een historische band hebben. Het begrip natuurterrein is ruimer gedefinieerd in de gewijzigde NSW. Naast heidevelden, zandverstuivingen en duinen komen nu ook struwelen, poelen, kreken, vennen, wielen en bepaalde natuurlijke graslanden onder het bergip natuurterrein. Deelname aan de NSW-regeling is niet mogelijk wanneer er bestemming landbouwgrond op het terrein ligt. Wel kunnen landbouwgronden die zijn omgezet in natuur, bijvoorbeeld half natuurlijke graslanden, worden gerangschikt. Een goedgekeurd inrichtingsplan moet hieraan ten grondslag liggen. Verder is een schriftelijke verklaring nodig waaruit blijkt dat de betreffende grond niet langer in landbouwkundig gebruik is.

  • Dit bestand geeft naar aanleiding van het in 1996 door Provinciale Staten vastgestelde Provinciaal Bosbeleidsplan op de daarbij behorende kaart 2 de waardevolle bosgemeenschappen, tevens A-locatie bossen en de te ontwikkelen naar bos met inheemse boomsoorten weer.

  • Van de Westerschelde is in 1996 een ecotopenkaart gemaakt. Een zoute ecotopenkaart wordt opgebouwd door meerdere informatielagen van het intergetijdengebied samen te voegen: bodemhoogtekaart (hoogte en diepte), geomorfologische kaart, droogvalduurkaart, stromingskaart en zoutkaart. De droogvalduur is gebaseerd op de bodemhoogtekaart 1996 en de opgetreden waterstanden in de periode 1993 tm 1996. De droogvalduur is berekend met het M2 model.