From 1 - 10 / 25
  • Het bestand geeft de rijkswegen met daaraan gekoppeld hectometrering weer.

  • In dit bestand wordt provincie Gelderland opgedeeld in landschapstypen. In totaal zijn er 17 verschillende typen: o.a. bos, heide-, essen-, kampen-, veenontginningslandschap. Dit bestand is opgesteld en gebruikt ten behoeve van het Streekplan 1996 dat op 25 september 1996 is vastgesteld door Provinciale Staten.

  • Van de Westerschelde is in 1996 een ecotopenkaart gemaakt. Een zoute ecotopenkaart wordt opgebouwd door meerdere informatielagen van het intergetijdengebied samen te voegen: bodemhoogtekaart (hoogte en diepte), geomorfologische kaart, droogvalduurkaart, stromingskaart en zoutkaart. De droogvalduur is gebaseerd op de bodemhoogtekaart 1996 en de opgetreden waterstanden in de periode 1993 tm 1996. De droogvalduur is berekend met het M2 model.

  • Hoogtemodel van de platen in de Waddenzee in de vorm van een grid met een resolutie van 5 meter. Een digitaal hoogte model (DHM) is een bestand waarbij de hoogte wordt weergegeven volgens een regelmatig, rechthoekig raster. Iedere cel van het raster (ook wel een gridcel genoemd) krijgt een hoogtewaarde. Deze hoogtewaarde wordt berekend uit de omliggende laserpunten van het gefilterde basisbestand. De hiervoor gebruikte techniek is een zogenaamde gewogen gemiddelde interpolatie . Meer informatie en uitleg over de interpolatie vindt U in de handleiding de grids van het AHN te vinden op www.ahn.nl. Als er geen laserpunten in de buurt van een gridcel liggen blijft de cel leeg (de cel krijgt een nodata waarde). Belangrijk om te weten is dat de waarde van een 5x5 meter gridcel wordt berekend uit meerdere laserpunten (het aantal is afhankelijk van de puntdichtheid van het basisbestand). Hierdoor neemt de invloed van de meetruis en uitschieters af en treedt er een lichte mate van vervlakking op.

  • Orthofotomozaiek van Maas vervaardigd uit stereoluchtfoto opnamen in 1996 ter ondersteuning van Ecotopen monitoringsprogramma in opdracht van de Waterdienst

  • Van de Westerschelde is in 1996 een ecotopenkaart gemaakt. Een zoute ecotopenkaart wordt opgebouwd door meerdere informatielagen van het intergetijdengebied samen te voegen: bodemhoogtekaart (hoogte en diepte), geomorfologische kaart, droogvalduurkaart, stromingskaart en zoutkaart. De stroomsnelheden zijn berekend met Simona waarbij gebruik gemaakt wordt van het SCALWEST2000 model, een kromlijnig grid.

  • Een bestand bestaande uit rivieren, kanalen, meren en plassen in de provincie Overijssel. Dit bestand zal worden vervangen door een algemeen bestand met de wateren in Overijssel, gerelateerd aan de Top10-vector.

  • Het bestand geeft de hoofdindeling van de bodemkundige landschapsvormen weer. Dit bestand is opgesteld en gebruikt ten behoeve van het Streekplan 1996 dat op 25 september 1996 is vastgesteld door Provinciale Staten.

  • Zwemwateren zijn als zodanig aangewezen officiële zwemwaterlocaties in oppervlaktewater in de provincie Overijssel. Gedeputeerde Staten wijst jaarlijks, voor aanvang van het zwemseizoen, zwemlocaties aan. De aanwijzing vindt plaats op basis van de Waterwet en Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) en komt tot stand met burgerparticipatie. Het waterbeheer wordt op deze gebruiksfunctie afgestemd (de zwemfunctie is kaderstellend voor andere ontwikkelingen). De provincie ziet toe op de veiligheid en hygiëne van de zwemwaterlocaties in Overijssel en geeft voorlichting over de mogelijkheden en risico’s om te zwemmen. Gebruikers worden ter plekke geïnformeerd over mogelijke bedreigingen en hun invloed daarop via publieksinformatieborden. De informatie is afkomstig uit de betreffende zwemwaterprofielen en/of ervaringen van de afgelopen jaren. De controle van de kwaliteit van het water wordt uitgevoerd door de waterschappen. Voor de kwaliteit van de zwemwaterlocaties is de Zwemwaterrichtlijn (ZWR) van 2006 van kracht. De Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht de lidstaten tot het opnemen van maatregelenprogramma’s in de Stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s) voor de uitvoering van de ZWR.

  • Begrenzingen van landgoederen die vallen onder rangschikking in het kader van de Natuurschoonwet 1928. Volgens deze wet is de definitie van een landgoed: ‘Een landgoed is een in Nederland gelegen, geheel of gedeeltelijk met natuurterreinen, bossen of andere houtopstanden bezette onroerende zaak - daaronder begrepen die waarop een buitenplaats of ander, bij het karakter van het landgoed passende, opstallen voorkomen - voorzover het blijven.voortbestaan van die onroerende zaak in zijn karakteristieke verschijningsvorm voor het behoud van het natuurschoon wenselijk is.’ De zelfstandige rangschikking; De belangrijkste vereisten waaraan een onroerende zaak moet voldoen om zelfstandig gerangschikt te kunnen worden als NSW-landgoed laten zich als volgt samenvatten: • de minimum oppervlakte van een landgoed dient 5 ha te dragen; • de onroerende zaak moet een aaneengesloten gebied vormen; • volgens de oude wet moest een landgoed ten minste voor 30% bezet zijn met houtopstanden; volstaan kon worden met 20% bos indien ten minste 50% van het terrein uit natuurterreinen bestond.. De laatste wijziging is sinds 1 juni 2007 van kracht. grondeigenaren die landbouwgrond en bos of natuurterrein hebben, kunnen een NSW-landgoed status aanvragen. Om in aanmerking te komen voor de titel NSW-landgoed moet het landgoed aan de volgende voorwaarden voldoen: minimaal 5 hectare groot minimaal 30% van de oppervlakte bestaat uit bos en/of natuurterrein aangrenzende landgoederen kleiner dan 5 ha kunnen nog steeds samen rangschikken maar moeten nu wel elk individueel aan de 30%-eis voldoen. Ook moeten zij een historische band hebben. Het begrip natuurterrein is ruimer gedefinieerd in de gewijzigde NSW. Naast heidevelden, zandverstuivingen en duinen komen nu ook struwelen, poelen, kreken, vennen, wielen en bepaalde natuurlijke graslanden onder het bergip natuurterrein. Deelname aan de NSW-regeling is niet mogelijk wanneer er bestemming landbouwgrond op het terrein ligt. Wel kunnen landbouwgronden die zijn omgezet in natuur, bijvoorbeeld half natuurlijke graslanden, worden gerangschikt. Een goedgekeurd inrichtingsplan moet hieraan ten grondslag liggen. Verder is een schriftelijke verklaring nodig waaruit blijkt dat de betreffende grond niet langer in landbouwkundig gebruik is.