From 1 - 10 / 535
  • Categories  

    Het KNMI heeft een uitgebreid netwerk van seismometers om de seismiciteit in en rondom Nederland en Caribisch Nederland te meten.Het netwerk bestaat uit geophones in de boorgaten (tot 300m diepte), versnellingsmeters en 'broadband' seismometers.

  • Categories  

    Het KNMI heeft een uitgebreid netwerk van seismometers om de seismiciteit in en rondom Nederland en Caribisch Nederland te meten.Het netwerk bestaat uit geophones in de boorgaten (tot 300m diepte), versnellingsmeters en 'broadband' seismometers.

  • Categories  

    Het KNMI heeft een uitgebreid netwerk van seismometers om de seismiciteit in en rondom Nederland en Caribisch Nederland te meten.Het netwerk bestaat uit geophones in de boorgaten (tot 300m diepte), versnellingsmeters en 'broadband' seismometers.

  • Categories  

    Het KNMI heeft een uitgebreid netwerk van seismometers om de seismiciteit in en rondom Nederland en Caribisch Nederland te meten.Het netwerk bestaat uit geophones in de boorgaten (tot 300m diepte), versnellingsmeters en 'broadband' seismometers.

  • Categories  

    Natura 2000 is het samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. De Natura 2000-gebieden zijn een samenvoeging van beide. Per 1 januari 2017 is de wet Natuurbescherming ingegaan, hierdoor is de status Beschermd Natuurmonument vervallen. In totaal gaat het om 160 gebieden waarvan drie mariene gebieden in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) op de Noordzee. De Vogelrichtlijngebieden zijn merendeels aangewezen in de periode 1986-2000. De Habitatrichtlijngebieden worden aangewezen met de aanwijzing van de betreffende Natura 2000-gebieden. De aanwijzing van deze gebieden is begonnen in 2008 en wordt naar verwachting voltooid in 2017. Op 23 maart 2017 zijn (kleine) wijzigingen in de begrenzing van de Weerribben van kracht geworden. Dit bestand bevat de grenzen van de 157 definitief aangewezen gebieden (stand van zaken 23 maart 2017) en de grenzen conform het ontwerp-besluit van de meeste overige gebieden. Voor twee Habitatrichtlijngebieden (Krammer-Volkerak en Zoommeer) op land, bevat deze dataset de grenzen zoals die aan de Europese Commissie gemeld zijn. Deze dataset bevat ook de begrenzingen van ondergrondse kalksteengroeven bij de gebieden Geuldal, Sint Pietersberg & Jekerdal, Bemelerberg & Schiepersberg en Savelsbos (code 'HR groeve' in het attribuut BESCHERMIN). In tegenstelling tot het regulier Habitatrichtlijngebied maken hier alleen de ondergrondse kalksteengroeven deel uit van het Habitatrichtlijngebied.

  • Categories  

    Deze webservice toont bevat de emissies en afvalstromen vanuit de belangrijkste industriële faciliteiten in Nederland zoals deze met het elektronisch Milieujaarverslag worden verzameld in het kader van de Europese E-PRTR verplichting door RIVM aan de Europese Unie worden gerapporteerd. Het bevoegd gezag (provincie, gemeente, waterschap, omgevingsdienst etc.) van het bedrijf heeft vooraf de emissies en afvalstromen gevalideerd. Deze dataset betreft de emissies naar het riool, hierbij gaat het om jaarvrachten.

  • Categories  

    Dit is de dataset t.b.v. gegevensverstrekking door INSPIRE voor het thema 'Minereale bronnen'. In de dataset staan de locaties van zoutproductieputten en zoutvelden. Omdat de vorm van de zoutcavernes in de tijd wijzigen worden zij als een punt weergegeven. De dataset bevat de cumulatieve zoutproductie van (zout)putten in Nederland. Deze wordt bijgehouden sinds 2003; de productie van voor 2003 ontbreekt daarom.

  • Categories  

    Lodinggegevens van de Hydrografische Opnemingsvaartuigen worden digitaal opgeslagen in de database van de Hydrografische Dienst. Deze database geeft een actueel beeld van de waterdiepten binnen het Nederlandse Continentaal Plat dieper dan 10 m LAT. LAT is ‘Lowest Astronomical Tide’.

  • Categories  

    Dit is de dataset ten behoeve van gegevensverstrekking door INSPIRE voor het thema 'Menselijke gezondheid en veiligheid'. Deze dataset is gebaseerd op gegevens afkomstig uit BRO-VPTP (Van Peilbuis tot Portal, release 2), hierin zijn relevante grondwaterkwaliteitsdata uit een deel van het KRW monitoringprogramma (te weten: de subset Kwaliteit Regionaal) opgenomen (KRW=Kaderrichtlijn Water). In de dataset 'Grondwatersamenstellinggegevens Kaderrichtlijn Water meetronde 2012 onder INSPIRE' is weer een selectie van de gegevensverzameling in BRO-VPTP opgenomen. Metingen t.b.v. de KRW worden uitgevoerd in meetpunten die zijn vastgelegd in provinciale KRW-meetnetten. Per parameter wordt in het monitoringsprogramma vastgelegd met welke frequentie een parameter wordt bepaald. Een verzameling meetresultaten uit 1 jaar vormt een meetronde in BRO-VPTP. De dataset 'Grondwatersamenstellinggegevens Kaderrichtlijn Water meetronde 2012 onder INSPIRE' bestaat uit grondwaterkwaliteitgegevens uit de meetronde 2012. Het bevat de metingen van in het laboratorium gemeten parameters uit het monitoringsprogramma gebaseerd op de KRW. De metingen zijn door bronhouders beoordeeld volgens het (RIVM-)protocol om te bepalen of een meting als representatief mag worden beschouwd voor de KRW-rapportage. De benaming van gemeten parameters is overgenomen uit BRO-VPTP. Parameternamen in BRO-VPTP zijn gebaseerd op de 'Aquo parameterlijst Grondwaterkwaliteit'. Iedere gemeten parameter is voorzien van de gemeten waarde (inclusief eenheid), de dag waarop het grondwater is bemonsterd en de locatie van het meetpunt. De geanalyseerde monsters zijn genomen uit het eerste watervoerend pakket (ondiep) uit een put of een bron in een meetnet.

  • Categories  

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd tussen 1979 en 1984 en bestaat uit ongeveer 350 meetlocaties die zijn verspreid over heel Nederland. Er wordt bemonsterd in permanente putten die speciaal voor monitoringsdoeleinden zijn aangelegd. Deze waarnemingsputten zijn net buiten de velden aangelegd om eenvoudig te kunnen bemonsteren en de werkzaamheden in het veld niet te hinderen. De locaties zijn geselecteerd op basis van grondsoort, het landgebruik en de hydrologische toestand. Op elke locatie worden grondwatermonsters genomen op diepten van 5-15 m (ondiepe filters) en 15-30 m onder het maaiveld (diepe filters). Op zandgrond worden uit ondiepe waarnemingsputten elk jaar monsters genomen, terwijl er op de andere grondsoorten (klei en veen) elke twee jaar monsters worden genomen uit ondiepe putten. Uit diepe putten wordt elke vier jaar een monster genomen, evenals uit ondiepe filters op meetpunten met mariene invloeden. De putten die niet elk jaar worden bemonsterd, worden in geïnterpoleerd voor de afwezige jaren.