From 1 - 10 / 31
  • De laaggelegen historische natte gebieden.

  • Het integraal natuurgebiedsplan met betrekking tot natuur- en landschapsdoelen:- nieuwe natuurgebieden (van cultuurgrond naar nieuwe natuur);- beheersgebieden (landbouwgronden waar beschikkingen ten gunste van natuur en landschap mogelijk zijn);- mogelijkheden voor subsidie binnen die begrenzingen. Sinds 1 januari 2000 gelden nieuwe subsidieregelingen voor natuur- en landschapsbeheer.

  • Dikte slecht doorlatende lagen boven bepompt pakket (Gegevens ontleend aan REGIS) in grondwaterbeschermingsgebieden.

  • Nitraatbelastingkaart uitgedrukt in het % van de filters dat in het freatische grondwater de EU- en nationale norm van 50 mg NO3/l overschrijdt.

  • De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit. De huidige stand van zaken EHS staat op de kaart. Jaarlijks zal deze aangepast worden. Ook de invulling van de ecologische verbindingszones en robuuste verbindingen krijgen daarin hun beslag. De EHS wordt verder aangevuld met gebieden die nog begrensd moeten worden of op andere wijze als EHS worden bestemd. Daarnaast liggen er reserveringen voor gebieden die in landinrichting hun beslag moeten krijgen, de zogenaamde stergebieden. Bij de actualisatie worden ook externe organisaties geraadpleegd. De volgende gegevens zijn gebruikt voor de concretisering van de EHS: De eigendommen van de terreinbeherende organisaties (SBB, NMM, HDL), gronden van de waterbedrijven, particuliere boseigenaren, bosuitbreiding in de categorie blijvend bos, bosreservaten, verzuringgevoelige onderdelen van de EHS (WAV-kaart, GS dec. 2004) en het Gebiedsplan met de status beheersgebied of natuurgebied.Niet opgenomen zijn bo

  • De robuuste verbindingen en ecologische verbindingszones zijn essentiele onderdelen van de EHS (Ecologische Hoofdstructuur), maar trace's en de invulling is nog niet overal afgerond. Om die reden staan ze gearceerd op de EHS-kaart. De spelregels gelden niet voor het gearceerde gebied, met uitzondering van de natuurgebiedjes eronder. Zij zijn onderdeel van de EHS. Als de invulling van de verbindingen is afgerond, komt dat resultaat op de EHS-kaart. De volgende gegevens zijn gebruikt voor de verbindingszones:De robuuste verbindingen en de beekdalen met natuurontwikkeling als ecologische verbindingszone (POPII, kaart 3.) en de zoekgebied EVZ (gele gebieden uit rapport Goed op Weg 2007).

  • Historisch bestand met peilbuizen afkomstig van calques, deze zijn in het verleden gebruikt voor de inrichting van het primair grondwaterkwantiteitsmeetnet en voor het laatst bijgewerkt in 1994. De peilbuizen zijn, bij het omzetten naar digitaal, omgenummerd naar kaartblad + code + volgnummer. Omnummering van oud naar nieuw heeft op de volgende wijze plaats gevonden: - Alle nummers zonder de toevoeging -L en lager dan 500: kaartblad+P+nummer (4-cijfers). - De nummers met -L en lager dan 500: kaartblad+L+nummer (4-cijfers). - Alle nummers 500 en hoger (met of zonder L): kaartblad+D+nummer (4-cijfers). Voorbeeld: Kaartblad 18C, nr. 32 18CP0032 Kaartblad 18C, nr. L-18 18CL0018 Kaartblad 18C, nr. 522 18CD0522 De 500 en hogere nummering is door de provincie toegekend de overige door TNO. De 500 en hoger codering verviel bij opname in de database van TNO. Deze kende vervolgens hier een eigen nummer aan toe.

  • Dit bestand van 2007, geeft de zwemgelegenheden in Drenthe weer in het kader van handhaving WHVBZ (Wet Hygiene en Veiligheid van Bad- en Zweminrichtingen).

  • Overschrijding van de kritische depositiewaarde stikstof vennen van de natuurdoeltypenkaart van Drenthe voor de huidige situatie (2004) en na te nemen maatregelen. Onder kritische depositiewaarde wordt verstaan de hoeveelheid stikstofdepositie die een ecosysteem nog kan verdragen zonder schade te ondervinden.

  • Overschrijding van de kritische depositiewaarde stikstof van de natuurdoeltypenkaart van Drenthe voor de huidige situatie (2004) en na te nemen maatregelen. Onder kritische depositiewaarde wordt verstaan de hoeveelheid stikstofdepositie die een ecosysteem nog kan verdragen zonder schade te ondervinden..