From 1 - 10 / 34
  • Het bestand Historisch Grondgebruik Nederland is een rasterbestand met een resolutie van 25 meter.(Per 25 * 25 meter gridcel is een grondgebruikklasse bepaald) Het bestand is afgeleid uit de topografische kaarten 1 : 25.000 rond de periode 1980. Er worden tenminste 10 typen landgebruik onderscheiden. Het bestand is vervaardigd door gescande topografische kaarten te classificeren.

  • Omvat de functieklassen gebasseerd op het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omvat regels voor de toepassingen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. Verder stelt het kwaliteitseisen aan de uitvoering van bodemwerkzaamheden en is er een bodemkwaliteitskaart opgesteld in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

  • Het project Oude paden – Nieuwe wegen is in 2006 van start gegaan en afgerond in 2009. Het is een samenwerkingsverband tussen Steunpunt Monumentenzorg Fryslân, Landschapsbeheer Friesland, Doarpswurk, Plattelânsprojekten van de Provincie Fryslân, het Keuning Instituut en het Lectoraat Plattelandsvernieuwing van Van Hall Larenstein. Deze kaart toont de historische paden in Friesland. De paden zijn onderverdeeld in 7 categorieën, te weten: 1 = verdwenen pad; 2 = verharde weg; 3 = verhard fiets-voetpad; 4 = onverhard fiets-voetpad; 5 = puinreed; 6 = onverharde reed; 7 = landschapspad

  • Natura 2000-gebieden per 11 september 2008 (Habitatrichtlijnengenbieden, vogelrichtlijngebieden, nbwet gebieden). De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. Voor Nederland gaat het in totaal om 162 gebieden. Deze Natura 2000-gebieden wijst Nederland op dit moment aan. In 2007 hebben de ontwerpbesluiten van de eerste 111 Natura 2000-gebieden (tranche 1) en de ontwerpbesluiten van de 7 Natura 2000-gebieden in het waddengebied (tranche 2) ter inzage gelegen. Tussen 11 september tot en met 22 okt 2008 liggen de ontwerp-aanwijzingsbesluiten voor de volgende 29 gebieden ter inzage (tranche 3). Dit bestand geeft de grenzen van de tranche 1, 2 en 3 gebieden aan op de peildatum 11 september 2008. Voor de overige 15 gebieden, tranche 4, bevat deze dataset de grenzen van 2003 als het om habitatrichtlijngebieden gaat en de grenzen van 2005 als het om vogelrichtlijngebieden gaat. De minister heeft op 19 februari 2008 de eerste drie gebieden definitief aangewezen: Voornes Duin, Duinen Goeree & Kwade Hoek en Voordelta. Voor deze gebieden is de buitengrens op basis van de kadastergrens opgenomen. Doel van vervaardiging: Het bestand is bedoeld voor beleidsvorming, monitoring, evaluatie en verantwoording door de Directie Natuur, gebruik door andere bij natuurbeleid betrokken organisaties en particulieren.

  • Archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland voor wat betreft de te verwachten archeologische waarden.

  • Inwoners per gemeente in 1900 (Nederland)

  • TOP-lijst verdroogde gebieden Zuid-Holland. Op de kaart staan de 21 prioritaire gebieden voor verdrogingbestrijding (de zogenaamde TOP-gebieden) waar verdroging wordt aangepakt op basis van de ILG-bestuursovereenkomst 2007-2013.

  • De rapportage is opgesteld op verzoek van het ministerie LNV met als doel te onderzoeken of er argumenten zijn om vruchtbare landbouwgronden te beschermen. Vruchtbare landbouwgronden zijn in de rapportage gedefinieerd als gronden die geschikt zijn voor landbouw op basis van fysische, chemische en biologische eigenschappen, waarbij het gaat om maximale gewasopbrengst bij minimale belasting van het milieu en minimaal gebruik van hulpstoffen. De kaarten Landbouwkundige geschiktheid van akkerbouw en weidebouw zijn opgesteld door middel van bepaling van de verminderde opbrengst (opbrengstdepressie) ten opzichte van optimale bodemkundige en hydrologische omstandigheden waarbij meststoffen en bestrijdingsmiddelen voldoende voorhanden zijn, maar beregening niet. De opbrengstdervingspercentages voor wateroverlast en vochttekort bepaald. Gronden met opbrengstdervingspercentages van 0-15% zijn landbouwkundig het beste geschikt voor akkerbouw en weidebouw, 15-40% minder geschikt voor landbouw maar in gebruik dankzij de vele hulpmiddelen (meststoffen, beregening e.d.). >40% beperkt geschikt voor landbouw. Zoals in de definitie aangeven is de milieubelasting onderdeel van de bodemvruchtbaarheid. In de rapportage is de landbouwkundige geschiktheid gecombineerd met milieubelasting met fosfor en koper. Uit rapportage blijkt dat een deel van Nederland niet ‘vruchtbaar’ gedefinieerd kan worden vanwege de huidige milieudruk en/of kwaliteit. NB. De kaart heeft betrekking op gebieden die rond 1900 al in landbouwgebruik waren (zie 5.1) de landbouw gronden in de drooggelegde polders na 1900. De gebieden die in 1900 al in gebruik waren als landbouwgrond zijn te beschouwen als relatief geschikte gronden en in ieder geval geschikter dan de gronden die destijds natuur waren en later ontgonnen zijn. In Zuid-Holland hebben na 1900 na genoeg geen ontginningen meer plaats gevonden. Data voor figuur 5.3 uit Alterra-rapport 1693 Opbrengstdepressie bij grasland door wateroverlast en vochttekort. Uitgedrukt in % van potentiele opbrengst. Zowel bij vochttekort als bij wateroverlast treedt er groeivertraging op. Bij natte gronden komt de groei in het voorjaar later op gang, tevens treden er verliezen op door vertrapping en bevuiling van het gras en groeivertraging door vertrapping van de zode.

  • Categories  

    REGIS II is een driedimensionaal model van de goed doorlatende en slecht doorlatende lagen in de ondergrond, tot een gemiddelde diepte van ca. 500 m onder NAP, met lokaal uitschieters tot 1200 m. Goed doorlatende en slecht doorlatende lagen worden in REGIS II hydrogeologische eenheden genoemd; dit zijn lagen met min of meer uniforme hydraulische eigenschappen. De hydrogeologische eenheden vallen samen met, of zijn onderdeel van, de in DGM onderscheiden lithostratigrafische eenheden. De hoogteligging van de onder- en bovenkant en de dikte van de eenheden worden vastgelegd in gridbestanden (rasters) met een celgrootte van 100 bij 100 m. Naast de geometrische gegevens bevat het model voor elke eenheid ook gegevens over de doorlatendheid. Tot slot bevat REGIS II ook de geïnterpreteerde boorbeschrijvingen die bij het maken van het model gebruikt zijn. Het modelgebied van REGIS II bestaat uit het vasteland van Nederland. De ondergrond van het Nederlandse deel van het Continentaal Plat is niet in REGIS II opgenomen. REGIS II is een regionaal model. Het is niet geschikt voor gebruik op lokale schaal; voor het maken van een lokaal hydrogeologisch model zullen altijd aanvullende gegevens nodig zijn. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de website van de BRO: https://basisregistratieondergrond.nl/

  • Inwoners per gemeente in 1947 (Nederland)