From 1 - 10 / 271
  • Alle GGD’en in Nederland verzamelen elke vier jaar gegevens over de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren via de Gezondheidsmonitor Jeugd. Dit grootschalige digitale vragenlijstonderzoek vindt plaats onder scholieren in klas 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs. Alle GGD’en voeren het onderzoek in hetzelfde jaar op uniforme wijze uit. GGD’en gebruiken hiervoor dezelfde digitale (basis)vragenlijst. Hierdoor is het mogelijk om de resultaten op landelijk, regionaal en lokaal niveau te vergelijken. In de basisvragenlijst zijn o.a. vragen opgenomen met betrekking tot mentale en fysieke gezondheid, veerkracht, vertrouwen in de toekomst, geluk, stress en weerbaarheid, (cyber)pesten, sexting, roken, drinken en cannabisgebruik, bewegen en sociale media en gamen. In 2019 is de Gezondheidsmonitor Jeugd voor de tweede keer landelijk geharmoniseerd uitgevoerd; de eerste keer vond plaats in 2015. In het najaar van 2021 is een extra meting van de Gezondheidsmonitor Jeugd uitgevoerd: de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021. Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 (N=166.786): In 2021 is een extra meting van de ‘Gezondheidsmonitor Jeugd, GGD’en en RIVM’ uitgevoerd in het kader van de GOR-COVID-19 Integrale Gezondheidsmonitor door het Netwerk GOR: de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021. Het netwerk GOR bestaat uit GGD’en, GGD GHOR Nederland, RIVM, het NIVEL en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. De Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 betreft scholieren in klas 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs. In alle GGD-regio’s werden alle 2e en 4e klassers uitgenodigd om mee te doen. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het bestand gegevens van 166.786 jongeren. Het beheer van het ‘Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, GGD’en en RIVM’ bestand ligt bij het RIVM. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk, regionaal en gemeenteniveau. Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 (N=171.192): In 2019 is voor de tweede keer de ‘Gezondheidsmonitor Jeugd, GGD’en en RIVM’ uitgevoerd. Het betreft scholieren in klas 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs. De omvang van de steekproeven verschilde per GGD-regio. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het landelijk databestand gegevens van 171.192 jongeren. Het beheer van het ‘Gezondheidsmonitor Jeugd 2019, GGD’en en RIVM’ bestand ligt bij het RIVM. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op regionaal (GGD-regio) en landelijk niveau. In 19 GGD-regio’s werden alle 2e en 4e klassers uitgenodigd om mee te doen met het vragenlijstonderzoek, zodat in die regio’s ook prevalentiecijfers voor gemeenten beschikbaar zijn. Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 (N=96.919): In 2015 is voor de eerste keer de ‘Gezondheidsmonitor Jeugd, GGD’en en RIVM’ uitgevoerd. Het betreft scholieren in klas 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs. De omvang van de steekproeven verschilde per GGD-regio. Na het samenvoegen van alle regionale bestanden en opschonen van de data bevat het landelijk databestand gegevens van 96.919 jongeren. Het beheer van het ‘Gezondheidsmonitor Jeugd 2015, GGD’en en RIVM’ bestand ligt bij het RIVM. Alle 25 GGD-regio’s hebben bijgedragen aan prevalentiecijfers op landelijk niveau. Daarnaast zijn in 14 regio’s ook prevalentiecijfers op regionaal niveau (GGD-regio) beschikbaar. In 9 van die 14 GGD-regio’s werden alle 2e en 4e klassers uitgenodigd om mee te doen met het vragenlijstonderzoek, zodat in die regio’s ook prevalentiecijfers voor gemeenten beschikbaar zijn. Voor meer informatie over de monitors en een overzicht van de resultaten zie monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-jeugd. Via monitorgezondheid.nl/data-aanvraag kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. De licentie betreft de meta data en niet de dataset.

  • Deze kaartlaag maakt onderdeel uit van de op 23 september 2015 vastgestelde versie van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. (Bijbehorende kaart D4).

  • Color Infrared (CIR) zomerluchtfoto van 2015 met een resolutie van 25cm

  • De waterkaart hoort bij het Natuurbeheerplan.

  • Dit bestand bevat gegevens over de geuruitstoot van industriële bedrijven met een vergunning van de provincie. De provincie heeft met behulp van een geurverspreidingsmodel de 98-percentiel geurcontouren berekend. Bijvoorbeeld 98 percentiel van 5 ge/m3 wil zeggen dat buiten de contour in 98% van de tijd de geurimmissie op een bepaald punt lager zal zijn dan5 ge/m3. De kaart geeft niet precies de gebieden aan waar geur waarneembaar is, maar hoe groot de kans is dat de geur waarneembaar is en hoe sterk deze geur is. Of iemand de geur ook daarwerkelijk ruikt is afhankelijk van de bedrijfsvoering, het weer, de plek en het reukvermogen van die persoon.

  • Is onderdeel van het wettelijk voorgeschreven beheerplan Natura 2000 (NB-wet 1998). De in Drenthe gepubliceerde kaarten, op het Dwingelderveld na, zijn allen vastgesteld in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken. Voor het Dwingelderveld geldt dat de huidige kaart een werkversie is. Wanneer er nieuwe informatie is, wordt de kaart geactualiseerd.

  • Deze kaartlaag maakt onderdeel uit van de op 23 september 2015 vastgestelde versie van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. (Bijbehorende kaart C2).

  • De kernvlakte bosreservaten is een onderdeel van de kaart Bosbodem afkomstig uit het Natura2000 beheerplan en vormt tezamen met andere flora en fauna gegevens de kaart zoals gepresenteerd in het Natura2000 beheerplan 05-07-2016.

  • Deze kaartlaag maakt onderdeel uit van de op 23 september 2015 vastgestelde versie van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.(Bijbehorende kaarten D2 en D7), waarin het gehele stroomgebied van de Drentsche Aa als Nationaal Landschap is aangewezen, inclusief het Groningse deel in de gemeente Haren. De Drentse begrenzing sluit aan op de Groningse. Doel van een Nationaal Landschap is de kwaliteiten te behouden, duurzaam te beheren en te versterken. Uitgangspunt voor het ruimtelijk beleid is behoud door ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, mits de kwaliteiten worden behouden of versterkt.

  • Een ruimtelijk plan dat een gebied bestrijkt dat samenvalt met een beekdal voorziet voor de desbetreffende gebieden in voorwaarden (Nee, tenzij) voor het realiseren van kapitaalintensieve functies.Deze kaartlaag maakt onderdeel uit van de op 23 september vastgestelde versie van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. (Bijbehorende kaarten D7 en D14).