From 1 - 10 / 85
  • Vergraven en geegaliseerde gronden.

  • Indeling in wildbeheereenheden (jachtgebieden), situatie per 2006.

  • Weergave van dijkringen provincie Noord-Brabant.

  • Dit bestand bevat gezoneerde industrieterreinen en de bijbehorende zones. De zones creëren afstand tussen geluidsgevoelige en geluidsbelastende activiteiten. De ligging is aangegeven conform de zonebesluiten en bestemmingsplannen. Conform de wet geluidhinder dienen industrieterreinen waar grote lawaaimakers zijn of mogen worden gevestigd, te worden voorzien van een geluidzone. Binnen de geluidzone gelden voor geluidgevoelige bestemmingen aangepaste normen. Deze normen zijn van toepassing voor woningbouw en industrie.

  • De waarde per gridcel geeft de grondwatertrap aan in cm onder het maaiveld. De volgende indeling is gebruikt: GT I: GLG < 50 GT IIa: GHG < 25 GLG 50 - 80 GT IIb: GHG 25 - 80 GLG 50 - 80 GT IIIa: GHG < 25 GLG 50 - 80 GT IIIb: GHG 25 - 40 GLG 80 - 120 GT IV: GHG 40 - 120 GLG 80 - 120 GT Va: GHG < 25 GLG > 120 GT Vb: GHG 25 - 40 GLG > 120 GT VI: GHG 40 - 80 GLG > 120 GT VII: GHG 80 - 140 GLG > 120 GT VIII: GHG > 140 GLG > 120

  • De waarde per gridcel geeft de gemiddelde voorjaars grondwaterstand aan in cm onder het maaiveld. Dit bestand wordt vervaardigd uit de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiervoor is de volgende formule gebruikt: GVG = 5,4 + 0,83*GHG + 0,19*GLG

  • De gemiddelde doelrealisatie in natte natuureenheden in de huidige situatie, dus bij de actuele grondwaterregime (AGOR). Deze gemiddelde doelrealisatie is gebaseerd op de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG), de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) en voor natuurgebieden die afhankelijk zijn van kwel, de mate van kwel.

  • Lijnenbestand met de grote (hoofd)waterlopen in Brabant

  • Weergave beschermingsgebieden provincie Noord-Brabant.

  • Het integraal natuurgebiedsplan met betrekking tot natuur- en landschapsdoelen:- nieuwe natuurgebieden (van cultuurgrond naar nieuwe natuur);- beheersgebieden (landbouwgronden waar beschikkingen ten gunste van natuur en landschap mogelijk zijn);- mogelijkheden voor subsidie binnen die begrenzingen. Sinds 1 januari 2000 gelden nieuwe subsidieregelingen voor natuur- en landschapsbeheer.